Misschien is het mijn hypochondrische aanleg, maar de laatste tijd begin ik sterk te vermoeden dat ik ergens aan lijd. Je kunt het weglachen, of zeggen dat het niet bestaat, maar ik zal het jullie uitleggen. Het heeft vooralsnog geen plaats in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, maar wie weet hoe snel het erkend zal worden zodra ik als eerste uitgekomen ben voor mijn aandoening. Ik lijd aan lyrisch-chagrijnigheid.
’s Ochtends begint het nog gewoon met onvervalst puur chagrijn. Een beetje wiskundige zal ongetwijfeld een intelligente formule op kunnen stellen om de correlatie aan te geven tussen het tijdstip waarop mijn wekkerradio aanspringt en de mate waarin ik niet te genieten ben. Andere factoren spelen ook nog een rol: zo wordt het er allemaal niet beter op als ik beneden bij de broodtrommel een lege zak of een nog keihard bevroren brood aantref, en een nog half uit de brievenbus stekende natgeregende krant is tevens niet goed voor mijn humeur. De grootste aanslag op mijn gemoed vindt echter vaak plaats op het moment dat ik mijn tanden moet gaan poetsen.
Ik heb een elektrische tandenborstel en wil nog wel eens vergeten het ding bijtijds zijn shotje stroom toe te dienen, dus het komt om de haverklap voor dat na anderhalve minuut poetsen het rondtollende borsteltje, wanneer ik het net dirigeer naar het laatste stukje van mijn gebit dat zijn tweemaaldaagse dosis Parodontax nog moet ontvangen, langzaamaan vaart mindert en uiteindelijk geheel tot stilstand komt. Dit leeglopen van de batterij gebeurt op zeer tragische wijze: mijn tandenborstel wekt zó erg de indruk volledig uitgeput te zijn, dat ik er haast medelijden mee begin te krijgen. Ik ga me schuldig voelen dat ik hem tot aan het eind van zijn krachten gebracht heb. Maar dan, als ik hem uit zet, begint hij een volle halve minuut luid te piepen en met een lichtje te knipperen om mij te laten weten dat-ie opgeladen moet worden. Dat onding heeft dus nog gewoon de puf om zich voor te doen als een luidruchtige kermisattractie, maar vertikt het om mijn laatste paar kiezen te poetsen. Op zo’n moment heeft mijn chagrijnigheid het dieptepunt bereikt.
Dit alles valt nog af te doen als een ochtendhumeur, maar laat ik nu tot de kern van mijn lyrisch-chagrijnigheid komen. De grote grap is dat mijn humeur plotsklaps kan omslaan. In de trein naar Nijmegen luister ik een goede cd en ik ben lyrisch. We staan tien minuten stil in een troosteloos weiland ter hoogte van Ravenstein en ik ben weer chagrijnig. Omdat ik weet dat ik niet vrolijk word van de bussen naar de universiteit, als veewagens volgeladen met massa’s Mexicaanse griepverspreidende, voordringende, vervelende studenten, wil ik ook wel eens de Veolia-trein naar station Heyendaal nemen en dat maakt mijn dag dan weer op slag zonniger: de treinen zijn aan de buitenkant beschilderd met de hoofden van bekende Limburgers. Niet dat de aanblik van Connie Palmen nou zo oppeppend werkt, maar als ik het gezicht van de immer vrolijke Gé Reinders aantref op het vervoermiddel, ben ik weer op slag lyrisch. Sowieso maken deze treinen mij opgewekter: in plaats van de in NS-treinen gebruikelijke krakende conducteursstem, is het bij Veolia een – weliswaar voorgeprogrammeerde, maar dat mag de pret niet drukken – glasheldere vrouwenstem die het volgende station noemt en bovendien zelfs nog even uitlegt aan welke kant je uit moet stappen. Fantastisch toch! Eenmaal uitgestapt moet ik me een weg gaan banen langs de opengebroken wegen en de modderpoelen die het Erasmusgebouw omringen en ik ben weer chagrijnig.
Zo gaat het de hele dag door. De grote vraag is altijd of ik mijn dag lyrisch of chagrijnig beëindig. Kenmerk van lyrisch-chagrijnigheid is dat het onmogelijk te voorspellen valt. Soms lijkt alles erop te wijzen dat een lyrische stemming een tijdje vastgehouden kan worden: gisteravond moest ik na een etentje van Nijmegen terug naar Rosmalen en mijn humeur leek redelijk stabiel. Het was jammer dat ik niet naar de wc hoefde, het toilet op het Nijmeegse station staat namelijk altijd garant voor een extra dosis lyrische gevoelens. (Wie er nog nooit geweest is, moet dat zo snel mogelijk doen. Echt waar. Het is geen stationstoilet zoals alle anderen, het is een schitterend museum, en dat voor een toegangsprijs van slechts vijftig cent! Je weet niet wat je ziet. Boeddhabeelden, kaarsjes, en een rijke verzameling kitsch en prullaria. Dus, waar ga je heen als je ooit op Nijmegen Centraal bent? Juist, doen!)
Enfin, ik was dus bezig met naar huis gaan. De trein had geen vertraging. Op de fiets naar huis werd ik niet aangehouden wegens gebrek aan achterlicht en evenmin aangereden wegens datzelfde gebrek. Mijn dag zou lyrisch eindigen, ik wist het zeker. Wat ik toen nog niet wist en waar ik pas achter zou komen op het moment dat ik vlak voor het slapengaan de badkamer zou betreden, is dat ik die ochtend in mijn chagrijn vergeten was om mijn piepende en knipperende tandenborstel aan de stroom te hangen.
Tweemaal daags
november 13th, 2009 · 5 Comments
Tags: Zonder rubriek


5 responses so far ↓
1 Michelle // Nov 13, 2009 at 14:44
Zó herkenbaar! Lyrisch-chagrijnigheid is een prachtige benaming voor dit voor mij bekende fenomeen; ik noemde het altijd een onstabiele gemoedstoestand, maar deze benaming laat de kern van onze aandoening veel beter zien.
2 Alan // Nov 14, 2009 at 00:32
Lijkt me een mix van Borderline en een bipolaire stoornis. Maar wie hou ik voor de gek: ik ben geen Freud. En ík ook niet. En ik. En ik. En ik…
3 Lieke // Nov 14, 2009 at 00:37
Wow, ik geloof dat ik voor de eerste keer even moet reageren op mijn eigen verhaal - voordat straks zelfs de spamrobots adressen van psychiatrische klinieken aan gaan raden: bovenstaande is uiteraard enigzins overdreven. Vooralsnog voel ik mij niet gestoord.
4 Bas // Nov 15, 2009 at 15:33
Ik snap niet dat je de dag chagrijnig begint. Wat is nou beter voor je humeur dan (uren te vroeg) wakker te worden gezongen door je broertje?
5 vincent // Nov 26, 2009 at 12:02
Misschien een idee om een ‘gewone’ tandenborstel te kopen?
Leave a Comment