<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!-- generator="wordpress/2.3" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>Liekerair</title>
	<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress</link>
	<description>(omdat 'literair' wellicht wat pretentieus is)</description>
	<pubDate>Sat, 29 May 2010 07:12:25 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.3</generator>
	<language>en</language>
			<item>
		<title>The winner takes it all</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/the-winner-takes-it-all/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/the-winner-takes-it-all/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 May 2010 20:54:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/the-winner-takes-it-all/</guid>
		<description><![CDATA[Laten we niet te moeilijk doen door een ellenlange omschrijving van datum, tijdstip, weersomstandigheden, treincoupénummer en bestemming te geven: ik zit gewoon in de trein. Uit de oordoppen van mijn iPod klinkt, op een bescheiden geluidsniveau, een cd van Bram Vermeulen over een man die in de trein naar Den Haag zit. Niks denken niks [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Laten we niet te moeilijk doen door een ellenlange omschrijving van datum, tijdstip, weersomstandigheden, treincoupénummer en bestemming te geven: ik zit gewoon in de trein. Uit de oordoppen van mijn iPod klinkt, op een bescheiden geluidsniveau, een cd van Bram Vermeulen over een man die in de trein naar Den Haag zit. <em>Niks denken niks moeten niks willen niks bewegen niks doen</em>, <em>laat gaan, laat gaan. </em>(Voor de goede orde, Bram Vermeulen was een muzikant – mocht u nu de indruk gekregen hebben dat hij een befaamd meditatiegoeroe is.)<br />
<span>   </span>Ik lig lekker met mijn ogen dicht naar de muziek te luisteren als mijn toch welhaast meditatieve toestand ruw verstoord wordt door ander, onheilspellend geluid: op de stoelen achter mij zitten twee mannen die indien gewenst beschreven zouden kunnen worden met een reeks weinig welvoeglijke bijvoeglijk naamwoorden, en één van die twee dikke onwelriekende mannen van middelbare leeftijd heeft zijn telefoon of een daarop gelijkend apparaat tevoorschijn getoverd en laat nu naar ik meen Van Dik Hout door de eersteklas coupé schallen - maar het kan ook andere Nederlandstalige dertien in een dozijn-troep wezen. Op de twee dikke onwelriekende mannen van middelbare leeftijd na, lijkt niemand in de omgeving dit een verrijking van de reis te vinden. Dit heeft het duo echter niet in de smiezen. <span> </span><br />
<span>   </span><em>Rot op, ga weg, rot op, ga weg, </em>zingt Bram intussen. Althans, dat meen ik – het is meer dat ik wéét dat hij dat zingt, want erg veel valt er niet meer van te verstaan, zo luid is de achtergrondmuziek. Na een paar minuten kom ik tot de constatering dat de man in kwestie niet van plan is uit eigen beweging het etaleren van zijn wansmaak te staken. (Bram gaat uit zijn dak. <span> </span><em>Sodemieter op sodemieter op sodemieter op sodemieter op sodemieter op</em>.) Nou vind ik het, toegegeven, doodeng om mensen aan te spreken, al helemaal vreemde mensen, al helemaal vreemde mensen in de trein, en al helemáál overlast veroorzakende vreemde mensen in de trein, <span> </span>al scheelt het wel dat dit twee uiterlijk volwassen mannen zijn en geen opgeschoten gasten met hun petjes achterstevoren op hun lege hoofden geplant. Desalniettemin kan ik mezelf er niet toe zetten er iets van te zeggen (hoe maak je aan iemand duidelijk dat hij een asociale randdebiel is, zonder zelf asociaal over te komen?) dus besluit ik af te wachten, wellicht zou er toevallig een conducteur passeren die subtiel zou wijzen op het bordje met het verbod luide muziek te spelen.<br />
<span>   </span>Die conducteur die komt niet. De andere mensen in de coupé kijken wel geïrriteerd opzij om het geluid te lokaliseren (aan hun blikken zie je dat ze aanvankelijk denken dat het uit mijn mp3-speler komt) maar ondernemen eveneens niets. <em>Maar het kan nog erger</em>, zegt Bram. De voor zijn leeftijd van veel te hippe apparatuur voorziene man schakelt over naar een volgende zeikhit, die ik al snel weet te identificeren - al probeer ik mij hardnekkig te concentreren op mijn eigen muziek, dat kan niet voorkomen dat de klanken van ABBA&#8217;s &#8216;Knowing me, knowing you&#8217; tot me doordringen. Ik werk de hele dag, ik werk de hele nacht en rustig in de trein zitten is er niet eens meer bij. Is het niet treurig? Misschien moet ik vertrekken, ergens anders heen gaan. Las Vegas of Monaco. Een fortuin winnen bij een spelletje, zodat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Wil niemand me helpen de schaduw die over deze coupé hangt te verjagen? S.O.S! Mensen overal, een sfeer van verwachting hangt in de lucht. Dus ik neem een besluit, er moet een einde aan komen.<br />
<span>   </span>In een soort reflex haal ik de doppen uit mijn eigen oren, draai ik me om en zeg op mijn meest sarcastische toon – maar zonder dat dit overhelt naar onbeschoftheid: “Sorry, maar ik hou niet zo van ABBA. Zou het afkunnen?” Nadat de man zijn opengevallen mond weer dicht heeft weten te krijgen, opent hij die weer om zijn excuses aan te bieden en zet hij de muziek af. Het blijft stil. Twee minuten. Drie minuten. Ik kijk eens om. Slechts één blik en ik kan een belletje horen rinkelen. Ring, ring. Ik had het kunnen weten, feitelijk wist ik op het moment dat ik mijn woorden uitsprak al wat er zou gaan gebeuren. Ik was verslagen, hij won de oorlog. Ik kon niet ontsnappen, zelfs al wilde ik – ik heb al mijn kaarten gespeeld, er<span> </span>valt niets meer te zeggen, er is geen aas meer te spelen. Starend naar het plafond van de trein wens ik dat ik ergens anders was. Ik had het kunnen weten – mensen die al niet in staat zijn om aan te voelen dat het uiterst ongepast en irritant is om luide muziek te spelen in de trein, zijn al helemaal niet gevoelig voor boodschappen als de mijne. De dikke onwelriekende man van middelbare leeftijd heeft na drie minuten door zijn telefoon te bladeren een volgende zeikhit gevonden waarvan hij denkt dat ik die wél kan waarderen. Wanneer ze de trein verlaten, wensen de mannen me nog een prettige reis toe. Ik heb medelijden met mijzelf, voel me stom en voel me klein. Mijn trein, dat weet ik zeker, verliet precies op tijd het station weer.<o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/the-winner-takes-it-all/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Niet uit m&#8217;n kop</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/niet-uit-mn-kop/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/niet-uit-mn-kop/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Mar 2010 13:56:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/niet-uit-mn-kop/</guid>
		<description><![CDATA[(Schrijfopdracht voor een cursus van de Honours Academy: column van 400 woorden.)
Het was de Volkskrant van 3 februari waarin voor het eerst sinds lange tijd weer echt nieuws gebracht werd. Wat zeg ik, nieuws – een openbaring, een paradigmaveranderend bericht. Naar aanleiding van de karrenvracht kritiek op de tekst van de Nederlandse songfestivalinzending, reveleerde Pierre [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 8pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><em>(Schrijfopdracht voor een cursus van de Honours Academy: column van 400 woorden.)</em></span></p>
<p>Het was de Volkskrant van 3 februari waarin voor het eerst sinds lange tijd weer echt nieuws gebracht werd. Wat zeg ik, nieuws – een openbaring, een paradigmaveranderend bericht. Naar aanleiding van de karrenvracht kritiek op de tekst van de Nederlandse songfestivalinzending, reveleerde Pierre Kartner alias Vader Abraham: “Ik had ook een slimme tekst kunnen maken, die door Neerlandici wordt gewaardeerd - dat kan ik, hoor! Ik heb er platen vol van, maar die heb jij niet, hè?”<br />
<span>   </span>Welwillend als ik ben, zal ik niet onmiddellijk ter discussie stellen hoe de beste man bij deze uitspraak komt. Mogelijkerwijs weet hij daadwerkelijk waar Neerlandici zich mee bezighouden, of kent hij er zelfs eentje. Om erachter te komen waar Vader Abraham de mosterd haalt, zullen zijn teksten aan een klein onderzoek onderworpen moeten worden.<br />
<span>   </span>Hier ligt echter al het eerste probleem. Teksten van Vader Abraham die potentieel dieper gaan dan gerijmel met het woord ‘waterkraan’, zijn slecht beschikbaar. Je zou kunnen stellen dat het feit dat geen uitgever ooit de moeite heeft genomen Vadertjes teksten te bundelen, al iets aangeeft over de literaire waarde hiervan. Het al dan niet in boekvorm uitgeven van liedteksten zegt echter niets: zo verkoopt het verzameld geneuzel van Frank Boeijen zeer goed en zal het ongetwijfeld niet lang meer duren totdat de pseudopoëzie van de grootste Bluffers uit Zeeland ook bijeen gebracht wordt in een bundeltje, terwijl het gros van de liedteksten die wél door Neerlandici gewaardeerd worden niet verder komt dan een afdruk in een cd-boekje.<br />
<span>   </span>Het tweede onderzoeksbelemmerende obstakel is de vaagheid over wélke platen dan precies gewaardeerd zouden worden door Neerlandici. Na enig googelen stuit ik op een lange lijst tekstuele hoogstandjes van Vader Abrahams hand: zeer beeldende titels van ‘Als je inlegkruisje maar goed zit’ tot ‘We hebben allemaal een neus’, maar het is natuurlijk wel erg gemakkelijk om zo op een voorbeeld te stuiten van een tekst waar zelfs de smurfen zich voor zouden schamen – zolang de heer Kartner niet concreet aangeeft welke platen het meeste vernuft tentoonspreiden, valt zijn uitspraak noch te onderschrijven, noch te ontkennen.<br />
<span>   </span>De kwestie gaat niet uit m’n kop, ik sta d’r ’s morgens mee op. Kartner doet er voor mijn gemoedsrust goed aan om te vertellen welk van zijn teksten ik zou kunnen waarderen. Al rest er natuurlijk altijd nog één mogelijkheid: het genie van Vader Abraham is zo onmetelijk groot dat Neerlandici niet in staat zijn het te herkennen.<o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/niet-uit-mn-kop/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Nogkeer, nogkeer!</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/nogkeer-nogkeer/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/nogkeer-nogkeer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 21 Jan 2010 19:20:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/nogkeer-nogkeer/</guid>
		<description><![CDATA[,,Not everyone in New York would pay to see Andrew Lloyd Webber.”
Crowded House – ‘Chocolate cake’
Rond je twintigste moeten je meeste muzikale voorkeuren en gewoontes wel vastliggen, geloof ik. Zo ga ik bijvoorbeeld graag en vaak naar popconcerten, maar zul je mij niet opgewonden langs de kant van de weg aantreffen als de plaatselijke carnavalsfanfare [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>,,Not everyone in New York would pay to see Andrew Lloyd Webber.”<br />
Crowded House – ‘Chocolate cake’</em></p>
<p>Rond je twintigste moeten je meeste muzikale voorkeuren en gewoontes wel vastliggen, geloof ik. Zo ga ik bijvoorbeeld graag en vaak naar popconcerten, maar zul je mij niet opgewonden langs de kant van de weg aantreffen als de plaatselijke carnavalsfanfare voorbijtrekt om een stevig staaltje hoempapaherrie door de straten te blazen. Er zijn nou eenmaal zaken waar ik wél van hou en zaken waar ik niet van hou, en ik voel mij nooit zo geroepen om krampachtig te proberen tóch van zaken uit die laatste categorie te gaan houden. Om de zoveel tijd duikt er echter iemand op die met een “eens moet de eerste keer zijn” of “het is gratis, dus wat maakt het uit” probeert mijn culturele consequentie te doorbreken.<br />
   Om een lang verhaal vol ‘ja maar…’ van mijn kant kort te maken, voor ik het wist was ik het Utrechtse Beatrixtheater in gepraat. Wellicht voelt u hem al aankomen – zo niet, dan wel als ik er melding van maak dat het betreffende theater eigendom is van Joop van den Ende Theaterproducties. Mij was opgedragen maar eens een keertje niet zo cynisch te doen, bovendien, het zou wel eens bij kunnen dragen aan het opkrikken van het abominabele niveau van mijn Bijbelkennis.  Mijn protesten dat ik de eerste Bijbel nog moet tegenkomen waarin gesproken wordt van een <em>amazing technicolor dreamcoat</em> kregen geen gehoor. Ik moest eraan geloven.<br />
   Waar ik een zaal had verwacht vol Albert Verlindes, tv-talentenjachtlievende tienermeisjes en buurvrouwen die sinds het ter ziele gaan van <em>De 5 uur show</em> en <em>Koffietijd</em> hun vertier elders hadden moeten zoeken, trof ik in werkelijkheid vooral gezinnen aan, in veel gevallen zelfs compleet met oma. We hadden hier dus te maken met een onvervalste vorm van familievermaak, wat doorgaans inhoudt dat de voorstelling soft genoeg moet zijn om de tere kinderzieltjes geen deuken te bezorgen en eveneens de ouderen onder ons voor een hartverzakking te behoeden.<br />
   Nadat ik met wetenschappelijke belangstelling het voldruppelen van de zaal had bestudeerd – in hoeverre is er negatieve correlatie tussen het aantal minuten dat een persoon nodig heeft om de op het kaartje aangegeven zitplaats te vinden en diens intelligentiequotiënt? – ging het licht uit en zette ik me schrap. Dit werd het moment van de waarheid. Want, zoals mijn broertje zegt: “ik ga dus nooit naar een musical hè, wat moet je nou als je het leuk gaat vinden, dan heb je een probleem.”<br />
   En warempel, de eerste tien minuten waren wat onwennig maar toen begon ik er voorzichtig een beetje lol in te krijgen. Mijn idee van een musical was altijd dat liedjes afgewisseld werden met ‘gewoon’ acteerwerk, maar dit geval bestond uit louter liedjes – dat hield de vaart erin. Bovendien zaten er hier en daar slimme grapjes in, waaronder enkele erg geestige anachronismen. Zelfs het decor zat verbazingwekkend knap in elkaar. Ja, af en toe kromden mijn tenen door ronduit krakkemikkige zinnen in de liedteksten, of ergerde ik me aan de vocale aanstellerij, maar het onmogelijke gebeurde: misschien waren het de kleurrijke kostuums, of de zó gladjes en ongetwijfeld volgens een formule gecomponeerde maar daarom niet minder aanstekelijke melodieën, in ieder geval, ik werd er vrolijk van.<br />
   Betekent dit dat ook ik nu hopeloos verloren ben en vanaf nu <em>Op zoek naar Mary Poppins</em> ga volgen? Dat ik het Beatrixtheater net zo vaak van binnen zal gaan bewonderen als Tivoli? Neen, neen. Dat ik er vrolijk van werd, dat ik het niet compleet onaangenaam vond, dat neemt niet weg dat het fenomeen musical een vorm van oppervlakkig vermaak is. Ik weet niet precies waarom ik dat zo ervaar. Het kan vrolijk maken, het kan sommige mensen ongetwijfeld ontroeren…wacht, misschien is dat het! Het speelt in op de <em>emoties</em>, maar niet op het intellect. Uiteraard kom ik nu vast over als een elitaire wijsneus, maar ik zal het proberen uit te leggen.<br />
   De voorstelling bestond weliswaar geheel uit liedjes, maar hierbij moet ik vermelden dat dit niet wil zeggen dat elk liedje slechts eenmaal ten gehore gebracht werd. De simpele doch aanstekelijke melodieën werden vaak herhaald. Het besef dat <em>herhaling</em> een sleutelwoord in deze musical was, drong goed tot me door op het moment dat de voorstelling naar mijn idee gewoon <em>klaar</em> was, maar de complete cast nog een vol kwartier op het podium kwam staan dansen en springen en zingen. Alle liedjes werden herhaald in één gigantische medley. Dit is bedoeld, zo concludeerde ik, voor mensen met een slecht kortetermijngeheugen. Dat zijn vermoedelijk dezelfde mensen die in dat kwartier opstaan van hun stoel en mee gaan klappen en dansen en zingen.<br />
   Gek is dat niet. Alle mensen houden nou eenmaal van herhaling. Vanaf de geboorte al. Baby’s die zich nog in de baarmoeder bevinden kunnen, al is het enigszins vertekend door de hele handel aan  vruchtwater en buikwand die ze nog van de buitenwereld scheidt, reeds horen wat er buiten gebeurt en pasgeboren kinderen blijken dan ook al een voorkeur te hebben voor zaken die ze eerder vanuit de buik gehoord hebben: de moederstem, bepaalde muziek, voorgelezen verhalen. En wat te denken van kindertelevisie trouwens? Allemaal gericht op herhaling. <em>De Teletubbies</em> met hun “nogkeer, nogkeer!”, de repetitieve patronen van <em>Tik Tak</em>.<br />
   De musical is een vorm van vermaak die gericht is op basale tendensen van mensen. De liedjes zijn erop gemaakt om in je hoofd te blijven hangen en die liedjes worden ook nog eens tot in den treure herhaald. Musicals zijn dus feitelijk <em>De Teletubbies</em> voor heel de familie: herhaling, felle kleuren, herhaling en herhaling. Vergeet bovendien niet de eeuwige <em>gossip</em> rondom de acteurs – ik bedoel, u herinnert zich vast nog wel de controverse vanwege de handtas en het paarse kleurtje van Tinky-Winky.</p>
<p><span style="font-size: 8pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'">Met dank aan Renee, die het erop gewaagd heeft om uitgerekend mij mee te slepen naar een musical. <o:p></o:p></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/nogkeer-nogkeer/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Opstel en sprong</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/opstel-en-sprong/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/opstel-en-sprong/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Dec 2009 19:28:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/opstel-en-sprong/</guid>
		<description><![CDATA[Lieve lezers en lezeressen, geachte beeldschermkindertjes,
 and now for something completely different. Één van mijn vele overmoedige voornemens voor 2010 is te kijken of ik in staat ben om iets relevanters/interessanters/beters/enigszins hoogstaanders te produceren dan de 600-woorderige columnpjes die ik hier aan jullie voorschotel. Beter worden kan uiteraard alleen als er kritiek is om iets mee [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Lieve lezers en lezeressen, geachte beeldschermkindertjes,</p>
<p> <em>and now for something completely different. </em>Één van mijn vele overmoedige voornemens voor 2010 is te kijken of ik in staat ben om iets relevanters/interessanters/<em>beters</em>/enigszins hoogstaanders te produceren dan de 600-woorderige columnpjes die ik hier aan jullie voorschotel. <em>Beter worden </em>kan uiteraard alleen als er kritiek is om iets mee te doen. Vandaar dat ik hier aan jullie presenteer</p>
<p>                                 <a href="http://www.liekevonberg.nl/kerstessay.pdf"><font color="#0000ff">mijn kerstessay</font></a> , bij gebrek aan een betere werktitel</p>
<p>Let op, het zijn wel vijf hele pagina&#8217;s. Dat kan maarliefst zeven minuten van je tijd kosten. Dus zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.<br />
In ieder geval, afgezien van vrede op aarde en dat de sneeuw maar snel weg moge smelten, is mijn kerstwens dit jaar dat jullie je als mijn criticus willen opstellen. Dus kom maar op! Mijn mailbox staat open voor al dan niet opbouwende kritiek.</p>
<p>Fijne feestdagen,</p>
<p>Lieke</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/opstel-en-sprong/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Sinterklaas</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/sinterklaas/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/sinterklaas/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 04 Dec 2009 09:33:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/sinterklaas/</guid>
		<description><![CDATA[Momenteel weet ik nog goed waar ik me bevond toen ik hoorde dat Ramses Shaffy overleden was: in de bus van de universiteit naar het station, waar een groot videoscherm hangt met het laatste nieuws erop. Toen daarop een grote afbeelding getoond werd van de man die de laatste jaren vaker in één adem genoemd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Momenteel weet ik nog goed waar ik me bevond toen ik hoorde dat Ramses Shaffy overleden was: in de bus van de universiteit naar het station, waar een groot videoscherm hangt met het laatste nieuws erop. Toen daarop een grote afbeelding getoond werd van de man die de laatste jaren vaker in één adem genoemd werd met Liesbeth List dan dat hij in zijn eentje in het nieuws was, leek de boodschap me duidelijk: de beste man was echt niet op dat videoscherm te zien omdat hij een wereldreis per zeilboot ging maken of omdat hij zou gaan deelnemen aan <em>Hole in the Wall</em>. <span> </span><br />
<span>   </span>Als ik dit bovenstaande zojuist niet opgeschreven had, zou ik het ook binnen afzienbare tijd weer vergeten zijn. Wat valt er dan wél in de categorie van gebeurtenissen waarop ik altijd het antwoord op de vraag ‘waar was jij…?’ zou kunnen geven?<br />
<span>   </span>Als elfjarige kwam ik op een dinsdagmiddag in september om 15:00 uit school en constateerde dat mijn moeder voor de televisie ingespannen zat te kijken naar een film met vliegtuigjes en grote gebouwen. Een paar jaar later kwam ik begin november als derdeklasser mijn lokaal Nederlands in om van de anders zo strak in zijn lesprogramma zittende docent een half uur lang een verhaal te horen over iemand (een schilder? Ik kende hem alleen uit de parodieën van Kopspijkers) die op die ochtend vermoord was in Amsterdam. En jaren eerder, toen ik in groep vijf van de basisschool zat, was ik aanvankelijk nog trots toen ik nog even beneden op de bank mocht blijven zitten terwijl mijn broertje al naar bed moest.<br />
<span>   </span>Ik zat dus op de bank en mijn moeder sloot de gordijnen. Eerst de rechtse, toen de linker. Waar mijn vader was, weet ik niet meer – misschien zag hij aankomen dat dit voor mij een traumatische jeugdervaring ging worden. Ik vraag me af hoe mijn ouders<span>  </span>besloten hebben op welke manier ze me dit gingen vertellen. Mijn moeder deed het uiteindelijk zo, ze gooide het op mijn eigen intelligentie: “Lieke, hoe oud denk je eigenlijk dat mensen kunnen worden?” Ik vond dat een lastige en domme vraag, je kunt toch nooit weten hoe oud mensen worden. Maar honderd leek me echt het maximum.<br />
“En hoe oud denk je dat Sinterklaas is?” was de vervolgvraag.<br />
<span>   </span>Ik heb lopen janken als een klein kind – wat ik toen natuurlijk eigenlijk ook nog was - niet puur vanwege het feit dat Sinterklaas niet <em>echt</em> was, maar omdat de hele wereld me zomaar had kunnen belazeren. Waar ik bij stond. Onder mijn neus. Sterker nog: mijn eigen vader en moeder hadden mij belazerd! (Toegegeven, belazeren uit liefde is misschien geen ernstig vergrijp. Stel je voor dat ze me nooit hadden belazerd. Dan was ik het enige verbitterde Nederlandse kind geweest dat nooit in Sinterklaas geloofd had.)<br />
<span>   </span>Stukje bij beetje begonnen alle puzzelstukjes in elkaar te vallen. Toch typisch dat de pieten op een avond de berg cadeautjes voor de deur hadden gezet in onze eigen, felrode wasmand (waar was de was trouwens gebleven?) Vreemd eigenlijk, dat mijn broertje en ik op een andere Sinterklaasavond een blokje om moesten gaan lopen met mijn moeder en een tante, zogenaamd om pieten te kunnen spotten op de daken – toen we terugkwamen hadden ze onze zoldertrap al belegd met cadeautjes. Apart, dat één van de pieten bij het bezoek van de Sint aan ons dorp mijn vader zo amicaal had begroet met “Heeee Joep!” Dat ik<span>  </span>dat allemaal al die tijd niet had gezien! Of ja, strikt genomen had ik het juist wél allemaal gezien - ik had het allemaal gezien, maar niet begrepen.<br />
<span>   </span>Sindsdien verwacht ik eigenlijk ieder moment iemand die me komt vertellen, precies zoals mijn moeder me ooit een avond langer op liet blijven en de gordijnen sloot, dat eigenlijk mijn hele leven niet bestaat. Voor wie de film <a target="_blank" href="http://www.imdb.com/title/tt0120382/"><em>The Truman Show</em> </a>niet gezien heeft, is dit misschien lastig voor te stellen. Over films gesproken, volgens <em>Alles is liefde </em>is liefde net als Sinterklaas. Ik hoop niet dat dit betekent, dat het allemaal draait om belazeren en belazerd worden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/sinterklaas/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Tweemaal daags</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/tweemaal-daags-twee-minuten/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/tweemaal-daags-twee-minuten/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Nov 2009 11:59:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/tweemaal-daags-twee-minuten/</guid>
		<description><![CDATA[Misschien is het mijn hypochondrische aanleg, maar de laatste tijd begin ik sterk te vermoeden dat ik ergens aan lijd. Je kunt het weglachen, of zeggen dat het niet bestaat, maar ik zal het jullie uitleggen. Het heeft vooralsnog geen plaats in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, maar wie weet hoe snel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Misschien is het mijn hypochondrische aanleg, maar de laatste tijd begin ik sterk te vermoeden dat ik ergens aan lijd. Je kunt het weglachen, of zeggen dat het niet bestaat, maar ik zal het jullie uitleggen. Het heeft vooralsnog geen plaats in de <em>Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders</em>, maar wie weet hoe snel het erkend zal worden zodra ik als eerste uitgekomen ben voor mijn aandoening. <span> </span>Ik lijd aan lyrisch-chagrijnigheid.<br />
<span>   </span>’s Ochtends begint het nog gewoon met onvervalst puur chagrijn. Een beetje wiskundige zal ongetwijfeld een intelligente formule op kunnen stellen om de correlatie aan te geven tussen het tijdstip waarop mijn wekkerradio aanspringt en de mate waarin ik niet te genieten ben. Andere factoren spelen ook nog een rol: zo wordt het er allemaal niet beter op als ik beneden bij de broodtrommel een lege zak of een nog keihard bevroren brood aantref, en een nog half uit de brievenbus stekende natgeregende krant is tevens niet goed voor mijn humeur. De grootste aanslag op mijn gemoed vindt echter vaak plaats op het moment dat ik mijn tanden moet gaan poetsen.<br />
<span>   </span>Ik heb een elektrische tandenborstel en wil nog wel eens vergeten het ding bijtijds zijn shotje stroom toe te dienen, dus het komt om de haverklap voor dat na anderhalve minuut poetsen het rondtollende borsteltje, wanneer ik het net dirigeer naar het laatste stukje van mijn gebit dat zijn tweemaaldaagse dosis Parodontax nog moet ontvangen, langzaamaan vaart mindert en uiteindelijk geheel tot stilstand komt. Dit leeglopen van de batterij gebeurt op zeer tragische wijze: mijn tandenborstel wekt zó erg de indruk volledig uitgeput te zijn, dat ik er haast medelijden mee begin te krijgen. Ik ga me schuldig voelen dat ik hem tot aan het eind van zijn krachten gebracht heb. Maar dan, als ik hem uit zet, begint hij een volle halve minuut luid te piepen en met een lichtje te knipperen om mij te laten weten dat-ie opgeladen moet worden.<span>  </span>Dat onding heeft dus nog gewoon de puf om zich voor te doen als<span>  </span>een luidruchtige kermisattractie, <span> </span>maar vertikt het om mijn laatste paar kiezen te poetsen. Op zo’n moment heeft mijn chagrijnigheid het dieptepunt bereikt.<br />
<span>   </span>Dit alles valt nog af te doen als een ochtendhumeur, maar laat ik nu tot de kern van mijn lyrisch-chagrijnigheid komen. De grote grap is dat mijn humeur plotsklaps kan omslaan. In de trein naar Nijmegen luister ik een goede cd en ik ben lyrisch. We staan tien minuten stil in een troosteloos weiland ter hoogte van Ravenstein en ik ben weer chagrijnig. Omdat ik weet dat ik niet vrolijk word van de bussen naar de universiteit, als veewagens volgeladen met massa’s Mexicaanse griepverspreidende, voordringende, vervelende studenten, wil ik ook wel eens de Veolia-trein naar station Heyendaal nemen en dat maakt mijn dag dan weer op slag zonniger: de treinen zijn aan de buitenkant beschilderd met de hoofden van bekende Limburgers. Niet dat de aanblik van Connie Palmen nou zo oppeppend werkt, maar als ik het gezicht van de immer vrolijke Gé Reinders aantref op het vervoermiddel, ben ik weer op slag lyrisch. Sowieso maken deze treinen mij opgewekter: in plaats van de in NS-treinen gebruikelijke krakende conducteursstem, is het bij Veolia een – weliswaar voorgeprogrammeerde, maar dat mag de pret niet drukken – glasheldere <span> </span>vrouwenstem die het volgende station noemt en bovendien zelfs nog even uitlegt aan welke kant je uit moet stappen. Fantastisch toch! Eenmaal uitgestapt moet ik me een weg gaan banen langs de opengebroken wegen en de modderpoelen die het Erasmusgebouw omringen en ik ben weer chagrijnig.<br />
<span>   </span>Zo gaat het de hele dag door. De grote vraag is altijd of ik mijn dag lyrisch of chagrijnig beëindig. Kenmerk van lyrisch-chagrijnigheid is dat het onmogelijk te voorspellen valt. Soms lijkt alles erop te wijzen dat een lyrische stemming een tijdje vastgehouden kan worden: gisteravond moest ik na een etentje van Nijmegen terug naar Rosmalen en mijn humeur leek redelijk stabiel. Het was jammer dat ik niet naar de wc hoefde, het toilet op het Nijmeegse station staat namelijk altijd garant voor een extra dosis lyrische gevoelens. (Wie er nog nooit geweest is, moet dat zo snel mogelijk doen. Echt waar. Het is geen stationstoilet zoals alle anderen, het is een schitterend museum, en dat voor een toegangsprijs van slechts vijftig cent! Je weet niet wat je ziet. Boeddhabeelden, kaarsjes, en een rijke verzameling kitsch en prullaria. Dus, waar ga je heen als je ooit op Nijmegen Centraal bent? Juist, doen!)<br />
<span>   </span>Enfin, ik was dus bezig met naar huis gaan. De trein had geen vertraging. Op de fiets naar huis werd ik niet aangehouden wegens gebrek aan achterlicht en evenmin aangereden wegens datzelfde gebrek. Mijn dag zou lyrisch eindigen, ik wist het zeker. Wat ik toen nog niet wist en waar ik pas achter zou komen op het moment dat ik vlak voor het slapengaan de badkamer zou betreden, is dat ik die ochtend in mijn chagrijn vergeten was om mijn piepende en knipperende tandenborstel aan de stroom te hangen. <o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/tweemaal-daags-twee-minuten/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>IJselijk</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/ijselijk/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/ijselijk/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Oct 2009 19:33:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/ijselijk/</guid>
		<description><![CDATA[Ondanks dat ik drie jaar geleden bij mijn eerste bezoek aan Rome niet mijn halve portemonnee aan kleingeld over mijn schouder in een fontein geflikkerd heb opdat ik ooit in de Italiaanse hoofdstad zou terugkeren, mocht ik de afgelopen week het idyllische Rosmalen verruilen voor die stad vol zuilen, bogen, fonteinen en obelisken. Aan de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ondanks dat ik drie jaar geleden bij mijn eerste bezoek aan Rome niet mijn halve portemonnee aan kleingeld over mijn schouder in een fontein geflikkerd heb opdat ik ooit in de Italiaanse hoofdstad zou terugkeren, mocht ik de afgelopen week het idyllische Rosmalen verruilen voor die stad vol zuilen, bogen, fonteinen en obelisken. Aan de stad zelf is er in de drie jaar sinds mijn laatste bezoek niet veel veranderd: het Pantheon staat er nog steeds en ook het Colosseum is niet van plek veranderd. De omstandigheden waren echter anders. Waar ik eerst nog vierentwintig uur in een wel erg knusse bus moest doorbrengen met mensen die ik al vijf jaar kende, stapte ik ditmaal in een vliegtuig met een handjevol studiegenoten, enkele collegezaalkennissen, en voor het grootste deel volslagen onbekenden.<br />
<span>   </span>Waar ik dit reisje aan te danken had?<span>  </span>Het was onderdeel van een soort, hoe zal ik het zeggen, programma voor uitslovers bij letterenstudies. Bij de opening van deze zogenoemde Honours Academy meldde de rector dat ik en mijn drieëntwintig Romereisgenoten behoren tot de ‘paradepaardjes van de academische gemeenschap’. Poe. Zolang er geen zadel op mijn rug gemonteerd wordt, vind ik het best.<br />
<span>   </span>‘Exchanging excellence’ is de studiebollenslogan die gedrukt stond op het label van de universiteit dat ik om mijn koffer moest doen, dus wanneer het al hinnikend en galopperend imiteren van lastdieren zijn effect begon te verliezen, bood die spreuk wel genoeg gelegenheid tot flauwigheid. Excellente alcoholisten, excellente overdrijvers, excellente laatkomers, we hadden ze allemaal in ons midden.<br />
<span>  </span>Enfin, het gezelschap was anders dus, maar ook ikzelf ben anders ten opzichte van drie jaar geleden. Zo kan ik nu voortreffelijk kaartlezen, heeft mijn kennis van het Italiaans zich uitgebreid na het zien van <em>Inglourious Basterds </em><span> </span>en heb ik een breed scala aan technieken ontwikkeld om straatverkoperstuig en ander schorriemorrie te ontwijken (waar het al wel niet goed voor is, jezelf iedere zaterdagochtend tussen het winkelend gepeupel door een weg moeten banen naar het werk).<br />
<span>   </span>Er is echter iets wat ik nog steeds niet kan. Zelfs nu ik over een maand het zo vertrouwde ‘-tien’ in mijn leeftijd verlies en ik rijp ben voor een twintigerscrisis, heb ik het nog steeds niet onder de knie. Nooit heb ik het gekund, en ik betwijfel of ik het ooit nog zal kunnen: al zo’n vijftien jaar geleden stagneerde de ontwikkeling van mijn vaardigheid om ijsjes te eten. <span> </span><span> </span><br />
<span>   </span>Het begon nog wel voorspoedig, in mijn week in Rome. Op de eerste dag nam ik een uiteraard veel te snel smeltend aardbeienijsje dat weliswaar veel rare capriolen van mijn tong vergde om het in de hand te houden, maar het merendeel van het ijs wist ik toch in mijn mond te laten verdwijnen in plaats van het op de gebruikelijke weinig charmante wijze over mijn ganse gezicht te smeren.<br />
<span>   </span>Met moed gevoed door deze triomf waagde ik me een paar dagen later aan een berg chocolade-ijs op een hoorntje die de verkleinvorm ‘ijsje’ een ironisch woord maakte. Als dit een ijsje was, is de Sint Pieter een kerkje en de villa van Mussolini een bescheiden appartementje. Viermaal had de ijsjuffrouw haar gigantische schep in de bak chocola gestoken, en dat terwijl ik om één bolletje had gevraagd – wellicht toch maar eens een beetje Italiaans bijspijkeren. Wanneer de ijsbollen al vervaarlijk wankelen op het hoorntje op het moment dat je het aanreikt krijgt, dan weet je: dit wordt een ramp als het gaat smelten.<br />
<span>   </span>Vijf minuten bleven we staan en had ik rustig de tijd om de situatie te overzien en een plan van aanpak te verzinnen. De tactiek zou bestaan uit een afwisseling van likken rond de rand van het hoorntje, om de smeltende chocola weg te werken, en flinke happen van bovenaf, om te zorgen dat er steeds minder zou overblijven om überhaupt nog te smelten. Helaas kwamen mijn medeparadepaardjes toen op het idee om koers richting de metro te gaan zetten. De met drukke steden bekende lezer weet de toestand gelijk al in te schatten: het vinden van de weg naar de metro in al het gekrioel van mensen vereist aandacht, aandacht die ergens anders van ten koste moet gaan. Één keer raden waarvan.<br />
<span>   </span>Voor ik het wist zag heel het hoorntje al chocoladebruin. In een uiterste poging de boel nog te redden probeerde ik een zo groot mogelijke hap te nemen van het inmiddels compleet zacht geworden ijs, wat erin resulteerde dat het nu van mijn neus<span> </span>tot aan mijn kin kwam te zitten. Het was niet meer te redden. Met pijn in mijn hart moest ik het ijsje opgeven: de prullenbak was zijn lot. Laat er nou net geen prullenbak te bekennen zijn.<br />
<span>   </span>Het begon over mijn hand te lopen, op mijn broek te druppen, mijn witte schoenen. Onderaan de torenhoge stationstrap die we af moesten, zou vast wel een prullenbak zijn. Ik haalde diep adem, bad dat mijn reisgenoten in hun lachstuip geen kans zouden zien om deze klerezooi met camera’s te vereeuwigen en zette de eindsprint van de trap in op een wijze waarbij als achtergrondmuziek de tune van Peppi en Kokki <span> </span>niet had misstaan. Toet toet, boing boing.<br />
<span>   </span>Pas in het hotel kon ik de chocoladesmurrie goed wegboenen en voor de spiegel in de badkamer gaf ik het voor eens en voor altijd aan mezelf toe: ik zal het nooit worden, een excellente ijseter. <span> </span><span> </span></p>
<p><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><span></span><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></o:p></span><span style="font-size: 12pt; line-height: 150%; font-family: 'Georgia','serif'"><o:p></p>
<p style="text-align: center"><img border="0" width="377" src="http://www.liekevonberg.nl/images/Naamloos-3.jpg" height="251" /><br />
<em>bijna vier                                bijna twintig</em></p>
<p></o:p></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/ijselijk/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Olifant</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/olifant/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/olifant/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Aug 2009 21:20:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/olifant/</guid>
		<description><![CDATA[Het staat vast dat er geen vaststaand antwoord bestaat op de vraag wat aantrekkelijk is, maar er is in ieder geval één groep op deze wereld die mij beschouwt als het summum van begerenswaardig, het lekkerste van het lekkerste, het allerattractiefst en –appetijtelijkst: de mug. Leg mij met honderd andere mensen in één zaaltje waarin [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het staat vast dat er geen vaststaand antwoord bestaat op de vraag wat aantrekkelijk is, maar er is in ieder geval één groep op deze wereld die mij beschouwt als het summum van begerenswaardig, het lekkerste van het lekkerste, het allerattractiefst en –appetijtelijkst: de mug. Leg mij met honderd andere mensen in één zaaltje waarin zich enkele vrouwtjesmuggen met een kinderwens bevinden en van al die mensen zal ík degene zijn waar deze vampiristische wezens hun zuigsnuit in willen steken met het doel eitjes aan te kunnen maken.<br />
<span>   </span>Een beetje jammer dus dat mijn voor muggen paradijselijke lichaam wat overgevoelig reageert op de beten van deze beestjes: nadat zo’n zoemende zuiger zich aan mijn bloed tegoed heeft gedaan, ontstaat er bij mij een abnormaal grote bult of plek die zich na een paar dagen ontwikkelt tot een soort smerige blaar – tenzij ik een pilletje inneem. U begrijpt, mij bij mijn lot neerleggen en de mug een avondje lekker doorzakken gunnen, dat doe ik niet zomaar.<br />
<span>   </span><span> </span><span> </span>Een nacht of twee geleden was het wederom raak en had ik, muggenmagneet, weer eens nachtelijk gezelschap van zo’n bloeddorstig insect. Zodoende zat ik om kwart over twee ’s nachts, gewekt door een combinatie van gezoem in mijn oor en jeuk aan mijn arm, met een vacuümpompje het muggengif uit mij te zuigen. De kleine nachtrustverstoorder was in geen velden of wegen meer te bekennen maar liet zich uiteraard weer zien – of beter gezegd, horen – juist op het moment dat ik alweer zo lang met stilte om me heen in bed lag dat ik de mug als verdwenen beschouwde. Het gezoem ging maar door. ‘Steek me maar, steek dan, prik me helemaal lek maar laat me in godsnaam slapen, hou in godsnaam op met dat gezoem’ probeerde ik wanhopig naar mijn stalker te telepatheren maar het beestje kende geen genade. Dan maar slapen op de bank.<br />
<span>   </span>Gisternacht: preventieve maatregelen. Ik bespuit mijzelf van top tot teen met een citronellageurig goedje. Amper heb ik de spray weggezet, amper heb ik mijn lampje uitgeknipt en amper…zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz. Lampje weer aan, kijk om me heen, daar zit mijn belager doodleuk op de muur boven mijn bed de triomfantelijke humeurverpester uit te hangen. Misselijk van mijn eigen citronellageur grijp ik een of ander belabberd universiteitsblaadje, sluip, háál úít, SLA! Weg is het beest, en het zit niet onderaan mijn papier gekleefd – nergens meer te bekennen, de Hans Klok van het dierenrijk. Hij kan maar één kant uit zijn en dat is onder mijn bed. Ongelofelijk dat er kinderen zijn die angst hebben voor krokodillen die zich op die plek bevinden – voor zo’n reptiel kun je tenminste nog een dierentuin bellen en je haalt er ongetwijfeld de krant mee ook. Nee, dan mijn mug.<br />
<span>   </span>Ik blijf wachten tot de uitmuntende verstoppertjespeler zich weer op de muur vertoont, buut vrij!, zodat ik hem genadeloos kan verpulveren. Natuurlijk werkt dit zo niet, als je ergens op zit te wachten gebeurt het niet, en nét als je het niet meer verwacht…alweer bijna in slaap gevallen, lampje al lang uit gedaan, <em>zzzzzzzzzzzzzzzzz</em>. De bank maar weer. Met de wetenschap dat ik mij al door een beetje gezoem naar de bank kan laten jagen, is het niet moeilijk om te raden welke rol ik later in echtelijke ruzies zal aannemen. Niet die van dominante bedbezetter.<br />
<span>   </span>Als ik tegen de ochtend terug mijn eigen bed in kruip – de ervaring leert mij dat muggen op wonderbaarlijke wijze tegen de ochtend weer verdwenen zijn, als ware het werkelijk vampiers – lijkt de rust wedergekeerd. Na nog een klein uurtje slapen word ik wakker, krabbend aan mijn been: jawel, het is weer vacuümpomptijd! Vanaf de op dit moment nog perfect witte muur grijnst de nu ongetwijfeld volledig verzadigde mug naar me, het ondier is dik geworden sinds de laatste keer dat ik hem probeerde dood te meppen. Het volgevreten vadsige beestje vliegt vast niet zo snel meer nu en voor de mug het weet is mijn voorheen zo perfect witte muur besmeurd met mijn eigen bloed. Goed, er zijn ook nog een paar pootjes en een zuigsnuit te onderscheiden, voor de muggenzifters. <o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/olifant/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Vrolijke noot</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/vrolijke-noot/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/vrolijke-noot/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 07 Aug 2009 17:09:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/vrolijke-noot/</guid>
		<description><![CDATA[Dit is een bekentenis. Begin nou niet bij voorbaat al te lachen vanwege het vermoeden dat hier wel een flauwe grap op zal gaan volgen, als ik zeg dat dit een bekentenis is, neem het dan maar van mij aan. Dit is een ernstige bekentenis. Wat nu gaat volgen zal mijn geloofwaardigheid aantasten, de bezoekersaantallen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Dit is een bekentenis. Begin nou niet bij voorbaat al te lachen vanwege het vermoeden dat hier wel een flauwe grap op zal gaan volgen, als ik zeg dat dit een bekentenis is, neem het dan maar van mij aan. Dit is een ernstige bekentenis. Wat nu gaat volgen zal mijn geloofwaardigheid aantasten, de bezoekersaantallen van <em>Liekerair </em>doen kelderen en wellicht zelfs maken dat ik onder dwang in gedragstherapie moet. Voor mijn eigen bestwil.<br />
<span>   </span>Misschien zouden jullie zo vriendelijk willen zijn het me niet al te zwaar aan te rekenen. Tenslotte heb ik mijn best gedaan om jullie regelmatig op min of meer hoogstaande cultuuruitingen te wijzen: zelfs de meest fanatieke anti-lezer die ik ken – ik zal geen namen noemen maar het is mijn favoriete broertje – heeft zich bijvoorbeeld uiteindelijk gewaagd aan <em>Taal is zeg maar echt mijn ding</em>. Dus wellicht kan deze misstap mij vergeven worden, al begrijp ik dat dat misschien te veel gevraagd is.<br />
<span>   </span>Toch is het wel een vrolijke noot tussen mijn geklaag over kanovaren, kunst in de bibliotheek, kopieerapparaten, zeurende treinreizigers, pionnen op de weg en wat al wel niet meer. De afgelopen tijd kwamen er zelfs klachten binnen over alle irritatie die uit mijn stukken zou spreken, en geloof het of niet, zelfs de spamrobots die een bezoekje komen brengen detecteren de teneur:<br />
<em><span>    </span>“Aug 6, 2009 at 19:32<br />
lasts much longer; prozac =); buy cheap; %[; prozac”<br />
</em><span>   </span>Goed. Van uitstel komt geen afstel en ik zal er dan ook maar mee voor de dag komen nu: op vakantie in Spanje ben ik door toedoen van mijn reisgenoten gevallen voor de charmes en muzikale kwaliteiten van de ons allen via tv bekende, zonnebankgebruinde gele zwembroekdrager Dries Roelvink. Hoe het zo ver heeft kunnen komen weet ik ook niet – misschien was het een zonnesteek, misschien is het daadwerkelijk zo dat je iets gaat waarderen als het maar vaak genoeg aan je opgedrongen wordt – maar toen ik constateerde dat ik, lang en breed terug uit Spanje, nog steeds met een aanstekelijke Dries Roelvink-tophit in mijn hoofd zat, begreep ik dat het ernstig was.<br />
<span>   </span>Vijf dagen Stockholm wisten mij terug bij mijn positieven te brengen en ik was weer net zo plotseling genezen van deze drieste volkszanger als dat ik aangestoken was. Tot ik zojuist een mailtje aantrof van een medevakantieganger die de Driesmania ontketend had. Dries heeft een nieuwe single, ‘Geen crisis waar Dries is’ – jawel, er wordt vakkundig op los gerijmd in wat haast wel zijn grote doorbraak moet worden (“<em>Dus mijn advies is, toe bel die Dries is</em>!”). Maar het mooiste is nog wel: Dries en zijn hofhouding hebben de video opgenomen in Den Bosch. Zie hem achteloos door de Hinthamerstraat lopen! Zie hem daar de bakkerij tegenover de bieb in gaan! Jammer dat ik ten tijde van de opnamen in Zweden rondliep. Ik stel me voor hoe Dries met cameraploeg en al de bibliotheek in paradeert, hoe mijn collega’s bij het zien van zijn geblondeerde haar de koppen bij elkaar steken (“Hee roep Lies is, als dat niet Dries is!”) maar dat Dries al lang gezien heeft dat dit geen omgeving voor zijn clip is en dan maar de bakkerij in gaat. Helaas pindakaas.<br />
<span>   </span>Ondanks het feit dat Dries kennelijk zijn playbackkunsten niet in de bibliotheek wilde vertonen (Stel je voor! Dries swingend bovenop de klantenservicebalie!) blijf ik natuurlijk wel fan. Dus mijn devies is, toe steun die Dries is! Handjes de lucht in! Allemaal!<br />
<object width="480" height="295">
<param name="movie" value="http://www.youtube.com/v/I6MJhuRoO6E&#038;hl=nl&#038;fs=1&#038;rel=0"></param>
<param name="allowFullScreen" value="true"></param>
<param name="allowscriptaccess" value="always"></param><embed src="http://www.youtube.com/v/I6MJhuRoO6E&#038;hl=nl&#038;fs=1&#038;rel=0" type="application/x-shockwave-flash" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true" width="480" height="295"></embed></object></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/vrolijke-noot/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Pootentie</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/pootentie/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/pootentie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 05 Aug 2009 20:49:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/pootentie/</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn verschillende redenen waarom ik al drie jaar lang bij de bibliotheek blijf werken, de soms vermoeiende conversaties met klanten voor lief nemend. ‘Vermoeiend’? Jazeker. Ik weet dat er het algemene beeld heerst van een bibliotheek als rustige, stille plaats waar personeel vast ook wel niet veel beters te doen heeft dan een beetje [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Er zijn verschillende redenen waarom ik al drie jaar lang bij de bibliotheek blijf werken, de soms vermoeiende conversaties met klanten voor lief nemend. ‘Vermoeiend’? Jazeker. Ik weet dat er het algemene beeld heerst van een bibliotheek als rustige, stille plaats waar personeel vast ook wel niet veel beters te doen heeft dan een beetje zitten, rondsloffen en flapteksten van boeken lezen, maar dit idee is achterhaald. De fysieke inspanning van het voortdurend af en aan lopen met boeken is nog wel te hebben, maar het is de mentale vermoeidheid die al snel toeslaat. <span> </span><br />
<span>   </span>Neem nou pas: op het moment dat ik twee Houellebecqs en een Hermans terug op hun plek zet, en even kijk of Nick Hornby eindelijk weer eens uitgeleend is, vraagt een klant – jaar of 15, een blik die verraadt dat hij het stiekem een beetje eng vindt hier tussen al die boeken - <span> </span>of hij me wat mag vragen. Tot zover verloopt het gesprek nog vriendelijk. Dan: “waarom staat Harry Potter hier niet, in de computer stond dat hij er wél moet zijn en hij is hier niet, dat klopt niet, er stond dat hij er wél moet zijn!”<br />
“Je kijkt bij de <em>H</em>…maar de romans staan hier op achternaam van auteur.”<br />
Een paar seconden blijft het stil. Ik realiseer me dat ik mijn woordkeus moet aanpassen. “De boeken staan op achternaam van schrijver.”<br />
“Oh. Oké. Ik snap het, natuurlijk, wat dom van me – ik moet bij de <em>P</em> kijken!”<br />
Vermoeiend, begrijpt u.<br />
<span>   </span>Toch pieker ik er niet over om een andere baan te zoeken. Schijnt trouwens lastig te zijn tegenwoordig, een nieuwe baan vinden. Dé verklaring daarvoor is natuurlijk de <em>crisis</em>, of het verwijt dat werkelozen gewoon te lui zijn om iets anders te doen dan lekker teren op overheidsgeld. Maar niets is minder waar, ontdekte ik pas. Geen wonder dat zoveel werkelozen moeite hebben met het zoeken en vinden van een passende baan. Dat ligt niet aan de werkeloze. Dat ligt óók niet aan de crisis. Dat ligt aan de om personeel verlegen zittende bedrijven zelf: men is te veeleisend.<br />
<span>   </span>Vlak voor mijn vakantie hing er een groot vel papier tegen de ruit van het bloemenstalletje op station Nijmegen. Er werd iemand gezocht, maar niet zomaar iemand. “<em>Gezocht: creatieve duizendpoot.”<br />
<span>   </span></em>Juist. Een creatieve duizendpoot voor het bloemstalletje. Wat de werkgever dan dus in feite vraagt, is iemand die kan naaien, breien, borduren, quilten,<span>  </span>punniken, spinnen, weven, <span> </span>macrameeën, figuurzagen, fimo-kleien,<span>  </span>pottenbakken, origamiën, aquarelleren, striptekenen, schminken, fotograferen, vingerverven, houtbewerken, ponsen, scrapbooken, patchworken, scoubidoutouwtjes knopen, linoleumsnijden, etsen, graveren, embossen, patroontekenen, papiermachéën, kalligraferen, sierprikken, tamponeren, glasblazen, molasnijden, photoshoppen, metaalgieten, mozaïeken, schilderen op nummer, textielverven, kralen rijgen, portrettekenen, keramiek decoreren, kaleidoscoopvouwen, zandschilderen, interieurontwerpen, gipsgieten, kastanjemannetjes maken, modelbouwen, legoën, graffitispuiten, ballonvouwen, krimpie-dimpieën, glas-in-loodbeschilderen, sjabloneren, modeontwerpen, architectureren, poppenkastspelen, kantklossen, componeren, theezakjesvouwen, brooddeeg boetseren en schrijven. Minstens. <span> </span>Geen wonder dat niemand het zelfvertrouwen heeft om te solliciteren. Ook ik dacht altijd dat alleen kunnen <em>bloemschikken</em> wel zou volstaan. Wacht, misschien is dat wel wat er bedoeld wordt: je moet sneller kunnen bloemschikken dan je schaduw, <em>alsof je duizend poten hebt</em>. Maar nog aannemelijker lijkt me dat deze fleurige maar belachelijke uitdrukking in de advertentietekst is opgenomen om het feit dat het een doodsaai baantje is te verbloemen. <o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/pootentie/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>
