Heineken Music Hall, 23 januari 2009
“Oh, je mag geen vuurwerk mee naar binnen nemen,” zei ik in de trein tegen mijn broertje, uit verveling de meer dan voor de hand liggende huisregels op de achterkant van het concertkaartje voorlezend. Vuurwerk zou er een uur later bij het fouilleren ook niet uit zijn jas tevoorschijn komen. Dat niet nee.
Het grote voordeel aan een concert in de Heineken Music Hall ten opzichte van een zaal als Tivoli Oudegracht is dat er geen flitsende fotografen voor je neus staan te dringen. De paar arme sufferds die niet op de hoogte zijn van het feit dat foto-, film- of andere opnameapparatuur niet is toegestaan hier, krijgen van de fouillerende bewaker een bonnetje waarmee ze hun tijdelijk in beslag genomen camera na het concert weer op kunnen halen.
De bewaking treft in mijn tas slechts een stapel aantekeningen literatuurgeschiedenis aan en concludeert dat dit geen gevaar voor de veiligheid kan vormen. Ik loop door maar draai me gelijk weer om als ik me realiseer dat broer Bas nog niet door de controle heen gekomen is. De fouillerende man heeft zojuist iets uit zijn jaszak gevist en het is geen fototoestel. Oh jee. Ooooh jee. Met een beetje pech wordt dat geen concert vanavond.
Maar we mogen erdoor. Zonder het verboden voorwerp weliswaar. “Waarom neem je zoiets dan ook mee man?” “Ja ik was het kwijt. Het zat dus in mijn jaszak.” Die jas geven we af aan de uitzendkracht bij de garderobe. Duurt een minuut of tien. Om bepaalde redenen ga je jezelf toch afvragen waarom de garderobemensen van de Heineken Music Hall op hun shirt “Tempo-Team” hebben staan.
Het grote nadeel aan een concert in de Heineken Music Hall ten opzichte van een zaal als Tivoli Oudegracht is dat er veel mensen zijn, heel veel mensen zijn. En uit ervaring weet ik dat nogal wat van die mensen bij dit concert van het type biergooier is. Bier schijnt goed te zijn voor je haar. Er zijn mensen die naast een fles shampoo ook nog een blikje bier in de douchecabine hebben staan. Bier over je hoofd heen krijgen zal best een futloos kapsel prachtig glanzend maken, op mijn stralende humeur heeft het een omgekeerd effect. Vier jaar geleden maakte ik in dezelfde hal, bij dezelfde band, op vijftienjarige leeftijd kennis met het fenomeen biergooien. Ik begrijp het nog steeds niet. Al gauw zal blijken dat er wel meer is wat ik niet begrijp aan het publiek van deze avond.
Ondanks het rookverbod hangt er binnen no time een wietlucht in de hal. Met de inmiddels belachelijk hoge concertprijzen zou je toch zeggen dat de organisator inmiddels genoeg geld moet hebben om het bewakingsteam uit te breiden met een roedel hasjhonden. Of om te investeren in wat meer tempo in het jassenteam.
Het gemiddelde publiek van deze band heeft een lengte van een centimeter of honderdtachtig. Daar kan het publiek zelf verder ook niks aan doen. Maar misschien had de lange medemens wat meer op kunnen passen met wilde armbewegingen. Om mij heen stonden een paar gasten die het halve concert bezig waren met maar één ding: Het roepen van het biermannetje, een jongen met een soort biertank op zijn rug die zich drie uur lang door het publiek heen moet voortbewegen om bier te verkopen. Het biermannetje reageerde niet snel op het geroep. Zeker eentje van Tempo-Team.
Gelukkig werd er op het podium zó geweldig gaaf gespeeld dat ik de elleboogstoten tegen mijn met bier besprenkelde hoofd vaak niet eens meer opmerkte. Vanaf de eerste paar akkoorden verdween het grootste deel van mijn irritatie en agressie. Toch is het maar goed dat er grondig gefouilleerd werd bij binnenkomst. Die boomlange biergooiers maakten dat ik graag wat honderdtachtigers gegooid had met de dartpijltjes die de bewaker uit mijn broertjes jaszak had gevist.


2 responses so far ↓
1 Wilma // Jan 23, 2009 at 16:22
De HMH heet niet voor niets in de volksmond de bierhal.
2 Carla // Jan 25, 2009 at 10:13
De reclameterm “Dat is er één van TempoTeam” heeft nu een hele nieuwe betekenis!
Leave a Comment