Liekerair » Zonder rubriek » Pootentie
Pootentie
Er zijn verschillende redenen waarom ik al drie jaar lang bij de bibliotheek blijf werken, de soms vermoeiende conversaties met klanten voor lief nemend. ‘Vermoeiend’? Jazeker. Ik weet dat er het algemene beeld heerst van een bibliotheek als rustige, stille plaats waar personeel vast ook wel niet veel beters te doen heeft dan een beetje zitten, rondsloffen en flapteksten van boeken lezen, maar dit idee is achterhaald. De fysieke inspanning van het voortdurend af en aan lopen met boeken is nog wel te hebben, maar het is de mentale vermoeidheid die al snel toeslaat.
Neem nou pas: op het moment dat ik twee Houellebecqs en een Hermans terug op hun plek zet, en even kijk of Nick Hornby eindelijk weer eens uitgeleend is, vraagt een klant – jaar of 15, een blik die verraadt dat hij het stiekem een beetje eng vindt hier tussen al die boeken – of hij me wat mag vragen. Tot zover verloopt het gesprek nog vriendelijk. Dan: “waarom staat Harry Potter hier niet, in de computer stond dat hij er wél moet zijn en hij is hier niet, dat klopt niet, er stond dat hij er wél moet zijn!”
“Je kijkt bij de H…maar de romans staan hier op achternaam van auteur.”
Een paar seconden blijft het stil. Ik realiseer me dat ik mijn woordkeus moet aanpassen. “De boeken staan op achternaam van schrijver.”
“Oh. Oké. Ik snap het, natuurlijk, wat dom van me – ik moet bij de P kijken!”
Vermoeiend, begrijpt u.
Toch pieker ik er niet over om een andere baan te zoeken. Schijnt trouwens lastig te zijn tegenwoordig, een nieuwe baan vinden. Dé verklaring daarvoor is natuurlijk de crisis, of het verwijt dat werkelozen gewoon te lui zijn om iets anders te doen dan lekker teren op overheidsgeld. Maar niets is minder waar, ontdekte ik pas. Geen wonder dat zoveel werkelozen moeite hebben met het zoeken en vinden van een passende baan. Dat ligt niet aan de werkeloze. Dat ligt óók niet aan de crisis. Dat ligt aan de om personeel verlegen zittende bedrijven zelf: men is te veeleisend.
Vlak voor mijn vakantie hing er een groot vel papier tegen de ruit van het bloemenstalletje op station Nijmegen. Er werd iemand gezocht, maar niet zomaar iemand. “Gezocht: creatieve duizendpoot.”
Juist. Een creatieve duizendpoot voor het bloemstalletje. Wat de werkgever dan dus in feite vraagt, is iemand die kan naaien, breien, borduren, quilten, punniken, spinnen, weven, macrameeën, figuurzagen, fimo-kleien, pottenbakken, origamiën, aquarelleren, striptekenen, schminken, fotograferen, vingerverven, houtbewerken, ponsen, scrapbooken, patchworken, scoubidoutouwtjes knopen, linoleumsnijden, etsen, graveren, embossen, patroontekenen, papiermachéën, kalligraferen, sierprikken, tamponeren, glasblazen, molasnijden, photoshoppen, metaalgieten, mozaïeken, schilderen op nummer, textielverven, kralen rijgen, portrettekenen, keramiek decoreren, kaleidoscoopvouwen, zandschilderen, interieurontwerpen, gipsgieten, kastanjemannetjes maken, modelbouwen, legoën, graffitispuiten, ballonvouwen, krimpie-dimpieën, glas-in-loodbeschilderen, sjabloneren, modeontwerpen, architectureren, poppenkastspelen, kantklossen, componeren, theezakjesvouwen, brooddeeg boetseren en schrijven. Minstens. Geen wonder dat niemand het zelfvertrouwen heeft om te solliciteren. Ook ik dacht altijd dat alleen kunnen bloemschikken wel zou volstaan. Wacht, misschien is dat wel wat er bedoeld wordt: je moet sneller kunnen bloemschikken dan je schaduw, alsof je duizend poten hebt. Maar nog aannemelijker lijkt me dat deze fleurige maar belachelijke uitdrukking in de advertentietekst is opgenomen om het feit dat het een doodsaai baantje is te verbloemen.
Filed under: Zonder rubriek


Dat laatste woord doet ‘t ‘m: verBLOEMen…
Fantastisch stukje Lieke!
Degene die hierboven een opmerking heeft geplaatst ken ik niet, dus kan ik er lekker kritiek op leveren.
Wat je nu doet is echt het dodelijkste voor leuke creatieve dingen dat er bestaat, namelijk de mop/het taalgrapje uitleggen en net denken dat de rest net zo traag en slecht van begrip als jij zelf bent.
Leuk he, dat anonieme internet
(Hierboven staande uitspraken moeten niet persoonlijk worden aangetrokken en zijn door de creatie bas verwoord en is niet de mening van de schrijver zelf. Als u zich toch aangesproken voelt (wat dan waarschijnlijk vreselijk terecht is) heeft u pech)
Omdat ik ook Bas niet ken, kan ik er weer lekker op terug reageren.
Ondanks dat het uitleggen van taalgrapjes zeg maar echt niet mijn ding zijn, vond ik dit toch wel zo geestig, dat ik mezelf niet kon tegenhouden. Ik weet niet of mij dat nou meteen traag van begrip maakt – ik wilde alleen aan Lieke laten weten dat ik haar stukje erg leuk vond. Wellicht is zo’n reactie voor Lieke leuker dan een kritische reactie op de reageerder, denk je ook niet, Bas?