Liekerair » Zonder rubriek » Schone handen
Schone handen
“Heb je schone handen Liek?”
Wanneer was de laatste keer dat iemand me gevraagd heeft of ik mijn handen wel gewassen heb? Ik weet het niet meer. Het moet mijn oma geweest zijn, voor het eten, oma’s willen immers altijd schone kleinkinderen aan tafel hebben. Nu werd me deze vraag echter gesteld in de bibliotheek. Zelfs bij mijn vorige bijbaantje in de slagerij, al ruim tweeëneenhalf jaar geleden maar ik heb het nooit weten te verdringen, is het me niet eenmaal gevraagd. (Waarmee ik niet wil suggereren dat het daar een smerige boel was. Voor de klant was alles keurig netjes.) Maar nu zijn we in de bibliotheek en iedere buitenstaander vraagt zich vanzelfsprekend en terecht af waarom schone handen in godsnaam van belang zouden zijn tussen vieze boeken. Ik, ik weet precies wat er bedoeld wordt met deze vraag. “Schone handen? Oh, die nieuwe van Karel, euhm, René Appel, die topper toch? Ja, hier heb ik ‘em!”
Om geen rijke collectie psychosociale stoornissen te ontwikkelen in de bieb, is het van belang onderscheid te kunnen maken tussen fictie en non-fictie. Dat vergaat me doorgaans goed. Als iemand “chaos!” of “onrust!” naar mijn hoofd slingert, is er doorgaans geen sprake van ordeloze boekenbergen in m’n hok maar van een klant die zijn tijd met plezier wil verspillen aan de zoveelste treurige thriller van het slecht klinkende schrijversduopseudoniem Escober. (Een vreselijk genre, die literaire thrillers van al die vrouwelijke Nederlandse schrijfsters. Maar altijd geldt, ‘vreselijk’ wil ook gelijk zeggen ‘vreselijk populair’.)
Nog zo’n veelgehoorde: “Lieke, slaap met me, alsjeblieft!” Waar een ieder van een ander bedrijf onmiddellijk een klachtenbrief over onzedelijke verzoeken op de werkvloer zou opstellen, pluk ik na een glimlach en een “maar natuurlijk!” een net ingeleverde roman van de kar.
Op de vraag “Whisky?” antwoord ik niet dat ik toch liever thee heb, zonder suiker, maar duik ik in de bak dvd’s om een speelfilm boven water te brengen.
Één keer, slechts één keer heb ik mis gezeten. Mijn aandacht was toen dan ook vooral ergens anders: Ik liep te hinkelen, strompelen en wankelen vanwege onverklaarbare opeens opgetreden pijn in mijn rechterknie die ochtend. Of ach, het viel in principe wel mee hoor – ik kon hem alleen maar niet meer bewegen. Waarschijnlijk het resultaat van drie dagen banjeren door Berlijn op nieuwe, niet goed zittende schoenen. (Vermoedelijk te vlug gekocht om zo snel mogelijk de schoenenwinkel weer uit te zijn.)
“Op slot, Liek?”
“Oh, de laatste Bernlef…net gezien…staat al in de kast als het goed is.”
“Mooi…, mooi hoor Maar eigenlijk had ik het over je knie.”
Filed under: Zonder rubriek


Meteen even gekeken of er al “een nieuwe” was. En ja hoor. Nu alleen nog aan mij de taak om onderscheid te maken tussen fictie en non-fictie.