Tivoli Oudegracht, 16 oktober 2008
Een ronduit achterlijk verschijnsel neemt deze druilerige donderdag bezit van de voorste rijen in de concertzaal, te weten de zichzelf belangrijk achtende amateuristische kiekjesschieter wiens apparatuur duidelijk indrukwekkender is dan zijn fotografisch inzicht. Natuurlijk kan één zo’n wanfiguur niet een hele ruimte voor het podium bezet houden: We hebben hier te maken met meerdere van zulke ellendelingen die onafgebroken op de sluiterknop drukken, en dat niet eens op de maat van de muziek. Niets mis met één of twee bescheiden fotografen, maar geen stap kunnen zetten zonder voor het hoofd gestoten te worden door een telelens van een halve meter is vrij vervelend. Wat mij ook voor het hoofd stoot is de aandacht van het publiek voor de muziek, of beter gezegd het gebrek daaraan. De visuele aspecten daarentegen worden wél onafgebroken becommentarieerd. “Godsamme wat heeft die gitarist wel niet gerookt zeg, knetterstoned die gozer, een Amerikaan is ook eens in Nederland zeg…” is een genuanceerde opmerking vergeleken bij het eveneens veelvuldig gehoorde “gadverdamme wat een spuuglelijk wijf, die achtergrondzangeres.”
Het is geen seconde rustig in het niet-uitverkochte zaaltje. Voel het verschil met de sfeer in dezelfde ruimte op 22 maart van dit jaar: Toen uitverkocht en muisstil, nu halfleeg en rumoerig. En wat is dat toch dat ik daar de hele tijd hoor piepen en knarsen? Ah, rollatorwieltjes. Jazeker, ook hier weer is het aandeel ouderen groot en dat verbaast mij op zich niets - het laatste concert waar ik voornamelijk leeftijdgenoten trof moet de Bassie & Adriaan spektakelshow uit 1992 zijn geweest. De brutaliteit van deze veertigplussers verbaast mij echter wel. Achter mij staat een luidruchtige vrouw voor wie het een hele belevenis is een concertzaal van binnen te zien. Ze tettert aan een stuk door tegen haar ietwat opgelaten ogende vriendin. “Let op,” voorspel ik, “straks gaat ze zingen en dansen op het irritante af.” Mijn heldere blik had alleen niet kunnen voorzien dat deze mevrouw er ook een is van het type dat denk dat bij een concert het publiek centraal staat in plaats van de muzikant. Na elk nummer brult ze iets naar het podium. “Doe joe riemember parradiezo!? In mee ov diz jeer, joe riemember det!?” Naarmate het concert vordert worden de kreten hoger van toon en simpeler van stof. “Oeeeeeeeeeeh! Ieeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee!” Een korte situatieschets dus: Voor mijn neus een levensgroot fototoestel waar bij nadere bestudering ook nog een mannetje achter blijkt te zitten en achter mij een hysterische huisvrouw die laat horen dat ze nog kan gillen als een vijftienjarige, daarbij mijn trommelvliezen beschadigend.
De dag erop onderneem ik een internetspeurtocht naar gemaakte foto’s. Als het resultaat bewonderenswaardig is, zal het misschien eventueel wellicht voorstelbaar zijn dat ik mogelijk overweeg er over na te denken of ik de zichtbelemmerende beeldmakers ooit een beetje vergeef. Helaas. Ik tref zo’n driehonderd maal hetzelfde plaatje met als enige verschil af en toe een andere kleur licht. En niet één foto van die arme achtergrondzangeres.
Eindoordeel
Kernwoorden: Flitsend, respectloos, fluitketelgeluiden
Score op een schaal van één tot vijf: **
Het Nederlandse publiek krijgt een herkansing op: 3 november, Ahoy.


4 responses so far ↓
1 KITTY // Nov 2, 2008 at 22:15
DIT MOET JE ZIEN BERG
http://www.youtube.com/watch?v=jmR0V6s3NKk
2 Rick // Nov 3, 2008 at 12:33
Aaaaaw
3 KITTY // Nov 13, 2008 at 23:00
bekijk 23, 24 en 25 oktober eens!
http://doyouknowflo.nl/
4 dM5.1 // Dec 5, 2008 at 14:26
Ja. Het Nederlandse publiek. Danst niet. Laat zich niet gaan. Staat erbij, kijkt ernaar, de armen over elkaar. Als waren deze een schild dat de heftigste rock & roll veilig buiten houdt. Stel je voor dat je ongeremd gaat doen.
Irritant hoor. Maar wat om me heen staat, besmet me. Daarom lukt het mij vaak ook niet om er lekker in te komen.
Noch de artiest, noch het publiek zou centraal moeten staan. Je moet er samen een feestje van bouwen.
Leave a Comment