<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Liekerair</title>
	<atom:link href="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Mon, 09 Apr 2012 08:59:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1</generator>
		<item>
		<title>In de bol geslagen</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/in-de-bol-geslagen/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/in-de-bol-geslagen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Apr 2012 08:44:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Meer minder serieus]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=208</guid>
		<description><![CDATA[Het is half zes en ik ga boodschappen doen. Ik heb honger. Normaal gesproken zorg ik dat ik mijn boodschappen doe ruim vóór ik honger krijg, al is het maar omdat rond etenstijd half Nijmegen zich verzameld lijkt te hebben voor de kassa’s van mijn Coop, maar in dit geval kan het niet anders en doe ik hongerig boodschappen. Hongerige mensen laden meer nodeloze producten in hun winkelmandje dan mensen die met een gevulde maag in de supermarkt rondlopen, en omdat ik niet van plan ben me in mijn koopgedrag te laten misleiden door mijn eigen hongerige onbewuste, besluit ik om doelgericht op de schappen af te lopen waar ik moet zijn, om zonder aarzeling alleen dát mee te nemen waarvan ik vóór het betreden van de winkel al had bedacht het te zullen meenemen. Maar naast het schap met ontbijtgranen doemt een probleem op, en omdat ik niet alleen ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is half zes en ik ga boodschappen doen. Ik heb honger. Normaal gesproken zorg ik dat ik mijn boodschappen doe ruim vóór ik honger krijg, al is het maar omdat rond etenstijd half Nijmegen zich verzameld lijkt te hebben voor de kassa’s van mijn Coop, maar in dit geval kan het niet anders en doe ik hongerig boodschappen. Hongerige mensen laden meer nodeloze producten in hun winkelmandje dan mensen die met een gevulde maag in de supermarkt rondlopen, en omdat ik niet van plan ben me in mijn koopgedrag te laten misleiden door mijn eigen hongerige onbewuste, besluit ik om doelgericht op de schappen af te lopen waar ik moet zijn, om zonder aarzeling alleen dát mee te nemen waarvan ik vóór het betreden van de winkel al had bedacht het te zullen meenemen. Maar naast het schap met ontbijtgranen doemt een probleem op, en omdat ik niet alleen mijn avondmaal maar ook mijn ontbijt voor de volgende dag bijeen moet sprokkelen kan ik er niet aan ontkomen. Pal naast de plaats waar ik mijn muesli moet pakken, staat een kraampje, en achter dat kraampje is een meisje nét bezig plakken ontbijtkoek te snijden en beboteren. Het doek-dak van het kraampje laat het logo van Bolletje zien, het meisje heeft kleding van Bolletje aan, tussen de reeds gesmeerde plakken staan onaangebroken pakken Bolletje-ontbijtkoek, en naast het kraampje staat, prominent opgesteld, een heel schap vol Bolletje-ontbijtkoeken. Hoe snel ik ook gris naar mijn muesli, nog voor ik me uit de voeten kan maken is het kwaad geschied:</p>
<p>“Wilt u ook een plakje ontbijtkoek?”</p>
<p>Dat kan niet. Dat mag niet. Ik eet niet in winkels. In supermarkten kom je om eten te kopen, en dat eet je vervolgens thuis op – dat is een pact, een pact tussen supermarkt en klant, een pact dat maakt dat in principe niemand, bijvoorbeeld, ter plekke chocoladerepen begint op te eten om de lege wikkels af te rekenen, en dat in principe niemand het afrekenen voor het gemak even overslaat. Wie zich niet wil houden aan dit pact noemen we ofwel gek ofwel crimineel. Wanneer er aan de kant van de supermarkt inbreuk op dit pact wordt gemaakt, kan dat dan ook geen feitelijke inbreuk zijn: als er ontbijtkoek uitgedeeld wordt, maakt dat van de supermarkt nog geen voedselbank, nee, het uitdelen van ontbijtkoek moet haast wel geheel passen binnen het gegeven dat je in een supermarkt komt om eten te kopen. Neem ik een plak ontbijtkoek aan van dit meisje, en plakt het spul niet al te zeer vervelend aan mijn tanden en is het niet al te vet of te zoet, dan ben ik haast verplicht om een pak te kopen. Dit is gevaarlijk, want ik was van plan niets te kopen dat ik niet van plan was te kopen. Maar wat nog veel zwaarder weegt: ik wil niet trappen in commerciële trucjes. Het is te opzichtig. Juist omdat het precies de bedoeling is om mij aan te zetten tot kopen door mij te paaien met een zorgvuldig beboterde gratis plak ontbijtkoek, wil ik me hier met alle macht tegen verzetten. Ik wil erboven staan.</p>
<p>Tegelijkertijd heb ik verdomd veel honger.</p>
<p>“Euhm, ja, doe maar…”<br />
“Alstublieft. Hij is van Bolletje.”<br />
“Dat vermoeden had ik, ja.”<br />
“Lekker smeuïg hè?”<br />
“Ja, niet verkeerd.”<br />
“En ook niet zo zoet. En hij kost nu maar één euro!”<br />
Ik knik, met volle mond. Het is erg lekkere ontbijtkoek. Zal ik…? Nee, uitgesloten. Nu een knieval maken voor de slinkse strategieën van Bolletje, dat is <em>simpel</em>. Ik ben niet simpel. Ik wil niet simpel zijn. Ík bepaal hier of ik zin heb in ontbijtkoek en zo ja, welke ontbijtkoek ik dan koop en wanneer! Ik laat Bolletje niet mijn autonomie aantasten! Ik laat Bolletje niet mijn weldenkendheid verweken!</p>
<p>Anderhalve week later staan de ontbijtkoeken van Bolletje nog steeds apart opgesteld. De bovenste schappen vol parelkandij, de onderste vol volkorenontbijtkoek. ’t Was toch wel erg lekkere ontbijtkoek. Best smeuïg. Niet zo zoet. Plakte niet aan mijn tanden. Ik ga door mijn knieën om de koek van mijn keuze uit het schap te pakken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/in-de-bol-geslagen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De geschiedenis van Lieke en de historische roman</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/de-geschiedenis-van-lieke-en-de-historische-roman/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/de-geschiedenis-van-lieke-en-de-historische-roman/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Mar 2012 19:46:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Min of meer serieus]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=189</guid>
		<description><![CDATA[Ik lees Het grote zwijgen van Erik Menkveld. Sterker, ik lees het met plezier. Sterker, het is zo’n boek dat ik in één ruk uit wil lezen, zelfs zo graag uit wil lezen dat ik mijn tijd liever besteed aan het lezen dan aan het verzinnen van een minder clichématige formulering dan ‘een boek in één ruk uit willen lezen’. Voor de meeste mensen schijnt dit niets opmerkelijks te zijn. Een literaire thriller, bijvoorbeeld, is geen literaire thriller zonder dat iemand op de flap het boek heeft aanbevolen met louter de mededeling het boek in één ruk/adem/slapeloze nacht te hebben uitgelezen. Voor mij is het in de eerste plaats al relatief zeldzaam om zó graag door te willen lezen in een boek. Maar wat het echt opmerkelijk maakt dat ik Het grote zwijgen lastig weg kan leggen, is het genre. Als er één soort roman is die ik het liefst ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik lees<em> Het grote zwijgen</em> van Erik Menkveld. Sterker, ik lees het met plezier. Sterker, het is zo’n boek dat ik in één ruk uit wil lezen, zelfs zo graag uit wil lezen dat ik mijn tijd liever besteed aan het lezen dan aan het verzinnen van een minder clichématige formulering dan ‘een boek in één ruk uit willen lezen’. Voor de meeste mensen schijnt dit niets opmerkelijks te zijn. Een literaire thriller, bijvoorbeeld, is geen literaire thriller zonder dat iemand op de flap het boek heeft aanbevolen met louter de mededeling het boek in één ruk/adem/slapeloze nacht te hebben uitgelezen. Voor mij is het in de eerste plaats al relatief zeldzaam om zó graag door te willen lezen in een boek. Maar wat het echt opmerkelijk maakt dat ik<em> Het grote zwijgen</em> lastig weg kan leggen, is het genre. Als er één soort roman is die ik het liefst vermijd en die ik, wanneer het dan toch echt niet te vermijden valt, met de nodige tegenzin doorworstel, is het de historische roman.</p>
<p>De afkeer van – of nee, het is niet zozeer een afkeer, dat suggereert een hartstochtelijke hekel eraan, het is meer juist het totale gebrek aan hartstochtelijke wat-dan-ook – de volkomen desinteresse voor de historische roman kende ik als kind al. <em>Kruistocht in spijkerbroek</em> was mijn eerste en laatste Thea Beckman, en misschien zelfs wel het eerste en laatste historische jeugdboek dat ik daadwerkelijk in zijn geheel gelezen heb. Ik heb het geprobeerd, heus – maar waar lezende leeftijdgenoten me de boeken van Simone van der Vlugt aanraadden, kwam ik er niet doorheen. Al snel leerde ik jeugdboeken die zich afspeelden in het verleden zorgvuldig te mijden, wat niet al te lastig was aangezien de bieb al deze boeken keurig voorzag van een pictogram dat een soort afbrokkelende zuil moest voorstellen.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-190" title="historischeroman" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/historischeroman.jpg" alt="" width="50" height="45" /></p>
<p>Ik was meer van</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-191" title="humor" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/humor.jpg" alt="" width="50" height="45" /> <img class="alignnone size-full wp-image-192" title="psychologisch" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/psychologisch.jpg" alt="" width="50" height="45" /> <img class="alignnone size-full wp-image-193" title="school" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/school.jpg" alt="" width="50" height="45" /></p>
<p>Ook uit een blik op mijn eigen kinderboekenkast, al ontbreken de pictogrammen daar, blijkt meer dan duidelijk wat het hiaat is, en de historische boeken díé erin staan, heb ik nooit gelezen, tenzij uit een soort plichtsgevoel – <em>Mariken </em>van Peter van Gestel was een verjaardagscadeautje en was te mooi uitgevoerd om links te laten liggen. Getuige mijn ingeplakte ex-libris moet het wonderlijk genoeg nog erg goed bevallen zijn ook, want die paar plaatjes die ik had om mijn boekeneigendom mee te markeren waren voorbehouden aan mijn mooiste boeken.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-194" title="mariken" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/mariken.jpg" alt="" width="134" height="201" /></p>
<p>Misschien was mijn waardering van deze bewerking van <em>Mariken van Nieumeghen</em> een vroege hint naar mijn latere studie en studiestad. Hoe dan ook, deze uitzondering daargelaten mag het duidelijk zijn dát het zo was dat ik niets van historische romans moest hebben, maar waarom dat zo is? Het heeft in ieder geval niets te maken met een afkeer van het historische – informatieve geschiedenisboekjes las ik erg graag, van prehistorie tot wereldoorlogen – en evenmin met een afkeer van romans. Dus wat is het in de combinatie van het historische en de roman dat die voor mij niet werkt? Let wel, ik heb het dus over romans die zich afspelen in een tijd eerder dan de tijd waarin die roman geschreven is. Met het tijdperk waarin een roman speelt <em>op zich</em> heeft het dus niets te maken – ik lees graag negentiende-eeuwse werken, maar hedendaagse romans die zich afspelen in de negentiende eeuw, dáár zit hem het probleem. Daar zou ook gelijk het antwoord kunnen liggen op de vraag waar de schoen voor mij wringt: ik zou kunnen zeggen dat een historische roman voor mij al snel aandoet als een staaltje opschepperij van een auteur die wil laten zien hoe goed hij zich gedocumenteerd heeft, als een erg kunstmatige en geforceerde poging om – slik – ‘het verleden tot leven te wekken’. Dit zou <em>nu </em>voor mij heel goed kunnen gelden, maar het verklaart niet waarom ik als kind al dezelfde neigingen had – je denkt toch zeker niet dat ik me toen om dergelijke dingen bekommerde. Ik vond, denk ik, historische jeugdromans gewoon <em>saai</em>. Misschien komt dit trouwens wel op hetzelfde neer; valt ‘een kunstmatige en geforceerde poging om het verleden tot leven te brengen’ niet eigenlijk ook onder de paraplu ‘saai’? Banaal misschien, en tegelijkertijd nog niet eens een echt antwoord, want waarom vind ik het saai terwijl anderen het juist erg opwindend vinden?</p>
<p>Is het bijvoorbeeld mogelijk dat ik zelf misschien saai ben, en in het bezit van een bekrompen geest die er niet voor open staat zich – slik – ‘in een ander tijd te verplaatsen’? Er is namelijk nog een pictogram dat ik als de pest meed.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-195" title="sf" src="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/03/sf.jpg" alt="" width="50" height="42" /></p>
<p>Hoewel de afbeelding suggereert dat het vooral gaat om boeken die gesitueerd zijn in een andere plaats – Mars, bijvoorbeeld, met bijbehorende mannetjes – betekent het pictogram volgens mij doorgaans dat het boek betrekking heeft op een andere tijd. Toekomstbeelden, brrr. Het moet mijn bekrompenheid zijn, niet? Nee, wacht, dit hadden we al uitgesloten: ik hou me gráág bezig met negentiende-eeuwse letterkunde, dus het heeft weinig te maken met een honkvaste, in de eigen tijd vastgeroeste geest, deze desinteresse voor een compleet genre.</p>
<p>Door <em>Het grote zwijgen</em> van Menkveld – opgepakt vanwege mijn studie &#8211; begin ik zelfs te denken dat het misschien toch niet zozeer aan het genre op zich ligt. Ook las ik vorig jaar met  veel plezier <em>De klopgeest</em> van Gerrit Komrij, een roman die zich afspeelt in de negentiende eeuw. Op zoek naar méér hedendaagse romans die spelen in mijn favoriete periode in de geschiedenis belandde ik bij Thomas Rosenbooms <em>Publieke werken</em>, waarin ik tot mijn eigen verbaasde teleurstelling halverwege bleef steken. <em>De keizer en de astroloog</em> van Kees ’t Hart, gelezen in het kader van hetzelfde vak als waarvoor ik begon in Menkveld, leek me aanvankelijk best te kunnen bekoren maar hoe verder ik vorderde, hoe moeizamer het ging. Maar ze zíjn er dus wel, historische romans die ik graag lees, en ik probeer erachter te komen waarom ik <em>De klopgeest</em> wel, en <em>Publieke werken </em>niet lees, waarom <em>Het grote zwijgen</em> me grijpt en <em>De keizer en de astroloog </em>me vermoeit. Het moet te maken hebben met een genuanceerdere variant van het wel erg puberale oordeel ‘saai’. Al komt het daar wel misschien gewoon stomweg op neer, op saaiheid vanaf het eerste gezicht – toen ik de kaft zag van de boeken van Rosenboom en ’t Hart was mijn eerste gedachte al: ‘hè bah, een saai boek.’ Hoewel, ook dat kan het niet zijn, bevooroordeling door de kaft. Heb je <em>Het grote zwijgen</em> wel eens ergens zien liggen? Vast niet; zelfs al heb je het in de boekhandel gezien, dan is het je vast niet bijgebleven. Zelden zo’n saai boek gezien. Zelden zo gretig gelezen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/de-geschiedenis-van-lieke-en-de-historische-roman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oordelen en andere ongemakken</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/oordelen-en-andere-ongemakken/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/oordelen-en-andere-ongemakken/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Mar 2012 12:56:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Min of meer serieus]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=182</guid>
		<description><![CDATA[De jonge Vlaamse schrijver Y.M. Dangre bezorgde mij een van de fijnste momenten uit mijn studie. Tijdens een college moderne poëzie kregen we allemaal een andere dichtbundel op onze tafel. Deze bundels waren ingezonden voor de C. Buddingh’-prijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Opdracht: bekijk die bundel, blader hem wat door, zeg wat je ervan vindt en of je denkt dat deze bundel bij één van de vier genomineerde bundels hoort. Dit bleek verdraaid lastig. Hoe beoordeel je poëzie? Hoe beoordeel je poëzie als je nog niet zoveel poëzie gelezen hebt? De meesten gingen af op zaken die buiten de poëzie zelf lagen: ‘dit is uitgegeven bij een onbekende uitgeverij, voorzien van een spuuglelijke kaft, en gedrukt in een saai lettertype – dus veel soeps zal het niet zijn’. Nadat we ons allemaal – bijna allemaal &#8211; tien minuten lang zeer onwetend en onbevoegd hadden zitten voelen, was ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De jonge Vlaamse schrijver Y.M. Dangre bezorgde mij een van de fijnste momenten uit mijn studie. Tijdens een college moderne poëzie kregen we allemaal een andere dichtbundel op onze tafel. Deze bundels waren ingezonden voor de C. Buddingh’-prijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut. Opdracht: bekijk die bundel, blader hem wat door, zeg wat je ervan vindt en of je denkt dat deze bundel bij één van de vier genomineerde bundels hoort. Dit bleek verdraaid lastig. Hoe beoordeel je poëzie? Hoe beoordeel je poëzie als je nog niet zoveel poëzie gelezen hebt? De meesten gingen af op zaken die buiten de poëzie zelf lagen: ‘dit is uitgegeven bij een onbekende uitgeverij, voorzien van een spuuglelijke kaft, en gedrukt in een saai lettertype – dus veel soeps zal het niet zijn’. Nadat we ons allemaal – bijna allemaal &#8211; tien minuten lang zeer onwetend en onbevoegd hadden zitten voelen, was het ongemakkelijke moment daar: er werd een rondje gemaakt en iedereen moest zeggen wat hij dacht van zijn bundel. Niemand durfde wat stelligs te denken, laat staan iets stelligs te zeggen. Slechts één persoon verkondigde heel overtuigd een oordeel over de bundel die hij in handen had: dit kon absoluut met geen mogelijkheid een nominatie hebben opgeleverd. Hij las op spottende toon een paar regels voor. Het stelde niets voor. De bundel? <em>Meisje dat ik nog moet</em> van Y.M. Dangre. De reactie van de docent? Dit was één van de vier genomineerde bundels.</p>
<p>Ik zag twee dingen bevestigd die ik al dacht. Eén: alles valt belachelijk te maken wanneer je het op sarcastische toon voorleest. Twee: oordelen is een lastige zaak. Een zaak waar ik me niet toe bevoegd voel. Of moet ik zeggen: nog altijd niet. Toen ik begon aan mijn studie Nederlands, dacht ik dat ik zou leren te oordelen; dat ik criteria zou vinden op grond waarvan ik een boek met recht goed dan wel slecht zou kunnen noemen. Het leek mij drie jaar geleden nog wel wat om recensent te worden, maar dan moest ik eerst iemand worden die recensent zou kunnen worden – dat is voor mij iemand die veel, heel veel gelezen heeft. Mogen oordelen had voor mij te maken met oud zijn, want oud zijn heeft te maken met ervaren zijn. Ik kom maar lastig los van de overtuiging dat je oud moet zijn, ouder dan ik moet zijn, om te mogen oordelen, en ik heb er dan ook moeite mee om waarde te hechten aan recensies op Recensieweb of 8weekly: ik weet dat daar leeftijdgenoten van mij achter steken, en ik lijk te vinden dat leeftijdgenoten hiertoe niet <em>bevoegd</em> zijn. Let wel, ik denk niet dat ze hier niet toe <em>in staat zijn</em>: ze kunnen best een oordeel geven. Hoe stelliger echter een oordeel gegeven wordt, hoe meer ik me afvraag op grond waarvan die stelligheid gerechtvaardigd zou zijn; is een oordeel daarentegen niet stellig en voorzien van allerlei voorbehouden en overwegingen als deze, dan is het geen oordeel meer maar een soort metatekst over oordelen. Daar blijf ik maar in steken. Zeker sinds ik het volgende ietwat flauwe rijmpje van Marcellus Emants las:</p>
<blockquote><p>Voorwaar, wel een bijzonder man<br />
Die in drie uur bevatten kan<br />
Het werk waarover dag en nacht<br />
Een Shak’speare of een Goethe dacht.</p></blockquote>
<p>Wie is de recensent dat hij denkt dat hij kan recenseren? Wie ben ik om te mogen oordelen over een boek? Wie moet ik zijn om te kunnen oordelen over een boek?</p>
<p>Is het eigenlijk geen onvermogen van mij? Is het niet vooral zo dat ik niet <em>in staat ben </em>te oordelen omdat ik te weinig verstand van literatuur heb, te weinig belezen ben, en dat ik me verschuil achter het idee niet te <em>kunnen</em> oordelen in de zin van niet te <em>willen</em> oordelen? Iedere gevorderde student Nederlands zou toch moeten kunnen oordelen over een boek? Het werd tijd om te gaan oefenen. In de bieb zag ik <em>Vulkaanvrucht</em> liggen, de debuutroman van Y.M. Dangre. Ik besloot hem mee te nemen en er een experiment van te maken, een oefening in oordelen, vanuit een bizarre redenering: die Dangre is maar twee jaar ouder dan ik – als hij op zijn leeftijd mag schrijven, mag ik op mijn leeftijd oordelen.</p>
<p>Of nee, het was niet zozeer oordelen wat ik ging doen. Ik wilde vooral kijken hoe een recensent naar zo’n boek zou kijken. Ik besloot de roman te lezen en pas daarna recensies op te zoeken; de gewone lezer leest doorgaans eerst recensies en gaat vervolgens pas eventueel het boek lezen, maar dit experiment was nu juist een poging me eens níét te gedragen als de gewone lezer. Helemáál lukte dit niet: op de kaft van het werk had ik al gezien dat het de Vlaamse Debuutprijs gewonnen had. Dat had vast een reden. Tijdens het lezen probeerde ik te voorspellen wat recensenten hierover gezegd zouden kunnen hebben. Ik zette erop in dat er ongetwijfeld iets opgemerkt zou worden over het beeldende taalgebruik vol vergelijkingen, en dat er allicht iemand zou aanstippen hoeveel er in deze roman wel niet geslagen wordt: er worden zoveel klappen uitgedeeld dat je haast zou vermoeden dat de auteur een beurs heeft gekregen van Steunpunt Huiselijk Geweld. Kijk, verdorie, daar heb ik al zo’n stellig oordeel te pakken: waarom meen ik te kunnen zeggen, te kunnen dénken zelfs, dat al dit meppen negatief te waarderen zou zijn? Bij alles wat ik aan te merken had op het boek, spookte Emants’ rijmpje door mijn hoofd.</p>
<p>Recensies van het boek waren er amper. In wat ik vond werd vooral de jonge leeftijd van de auteur benadrukt; niet zozeer het boek leek gewaardeerd te worden, maar Dangres <em>talent</em>. Talent, ha, als dat niet is waar zijn hoofdpersonage mee worstelt.</p>
<blockquote><p>Talent. Dat was iets van vroeger, van rond haar eenentwintigste verjaardag, dat was een eenmalige publicatie in een literair tijdschrift. De rest van haar leven was de nasleep van het talent.</p></blockquote>
<p>Dat citaat kon ik wel waarderen.</p>
<p>Een verder oordeel geef ik niet, en ik ben er nog altijd niet uit of het zo is dat ik geen oordeel <em>wil </em>geven of dat ik geen oordeel <em>kan</em> geven. Maar had ik mogen willen en kunnen oordelen dan zou ik zeggen: wie een Nederlandstalige roman wil kopen om het Boekenweekgeschenk van Tom Lanoye te bemachtigen – en doe dat zeker, want over zo’n dun boekje waarover heel Nederland mag oordelen wil ik ook wel even positief oordelen – kan beter een ander boek kopen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/oordelen-en-andere-ongemakken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lieke en de bureaucratiefabriek</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/lieke-en-de-bureaucratiefabriek/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/lieke-en-de-bureaucratiefabriek/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Feb 2012 12:33:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Meer minder serieus]]></category>
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=167</guid>
		<description><![CDATA[Voor de liefhebbers van een stevig potje overtrokken gezeik zijn het fijne maanden op de universiteit. Zo kon je eind december je lol op met de invoering van het nieuwe studenteninformatiesysteem Osiris. Een prachtig systeem, al is het alleen maar vanwege de statistieken bij elk tentamen die je kunt bekijken: Osiris geeft je een staafgrafiekje met de uitslagen inclusief een melding als “Je behoort hiermee tot de 3 (13%) beste resultaten” of “Je bent hiermee de beste student”. Ik verwacht dat binnenkort het eerste halfbakken scriptieonderzoek wordt gedaan naar het effect van deze statistieken op de zesjesmentaliteit – waarschijnlijk hangt dit deels af van de manier waarop minder florissante resultaten worden omschreven. “Je behoort hiermee tot de 23 (100%) beste resultaten” heeft vermoedelijk minder effect dan “Je bent hiermee de schande van de opleiding.” Enfin, al vóór de lancering van Osiris stond natuurlijk vast dat er volop over geklaagd, gezeurd ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Voor de liefhebbers van een stevig potje overtrokken gezeik zijn het fijne maanden op de universiteit. Zo kon je eind december je lol op met de invoering van het nieuwe studenteninformatiesysteem Osiris. Een prachtig systeem, al is het alleen maar vanwege de statistieken bij elk tentamen die je kunt bekijken: Osiris geeft je een staafgrafiekje met de uitslagen inclusief een melding als “Je behoort hiermee tot de 3 (13%) beste resultaten” of “Je bent hiermee de beste student”. Ik verwacht dat binnenkort het eerste halfbakken scriptieonderzoek wordt gedaan naar het effect van deze statistieken op de zesjesmentaliteit – waarschijnlijk hangt dit deels af van de manier waarop minder florissante resultaten worden omschreven. “Je behoort hiermee tot de 23 (100%) beste resultaten” heeft vermoedelijk minder effect dan “Je bent hiermee de schande van de opleiding.” Enfin, al vóór de lancering van Osiris stond natuurlijk vast dat er volop over geklaagd, gezeurd en gezeken zou worden, ongeacht hoe goed het daadwerkelijk werkte, en dat gebeurde dan ook. Die kutuniversiteit moest eindelijk eens ophouden met dat gekut aan die kutsystemen en de kutzooi oplossen door één fatsoenlijk systeem voor alles in te voeren, in plaats van voort te kutten met dat kutOsiris en kutBlackboard en de hele kutbende aan andere kutsystemen.<br />
Waar ik vroeger nog graag meedeed aan het zeiken over systemen vind ik deze nationale volkssport inmiddels een beetje achterhaald. Wat wil de zeiker zeggen? Dat hij te belangrijk is om zijn tijd te verspillen aan gezeik? In dat geval schuilt er iets aardig paradoxaals in. Trouwens, kunnen echt belangrijke en drukke mensen het zich wel permitteren om een te hoge bloeddruk te riskeren? Daarbij, je zou Osiris eens moeten horen over  kutstudenten die consequent kutcijfers halen en daardoor steeds maar weer kutherkansingen moeten laten invoeren, om nog maar te zwijgen over Blackboard, dat als het zou kunnen praten ongetwijfeld minstens zo verongelijkt theatraal zou klagen over alle kutopdrachten die al die kutstudenten inleveren, waarvoor ze met zijn allen tegelijk vlak voor die kutdeadlines inloggen.<br />
Juist op het moment dat niemand zich nog druk kan maken om Osiris, diende zich goddank de volgende universitaire pispaal aan: Péage! Niet meer printen met je chipknip en kopiëren met je kopieerkaart, vanaf nu één systeem waarbij je saldo op je studentenkaart zet en daarmee naar hartelust kunt printen én kopiëren, en niet alleen binnen je eigen faculteit, nee, op de hele universiteit. Ik wreef vast in mijn handen – hier zat gegarandeerd een column voor Vox in. Wat de boventoon voerde in de inderdaad onmiddellijk losgebarsten kakofonie omtrent Péage: het was zo belachelijk druk bij de schaarse oplaadpunten. Ik prees mezelf dan ook gelukkig dat er vanochtend, toen ik voor het eerst in vier jaar een zéér belangrijke print- en kopieeropdracht had, niemand in de rij stond bij het oplaadapparaat. Thuis had ik van tevoren mijn account geactiveerd – er kon niets misgaan. Het was een oplaadapparaat zoals oplaadapparaten er doorgaans uitzien – met zeer veel verschillende gleuven en openingen – maar er stond meer dan duidelijk aangegeven welke gleuf waarvoor bestemd was. Ik steek mijn studentenkaart in de gleuf voor de studentenkaart. Een doffe <em>piep</em>. Dan niets. Ik haal mijn kaart eruit, draai hem om, steek hem er opnieuw in. <em>Piep</em>. Derde mogelijke manier om de kaart erin te steken: <em>piep</em>. Laatste manier om een kaart in een apparaat te steken: <em>piep</em>. Meer niet. Voor het eerst <a title="Kopiefobie" href="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/kopiefobie/" target="_blank">sinds ik een kopieerapparaat praktisch naar zijn grootje heb geholpen</a> durf ik me te melden bij de portier; de portier stuurt me naar de ICT-helpdesk met de mededeling dat het best eens aan mijn kaart zou kunnen liggen. De ICT-helpdesk bevestigt dat en stuurt me door naar Dienst Studentenzaken voor een nieuwe kaart – “kan een week of twee duren voor je weer kunt printen”.</p>
<p>Op de hele universiteit moeten er ongeveer net zoveel studentenkaarten zonder werkende chip zijn als dat Willy Wonka gouden toegangskaarten in zijn chocoladerepen stopte.  Waarom zou ik er misbaar over maken dat uitgerekend ik één van de vijf unieke gouden studentenkaarten heb? Met een vrolijk “prima!” bedank ik de man van de helpdesk en ik stap op mijn fiets richting Dienst Studentenzaken, me verheugend op een middagvullende excursie naar de bureaucratiefabriek.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/lieke-en-de-bureaucratiefabriek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waargebeurd!</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Jan 2012 17:28:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Meer minder serieus]]></category>
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=158</guid>
		<description><![CDATA[
Ik was negen toen ik moest trouwen
Ik was twaalf en ik fietste naar school 
Ik was pas dertien
Ik was veertien en depressief
Het begon toen ik veertien was


Ik was pas tweeëntwintig en ik werkte al te lang in de bibliotheek om nog onder de indruk te zijn van boektitels.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<ul>
<li><em>Ik was negen toen ik moest trouwen</em></li>
<li><em>Ik was twaalf en ik fietste naar school </em></li>
<li><em>Ik was pas dertien</em></li>
<li><em>Ik was veertien en depressief</em></li>
<li><em>Het begon toen ik veertien was<br />
</em></li>
</ul>
<p>Ik was pas tweeëntwintig en ik werkte al te lang in de bibliotheek om nog onder de indruk te zijn van boektitels.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Buiten zijn stratenboekje</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Jan 2012 08:38:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Min of meer serieus]]></category>
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=152</guid>
		<description><![CDATA[In De Volkskrant van donderdag 5 januari stelt de Tilburgse hoogleraar globalisering Paul van Seters dat Peter Buwalda’s Bonita Avenue bol staat van onzorgvuldigheden. Van Seters struikelt over een aantal anachronismen, scheve stratenplannen en ongeloofwaardigheden en verbindt hieraan de conclusie dat deze ‘onjuistheden’ op detailniveau het moeilijk maken de roman in zijn geheel serieus te nemen. Hieruit spreekt een realistische literatuuropvatting: een roman moet kloppen met de werkelijkheid, deze correct weerspiegelen. Het is opmerkelijk dat iemand die deze opvatting toegedaan is wel struikelt over enkele weinig waarheidsgetrouwe futiliteiten, maar geen enkel probleem heeft met het weinig waarachtige plot. Hoofdpersoon Siem Sigerieus kan logischerwijs onmogelijk de Spinozapremie hebben ontvangen? Siem Sigerius kan onmogelijk minister van Onderwijs geweest zijn, Siem Sigerius kan onmogelijk gejudood hebben tegen Anton Geesink, en Siem Sigerieus kan onmogelijk rector magnificus geweest zijn in Twente. Het is ongeloofwaardig dat een hoogleraar zich bij een universitaire roeiwedstrijd naakt vertoont? ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3105440/2012/01/05/Bonita-Avenue-staat-bol-van-de-onzorgvuldigheden.dhtml" target="_blank">In <em>De Volkskrant</em> van donderdag 5 januari </a>stelt de Tilburgse hoogleraar globalisering Paul van Seters dat Peter Buwalda’s <em>Bonita Avenue</em> bol staat van onzorgvuldigheden. Van Seters struikelt over een aantal anachronismen, scheve stratenplannen en ongeloofwaardigheden en verbindt hieraan de conclusie dat deze ‘onjuistheden’ op detailniveau het moeilijk maken de roman in zijn geheel serieus te nemen. Hieruit spreekt een realistische literatuuropvatting: een roman moet kloppen met de werkelijkheid, deze correct weerspiegelen. Het is opmerkelijk dat iemand die deze opvatting toegedaan is wel struikelt over enkele weinig waarheidsgetrouwe futiliteiten, maar geen enkel probleem heeft met het weinig waarachtige plot. Hoofdpersoon Siem Sigerieus kan logischerwijs onmogelijk de Spinozapremie hebben ontvangen? Siem Sigerius kan onmogelijk minister van Onderwijs geweest zijn, Siem Sigerius kan onmogelijk gejudood hebben tegen Anton Geesink, en Siem Sigerieus kan onmogelijk rector magnificus geweest zijn in Twente. Het is ongeloofwaardig dat een hoogleraar zich bij een universitaire roeiwedstrijd naakt vertoont? Laten we het maar niet hebben over de ongeloofwaardigheid van het feit dat een hoogleraar zowel een moordende zoon als een zich prostituerende dochter heeft, of over het realiteitsgehalte van enkele plotwendingen die ik de nog argeloze lezer niet voor de voeten wil gooien zoals Van Seters en passant even de ware roots van het jongetje Mike uit de doeken doet.<br />
Nu is het wellicht niet geheel eerlijk om Van Seters te verwijten dat hij met twee maten meet als het gaat om ongeloofwaardigheid: accepteren dat een romanpersonage niet bestaat behoort tot het pact tussen lezer en schrijver, en zodoende zal iemand er misschien minder snel over vallen dat een niet in de werkelijkheid bestaand personage in de Tweede Kamer plaatsneemt naast de wel bestaande Wim Kok, dan dat hij struikelt over bestaande zaken als een Spinozapremie die worden gebruikt op een manier die niet bestaat – het bestáát niet dat de Spinozapremie gebruikt zou kunnen worden om een afperser te betalen. Toch zou het al wie iets aan wil merken op <em>Bonita Avenue </em>eerder passen te stellen dat de roman onliterair veel wegheeft van een misdaadroman, dan te schermen met het feit dat de misdadigers in het  verhaal onmogelijk betaald zouden kunnen worden van prestigieuze wetenschappelijke premies. Het is leuk en aardig om redacteurtje te spelen en ‘fouten’ uit het boek aan te wijzen, maar wat is het punt ervan? Los van de vraag of enkele niet met de werkelijkheid strokende feiten ontegenzeggelijk een hele roman op losse schroeven zetten, zou ook nog de vraag gesteld kunnen worden in hoeverre het überhaupt gerechtvaardigd is om te focussen op het al dan niet kloppen van feiten  &#8211; we hebben het immers over een roman, niet over een autobiografie of een geschiedkundig werk.<br />
Op zich is er niets op tegen om ‘onzorgvuldigheden’ uit een roman aan te stippen. Lodewijk van Deyssel besloot in 1890 zijn recensie van Couperus’ <em>Eline Vere</em>, schoolvoorbeeld van psychologisch realisme, met een 1500 woorden tellende opsomming van onnauwkeurigheden van de schrijver, pagina voor pagina. Al deze mankementen en ongeloofwaardigheden leidden voor Van Deyssel echter niet tot de conclusie dat de roman in zijn geheel ongeloofwaardig of zelfs een slechte roman zou zijn; het is meer de bijvangst bij een verder serieuze bespreking van het werk, een bijvangst die geen afbreuk doet aan het oordeel. Filmliefhebbers die anachronismen aanstippen in films – acteurs die een horloge dragen terwijl ze een Romeins soldaat spelen, u kent het wel – voeren dit zelden door tot de conclusie dat dergelijke details een complete film waardeloos maken, of de film moet in zijn geheel aan elkaar hangen van zulke zaken. Bij <em>Bonita Avenue </em>is dit bovendien niet eens het geval. Van Seters presenteert vergelijkbare vermakelijke bijvangsten ten onrechte als een buitenproportioneel grote vis. Dat is niet vreemd, aangezien Van Seters geen literatuurcriticus is. Maar de hoogleraar globalisering gaat hier, met zijn opmerkingen over niet-kloppende plattegronden, wel buiten zijn stratenboekje.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het monster van Tilburg</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 05 Nov 2011 08:35:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Min of meer serieus]]></category>
		<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=147</guid>
		<description><![CDATA[We hebben er weer een, een nationale schurk waar we met zijn allen over kunnen vallen. De schurk werd maandagavond besproken bij De Wereld Draait Door. Hoe vallen zijn schurkenstreken te karakteriseren? “Uitzonderlijk laakbaar gedrag, machtsmisbruik, manipulatie,” somde Matthijs van Nieuwkerk op. Heeft u al een vermoeden over welk smerig zaakje het hier gaat? “Het was nog véél erger dan we dachten,” zegt Van Nieuwkerk tegen zijn somber gestemde gast aan tafel. We zien een verklaring van de voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de schurk: “Nog schokkender is het persoonlijke leed dat hij daarmee heeft aangericht. Met name heeft hij nietsontziend jonge mensen die aan zijn zorg en leiding waren toevertrouwd, misbruikt voor zijn eigen eer en glorie.”
Tafelheer Jan Mulder vraagt zich af waarom niemand het eerder heeft opgemerkt. Zelfs directe collega’s hebben al die tijd geen vermoeden gehad van de walgelijke toestanden die zich praktisch onder ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>We hebben er weer een, een nationale schurk waar we met zijn allen over kunnen vallen. De schurk werd maandagavond besproken bij De Wereld Draait Door. Hoe vallen zijn schurkenstreken te karakteriseren? “Uitzonderlijk laakbaar gedrag, machtsmisbruik, manipulatie,” somde Matthijs van Nieuwkerk op. Heeft u al een vermoeden over welk smerig zaakje het hier gaat? “Het was nog véél erger dan we dachten,” zegt Van Nieuwkerk tegen zijn somber gestemde gast aan tafel. We zien een verklaring van de voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de schurk: “Nog schokkender is het persoonlijke leed dat hij daarmee heeft aangericht. Met name heeft hij nietsontziend jonge mensen die aan zijn zorg en leiding waren toevertrouwd, misbruikt voor zijn eigen eer en glorie.”<br />
Tafelheer Jan Mulder vraagt zich af waarom niemand het eerder heeft opgemerkt. Zelfs directe collega’s hebben al die tijd geen vermoeden gehad van de walgelijke toestanden die zich praktisch onder hun neus afspeelden. Van Nieuwkerk maakt zich kwaad: “De man heeft acht jaar lang mogen doorgaan, kijk deze man is een schurk, een oplichter.” Kranten maken reconstructies en melden saillante details: de schurk nam snoepjes mee voor de kinderen. Hij is zeer berekenend te werk gegaan.<br />
Waar was deze schurk werkzaam? In een zwembad, in een kinderdagverblijf? Neen &#8211; de nieuwe nationale schurk was werkzaam aan de universiteit van Tilburg. De onderzoekscommissie was geen commissie-Gunning maar een commissie-Levelt, en te gast aan tafel bij De Wereld Draait Door was niet de zoveelste zedenzaakadvocaat, maar Robbert Dijkgraaf. In grotendeels dezelfde bewoordingen waarmee gesproken werd over de zaken rondom Benno L. en Robert M., wordt nu gesproken over Diederik Stapel.</p>
<p>Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat het een verbijsterende zaak is. Het meest verbijsterend is inderdaad nog wel alle energie die Stapel gestoken lijkt te hebben in het maskeren van zijn fraude. Als ik vroeger geen zin had om mijn tanden te poetsen voor ik ging slapen, ging ik nauwgezet te werk om de sporen van mijn frauduleuze nalatigheid uit te wissen: ik liet de kraan een tijdje lopen, draaide het dopje van de tandpastatube er een beetje af of smeerde wat tandpasta in de wasbak, maakte de haren van de borstel vochtig, en was zo vijf minuten bezig om het voor mijn ouders te doen voorkomen alsof ik twee minuten mijn tanden gepoetst had – om vervolgens met vieze tanden in de piepzak te zitten uit angst voor ontdekking. Met deze uiterst onefficiënte manier van oplichting ben ik gestopt toen ik vijf jaar oud was. Het mag met recht verbijsterend genoemd worden wanneer mannen van negenmaal zo oud en negenmaal zoveel verstand zich gedragen als een kleuter die tandenpoetsen tijdverspilling vindt.<br />
Desalniettemin is het misschien wel nog meer verbijsterend hoe er over Stapel gesproken wordt. Hoewel, verbijsterend? Khadaffi is dood,  de eurocrisis is allang niet meer te volgen, de hele riedel omtrent Mauro kennen we onderhand wel – het is logisch dat de journalistieke sensatie elders gezocht moet worden, en wat is er dan meer welkom dan een onderzoeksrapport over een frauduleuze wetenschapper waar we met zijn allen een nietsontziende pathologische misbruiker van jonge mensen van kunnen maken? Mogelijk komt de buitenproportionele behandeling van het onderwerp ook voort uit de aard van het onderwerp zelf: fraude in de wetenschap is een onderwerp waarvoor bij veel mensen geen intrinsieke interesse zal bestaan, dus moet deze interesse maar aangewakkerd worden. Hoe? Door woorden van stal te halen met de connotatie ‘dit is héél erg’.</p>
<p>Het is ook heel erg. Ik zal niet beweren dat de hele zaak Stapel onevenredig veel aandacht krijgt. De zaak zelf wordt niet opgeblazen – die is namelijk van zichzelf al groot &#8211; de woorden rondom de zaak worden opgeblazen. Wat in de wetenschap een onvervalste olifant is, moet blijkbaar ook voor heel de samenleving duidelijk geen mug zijn; wat Stapel deed is het ergste wat je in de wetenschap kunt doen en om de ernst daarvan duidelijk te maken aan het grote publiek buiten de wetenschap wordt erover gesproken in woorden die staan voor de ergste dingen die je in de samenleving kunt doen. Met woorden wordt van de wetenschappelijke schurk een nationale schurk gemaakt. De zaak krijgt een passende mate van aandacht, maar geen passende woorden. Aan de manier waarop de zaak behandeld wordt lijkt me maar één positief aspect te ontdekken: de hele kwestie wordt zo één grote bron van onderzoek waar straks uit geput kan worden door meer studenten sociale psychologie dan Stapel heeft kunnen duperen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stapelgek</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Sep 2011 17:07:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=138</guid>
		<description><![CDATA[Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één. Pronken met andermans veren is niet sjiek. Daar kwam ik op tienjarige leeftijd al achter toen de juffrouw van groep zes mij een ‘zeer goed’ voor een werkstukje over de hersenen gaf, maar er de vermanende opmerking bij maakte dat ik voortaan wat minder moest overschrijven uit boekjes en wat meer in mijn eigen woorden moest schrijven. Nadat dit misverstand eenmaal rechtgezet was – ik weet nog steeds niet of ik me verontwaardigd of gevleid moest voelen omdat de juf mijn geheel zelfgeschreven werkstuk aanzag voor een uit biebboeken bijeengeplagieerd knip- en plakwerkje – liet de juf mijn werkstuk tot aan het einde van mijn basisschoolcarrière fungeren als schoolvoorbeeld van een goed werkstuk. Niet sjiek.
Tegen de tijd dat ik op de middelbare school zat bond niemand meer zijn handgeschreven werkstukken bijeen met een touwtje, maar was het de voornaamste kunst bij ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één. Pronken met andermans veren is niet sjiek. Daar kwam ik op tienjarige leeftijd al achter toen de juffrouw van groep zes mij een ‘zeer goed’ voor een werkstukje over de hersenen gaf, maar er de vermanende opmerking bij maakte dat ik voortaan wat minder moest overschrijven uit boekjes en wat meer in mijn eigen woorden moest schrijven. Nadat dit misverstand eenmaal rechtgezet was – ik weet nog steeds niet of ik me verontwaardigd of gevleid moest voelen omdat de juf mijn geheel zelfgeschreven werkstuk aanzag voor een uit biebboeken bijeengeplagieerd knip- en plakwerkje – liet de juf mijn werkstuk tot aan het einde van mijn basisschoolcarrière fungeren als schoolvoorbeeld van een goed werkstuk. Niet sjiek.</p>
<p>Tegen de tijd dat ik op de middelbare school zat bond niemand meer zijn handgeschreven werkstukken bijeen met een touwtje, maar was het de voornaamste kunst bij het maken van een werkstuk om met behulp van WordArt een zo schreeuwerig mogelijke kaft te printen. Ik weet niet of het komt door het verschil tussen basisschool en middelbare school of door het verschil dat de computer maakte in het leven van de scholier, maar een enkele docent wilde ons er nu nog wel eens op wijzen dat het niet sjiek is om een werkstuk in elkaar te knutselen met ctrl+c, ctrl+v. Echt verketterd werden plagiaatplegers echter niet. Zolang je maar de moeite had gedaan te lézen wat je van Wikipedia bijeengeklauwd had, zag de gemiddelde docent zijn didactische doelstellingen al wel behaald.</p>
<p>Op de universiteit echter werd het er vanaf werkstuk één goed ingeramd. Voor een speciaal vak over hoe je een wetenschappelijk stuk schrijft, waren we allemaal verplicht de plagiaatgids uit te printen: drieëntwintig pagina’s met de toon van een Postbus 51-publicatie, waarin antwoord gegeven werd op spannende vragen als “Plagiaat: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen?” Geen hond die dat geheel doorlas uiteraard. Een beetje beangstigend was het gegeven dat je ook per ongeluk plagiaat kunt plegen – één vergeten voetnootje maakt je weliswaar nog geen René Diekstra, maar is toch al een ernstige wetenschappelijke dwaling – maar om nou een hele plagiaatgids te gaan zitten lezen in de tijd waarin je ook een degelijk werkstuk bijeen zou kunnen googlen, nee. Het is gewoon heel eenvoudig: plagiaat plegen is niet sjiek, punt. Iedereen met een beetje gezond verstand weet dat.</p>
<p>Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één maar ik denk dat dit sinds vandaag weer wat anders ligt. Toekomstige studenten zullen Diederik Stapel weinig dankbaar zijn want dit leidt gegarandeerd tot een nieuwe gids. “Onderzoeksgegevens uit je duim zuigen: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen?”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Harry Potter en de beginselen van de psychosomatiek</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Sep 2011 18:01:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=127</guid>
		<description><![CDATA[Dat Harry Potter geen gewone jongen is, mag wel duidelijk zijn na zeven boeken waarin dit tot in den treure benadrukt wordt. Wie echter dacht dat dit hem zit in het litteken op zijn voorhoofd, komt bedrogen uit. Het is niet Harry’s litteken dat hem ongewoon maakt. Het zijn de ongewone gedragingen van zijn maag. Waar van de maag van zijn vriend Ron alleen maar dikwijls gezegd wordt dat deze knort, is er met Harry’s spijsverteringsorgaan heel wat meer aan de hand.
In Harry Potter en de orde van de feniks begint het al op pagina 6, als Harry’s maag zich omdraait wanneer hij naar het nieuws luistert. ‘Zijn maag ontspande zich weer enigszins’ toen bleek dat het journaal niets schokkends te melden had. Lang duurt deze rust in zijn binnenste niet want op pagina 10 heeft Harry ‘een dof, hol gevoel in zijn maag’. Dit holle gevoel blijkt een constante ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Dat Harry Potter geen gewone jongen is, mag wel duidelijk zijn na zeven boeken waarin dit tot in den treure benadrukt wordt. Wie echter dacht dat dit hem zit in het litteken op zijn voorhoofd, komt bedrogen uit. Het is niet Harry’s litteken dat hem ongewoon maakt. Het zijn de ongewone gedragingen van zijn maag. Waar van de maag van zijn vriend Ron alleen maar dikwijls gezegd wordt dat deze knort, is er met Harry’s spijsverteringsorgaan heel wat meer aan de hand.</p>
<p>In <em>Harry Potter en de orde van de feniks </em>begint het al op pagina 6, als Harry’s maag zich omdraait wanneer hij naar het nieuws luistert. ‘Zijn maag ontspande zich weer enigszins’ toen bleek dat het journaal niets schokkends te melden had. Lang duurt deze rust in zijn binnenste niet want op pagina 10 heeft Harry ‘een dof, hol gevoel in zijn maag’. Dit holle gevoel blijkt een constante te zijn in Harry’s maagklachten, al wordt het vrij consequent voorafgegaan door telkens een ander bijvoeglijk naamwoord: slechts vijf pagina’s verder heeft Harry ‘een kil, hol gevoel in zijn maag’; op pagina 94 is het ‘een vreemd, hol gevoel in zijn maag’, pagina 116 maakt melding van een ‘vreselijk, hol gevoel in zijn maag’ en op pagina 476 wordt gesproken van ‘een gruwelijk, hol gevoel in zijn maag’. J.K. Rowlings alom geprezen fantasie moet niet toereikend geweest zijn om nog meer vage toevoegingen aan deze holle frase te verzinnen, want op pagina’s 186, 349, 526 en 611 heeft Harry slechts simpelweg ‘een hol gevoel in zijn maag’.<br />
Dat Harry’s ingewanden heel wat acrobatische kunstjes kennen zonder dat er een toverstok aan te pas hoeft te komen, mag duidelijk zijn. Herhaaldelijk heeft hij een knoop in zijn borst en al even vaak is het ‘alsof alle lucht uit zijn longen wordt weggezogen’. Hij kampt met ‘een eigenaardig gevoel in de buurt van zijn middenrif’ en zijn hart slaat zo regelmatig over dat het haast geen onregelmatigheid te noemen valt, bijvoorbeeld die keer dat het ‘tot een onnatuurlijke omvang gezwollen scheen te zijn’ (p.121) . Aardig onnatuurlijk dunkt me inderdaad, maar wat wil je ook, pakweg tachtig pagina’s eerder was zijn hart al gebarsten, net als zijn hoofd overigens. Maar de maag spant nog altijd de kroon: tot vijfmaal toe maakt deze een salto. Dit gebeurt voor het eerst wanneer hij oog in oog komt te staan met een dementor (p.17); op pagina 264 maakt zijn maag zelfs een heuse salto achterwaarts wanneer hij praat met Cho Chang, en vier pagina’s verder maakt zijn maag weer een ordinaire voorwaartse salto, gevolgd door weer zo’n salto op pagina 305. Wanneer Cho hem op pagina 443 compleet negeert, blijkt dat Harry’s maag naast voorwaartse en achterwaartse salto’s ook nog aangename en onaangename salto’s kan maken, getuige de ‘onaangename salto’ van zijn maag die Harry gewaarwordt. Vanaf het moment dat het over is met Cho, is dat voor zijn maag ook gelijk duidelijk: ‘Harry’s maag maakte geen salto, […] eerder een zwak sprongetje’ (p.528). Want springen kan de maag van Harry ook, zoals ook blijkt op pagina 590.</p>
<p>Salto’s, sprongen – nog meer? Jazeker. Om te beginnen hebben we verder nog de krampen – op pagina 100 ‘trokken allerlei vreemde krampen door zijn maag’ en ergens tussen twee gevoelens van holheid in trekt Harry’s maag, ‘die toch al vreemd aanvoelde’, helemaal samen. Ook op pagina 487 en pagina 560 krimpt zijn maag ineen. De knoop die meestal in zijn borst zit, manifesteert zich op pagina 358 in zijn maag – maar er is meer! Harry kan niet alleen knopen in zijn maag voelen, soms voelt hij ook een schok (p. 353), een loden gewicht (p. 514), of, dramatischer nog, een loden last in zijn maag (p.663). Geen wonder dat Harry tevens om de haverklap misselijk is, met al dat grof geweld in zijn maag. Soms is het ook doodgewone honger: op pagina 387 ‘probeerde hij zijn rommelende maag te negeren’ en op een dag gaat hij na zijn lessen nog gauw even iets eten ‘zodat hij iets in zijn maag zou hebben voordat hij aan zijn nog onbekende strafwerk begon’ (p. 209).<br />
Lijkt dit alles nog eenvoudigweg een aardig gevarieerde beschouwing van de bewegingen die de menselijke maag zoal kan maken, Harry Potter zou Harry Potter niet zijn als hij ook op dit gebied niet opmerkelijk was. Het ‘merkwaardig, opgewonden gevoel’ op pagina 297 valt volkomen in het niet bij de merkwaardigheid van bijvoorbeeld een ‘withete golf van paniek die in zijn maag opborrelde’ (p. 570). Vraag niet hoe het kan, maar Harry kan ook last hebben van ‘een benauwd gevoel in zijn maag’ (p. 209). En slechts één pagina na weer eens last te hebben gehad van het overbekende holle gevoel in zijn maag, is het ‘alsof zijn maag plotseling door het stoffige tapijt zonk’ – ’t is niet waar! Echte psychosomatische hoogstandjes worden bereikt wanneer Harry’s maag meer op een ketel met een toverdrankenbrouwsel lijkt: ‘in zijn maag borrelde een afschuwelijke, kolkende massa schuldgevoelens’ op pagina 371.</p>
<p>Gedurende het hele boek maakt iedereen zich maar zorgen om het litteken op Harry’s voorhoofd. Dat klopt, steekt, en brandt – heel indrukwekkend, maar het is niets vergeleken bij wat er voortdurend aan de gang is in zijn maag. In totaal drieëndertig maal horen wij over Harry’s maag; dat is gemiddeld elke twintig pagina’s wel één keer. “Ik ben niet zwak,” snauwt Harry tegen professor Sneep – dat geldt dan toch zeker niet voor zijn maag, wat duidelijk Harry’s zwakste lichamelijk plek is, nog boven zijn litteken. Of zou er een concrete verklaring zijn voor al dat springen, ineenkrimpen, hol aanvoelen en het maken van salto’s? Op pagina 269 wordt mogelijk een tipje van de sluier opgelicht: Harry is in zijn vijfde schooljaar niet zomaar met een vervelende lerares opgezadeld – hij is ermee in de maag gesplitst.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zuur</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 28 May 2011 19:55:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=104</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer het onderwerp van je bachelorscriptie je dusdanig gegrepen heeft dat je er zelfs om half vier ’s nachts mee bezig bent, weet je dat je te intensief en te obsessief aan het werk bent. In de al lang en breed in de vergetelheid geraakte satirische roman Kippeveer (1888) van de al even lang en breed in de vergetelheid geraakte Cosinus zit een scène die afgelopen nacht in mijn hoofd opdook. Één van de belangrijkste personages uit het boek is de welgestelde baron Landek van Tuiningen, een gereformeerde man met overtuigingen die botsen met zijn geloof: hij gelooft namelijk óók in het spiritisme. Leefde hij in de 21e eeuw dan zou hij zijn baronnenfortuin uitgeven aan kaartjes voor de shows van Char en Derek Ogilvie. Zijn zoon, rechtenstudent Otto, begint net het studentenleven te ontdekken en op een nacht moet hofmeester Vlak in het geheim de stomdronken Otto van een ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer het onderwerp van je bachelorscriptie je dusdanig gegrepen heeft dat je er zelfs om half vier ’s nachts mee bezig bent, weet je dat je te intensief en te obsessief aan het werk bent. In de al lang en breed in de vergetelheid geraakte satirische roman <em>Kippeveer </em>(1888) van de al even lang en breed in de vergetelheid geraakte Cosinus zit een scène die afgelopen nacht in mijn hoofd opdook. Één van de belangrijkste personages uit het boek is de welgestelde baron Landek van Tuiningen, een gereformeerde man met overtuigingen die botsen met zijn geloof: hij gelooft namelijk óók in het spiritisme. Leefde hij in de 21<sup>e</sup> eeuw dan zou hij zijn baronnenfortuin uitgeven aan kaartjes voor de shows van Char en Derek Ogilvie. Zijn zoon, rechtenstudent Otto, begint net het studentenleven te ontdekken en op een nacht moet hofmeester Vlak in het geheim de stomdronken Otto van een uit de hand gelopen studentenvergadering naar huis brengen; dit doet hij met behulp van twee ook niet meer geheel nuchtere studenten, die, zo blijkt later, binnen in het gigantische huis een hels kabaal maken. Baron Landek echter, zo maakt hij daags na dit incident duidelijk, verkeert volledig in de veronderstelling dat dit nachtelijk lawaai veroorzaakt werd door een manifestatie van boze geesten. De toestand van Otto in de ochtend schrijft hij niet toe aan de invloed van alcohol, maar aan andere invloeden:</p>
<blockquote><p>Ik ben even in zijn kamer geweest, die nu open was, en daar bleek het mij terstond dat hij waarschijnlijk onder zeer sterken magnetischen invloed geweest was en misschien nog was; want ik werd aanstonds getroffen door een zekere zure lucht die in het vertrek hing, overeenkomstig met de lucht die zich ontwikkelt bij de in werking zijnde galvanische batterijen. (Cosinus 1917, deel I, p.81-82)</p></blockquote>
<p>Hij raakt er maar niet over uit en blijft zich omtrent de zure lucht gefascineerd afvragen ‘of wij hier te doen hebben met een moleculaire modificatie van het perisprit’.<br />
   Het was deze scène die in mijn hoofd zat even nadat ik wakker schrok van het geluid van het openen van de badkamerdeur. De badkamer bevindt zich tegenover mijn kamer en ik word meerdere malen per week ’s nachts wakker van de tsunamigeluiden die de wc voortbrengt, of van het geklapper van de badkamerdeur die klaarblijkelijk erg moeilijk te sluiten is. Enfin, de geluiden die nu volgden op het openen van de deur kon ik niet helemaal plaatsen – het kon ofwel een moordpartij zijn, ofwel een kotspartij. Hoe dan ook zou het in beide gevallen wel snel afgelopen zijn. Dacht ik. Na een kwartier had ik nog steeds niemand de badkamer uit horen komen, maar kwamen er met grote tussenpozen nog steeds onsmakelijke geluiden vandaan. Mezelf omdraaien en verder slapen was onmogelijk, daarvoor was het geluid te overheersend. Als je ergens last van hebt, zijn er grofweg drie opties: de bron van overlast wegnemen, je tolerantiegrens wat verruimen of de bron van overlast uit de weg gaan. De eerste optie leek mij in dit geval geen optie; ik kon moeilijk even aankloppen met de vraag of het misschien wat zachter kan, en bovendien leek het me te oordelen naar het geluid zeer aannemelijk dat ik geen getuige wilde zijn van wat er dan ook precies gaande was. Mijn grens verruimen leek me wat te veel gevraagd, zelfs de meest tolerante zendboeddhist zou dit kotsconcert niet zonder walging kunnen waarnemen. Het enige wat ik kon doen was een ontspannend muziekje opzetten, maar om de geluiden te overstemmen moest ik het volume van mijn iPod zo hoog draaien dat zelfs het ontspannende muziekje beangstigend klonk. Dat ik maar niet in slaap kon vallen had echter niet eens zoveel met het geluidsniveau van de muziek van doen – nu ik me namelijk zoveel mogelijk had afgesloten voor de badkamergeluiden, begon ik me in mijn hoofd te halen dat deze afsluiting van de buitenwereld me misschien nog wel eens een levenslang schuldgevoel zou kunnen bezorgen. Het was nu al drie kwartier geleden dat het gedoe begonnen was. Wat nou als ik in slaap viel en de ochtend erop zou blijken dat de badkamer nog steeds op slot zat, maar er niet eens meer een vaag gereutel achter de deur vandaan kwam? Jimi Hendrix was vast niet de laatste die het gepresteerd heeft te stikken in zijn eigen braaksel. Ik zou mijn leven lang gekweld blijven door het idee dat ik iets had kunnen doen. Mijn ergernis en boosheid maakten plaats voor angst. Ik moest wat doen! Ik kon niet zomaar doen alsof er niets aan de hand was! Op het moment dat ik de oortjes van mijn iPod uitdoe hoor ik de badkamerdeur open gaan. ‘Alles oké?!’, roep ik in mijn opluchting met een afgeknepen stemmetje. Nu wél belangstelling tonen, held die ik ben. Er komt geen antwoord. Ik zal niet te weten komen wat voor nachtelijke manifestatie hier plaatsgevonden heeft. De kans bestaat zelfs dat ik bij het ontwaken begin te twijfelen of het wel echt voorgevallen is. Voor ik weer in slaap val weet ik zeker dat ik ’s ochtends voor alle zekerheid de andere badkamer zal gebruiken, uit angst voor moleculaire modificaties van het perisprit.</p>
<p>Een uur nadat ik ingeslapen was word ik weer wakker van geklapper. Ook dat nog. Klopgeesten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

