Het staat vast dat er geen vaststaand antwoord bestaat op de vraag wat aantrekkelijk is, maar er is in ieder geval één groep op deze wereld die mij beschouwt als het summum van begerenswaardig, het lekkerste van het lekkerste, het allerattractiefst en –appetijtelijkst: de mug. Leg mij met honderd andere mensen in één zaaltje waarin zich enkele vrouwtjesmuggen met een kinderwens bevinden en van al die mensen zal ík degene zijn waar deze vampiristische wezens hun zuigsnuit in willen steken met het doel eitjes aan te kunnen maken.
Een beetje jammer dus dat mijn voor muggen paradijselijke lichaam wat overgevoelig reageert op de beten van deze beestjes: nadat zo’n zoemende zuiger zich aan mijn bloed tegoed heeft gedaan, ontstaat er bij mij een abnormaal grote bult of plek die zich na een paar dagen ontwikkelt tot een soort smerige blaar – tenzij ik een pilletje inneem. U begrijpt, mij bij mijn lot neerleggen en de mug een avondje lekker doorzakken gunnen, dat doe ik niet zomaar.
Een nacht of twee geleden was het wederom raak en had ik, muggenmagneet, weer eens nachtelijk gezelschap van zo’n bloeddorstig insect. Zodoende zat ik om kwart over twee ’s nachts, gewekt door een combinatie van gezoem in mijn oor en jeuk aan mijn arm, met een vacuümpompje het muggengif uit mij te zuigen. De kleine nachtrustverstoorder was in geen velden of wegen meer te bekennen maar liet zich uiteraard weer zien – of beter gezegd, horen – juist op het moment dat ik alweer zo lang met stilte om me heen in bed lag dat ik de mug als verdwenen beschouwde. Het gezoem ging maar door. ‘Steek me maar, steek dan, prik me helemaal lek maar laat me in godsnaam slapen, hou in godsnaam op met dat gezoem’ probeerde ik wanhopig naar mijn stalker te telepatheren maar het beestje kende geen genade. Dan maar slapen op de bank.
Gisternacht: preventieve maatregelen. Ik bespuit mijzelf van top tot teen met een citronellageurig goedje. Amper heb ik de spray weggezet, amper heb ik mijn lampje uitgeknipt en amper…zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz. Lampje weer aan, kijk om me heen, daar zit mijn belager doodleuk op de muur boven mijn bed de triomfantelijke humeurverpester uit te hangen. Misselijk van mijn eigen citronellageur grijp ik een of ander belabberd universiteitsblaadje, sluip, háál úít, SLA! Weg is het beest, en het zit niet onderaan mijn papier gekleefd – nergens meer te bekennen, de Hans Klok van het dierenrijk. Hij kan maar één kant uit zijn en dat is onder mijn bed. Ongelofelijk dat er kinderen zijn die angst hebben voor krokodillen die zich op die plek bevinden – voor zo’n reptiel kun je tenminste nog een dierentuin bellen en je haalt er ongetwijfeld de krant mee ook. Nee, dan mijn mug.
Ik blijf wachten tot de uitmuntende verstoppertjespeler zich weer op de muur vertoont, buut vrij!, zodat ik hem genadeloos kan verpulveren. Natuurlijk werkt dit zo niet, als je ergens op zit te wachten gebeurt het niet, en nét als je het niet meer verwacht…alweer bijna in slaap gevallen, lampje al lang uit gedaan, zzzzzzzzzzzzzzzzz. De bank maar weer. Met de wetenschap dat ik mij al door een beetje gezoem naar de bank kan laten jagen, is het niet moeilijk om te raden welke rol ik later in echtelijke ruzies zal aannemen. Niet die van dominante bedbezetter.
Als ik tegen de ochtend terug mijn eigen bed in kruip – de ervaring leert mij dat muggen op wonderbaarlijke wijze tegen de ochtend weer verdwenen zijn, als ware het werkelijk vampiers – lijkt de rust wedergekeerd. Na nog een klein uurtje slapen word ik wakker, krabbend aan mijn been: jawel, het is weer vacuümpomptijd! Vanaf de op dit moment nog perfect witte muur grijnst de nu ongetwijfeld volledig verzadigde mug naar me, het ondier is dik geworden sinds de laatste keer dat ik hem probeerde dood te meppen. Het volgevreten vadsige beestje vliegt vast niet zo snel meer nu en voor de mug het weet is mijn voorheen zo perfect witte muur besmeurd met mijn eigen bloed. Goed, er zijn ook nog een paar pootjes en een zuigsnuit te onderscheiden, voor de muggenzifters.
Olifant
augustus 13th, 2009 · 3 Comments
Tags: Zonder rubriek


3 responses so far ↓
1 Maarten // Aug 14, 2009 at 17:44
Weet wat je bedoeld… Alleen krijg ik geen ‘abnormaal grote bult of plek die zich na een paar dagen ontwikkelt tot een soort smerige blaar’. (gelukkig maar)
Maarja, Leuk stukje!
2 Tim // Aug 14, 2009 at 23:03
Ik leef met je mee. Die bulten kunnen me trouwens meestal geen zak schelen, het is het gezoem waardoor ik die kutbeesten (want dat zijn het!) zo haat. Ja, in sommige gevallen mag je grof zijn. In jouw geval kan ik me voorstellen dat óók de bulten voor aversie jegens muggen zorgen. Sowieso mag ‘vervelende muggen’ een pleonasme genoemd worden.
3 Iris // Okt 18, 2009 at 14:33
Ik wilde eigenlijk een heel groot compliment geven voor de bijzonder grappige omschrijving ‘de Hans Klok van het dierenrijk’, toen ik me bedacht dat de mug niet tot het dierenrijk behoort.
Maar wel veel originele synoniemen!
Ik heb er trouwens ook altijd last van, behalve toen ik een keer op een slaapzaal lag met een neger. Fantastisch; blijkbaar heeft dat nog net iets meer aantrekkingskracht op die schatjes:D.
Leave a Comment