<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Liekerair</title>
	<atom:link href="http://www.liekevonberg.nl/wordpress/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress</link>
	<description>(omdat 'literair' wellicht wat pretentieus is)</description>
	<lastBuildDate>Wed, 25 Jan 2012 15:52:15 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1</generator>
		<item>
		<title>Waargebeurd!</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Jan 2012 17:28:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=158</guid>
		<description><![CDATA[
Ik was negen toen ik moest trouwen
Ik was twaalf en ik fietste naar school 
Ik was pas dertien
Ik was veertien en depressief
Het begon toen ik veertien was


Ik was pas tweeëntwintig en ik werkte al te lang in de bibliotheek om nog onder de indruk te zijn van boektitels.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<ul>
<li><em>Ik was negen toen ik moest trouwen</em></li>
<li><em>Ik was twaalf en ik fietste naar school </em></li>
<li><em>Ik was pas dertien</em></li>
<li><em>Ik was veertien en depressief</em></li>
<li><em>Het begon toen ik veertien was<br />
</em></li>
</ul>
<p>Ik was pas tweeëntwintig en ik werkte al te lang in de bibliotheek om nog onder de indruk te zijn van boektitels.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/waargebeurd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Buiten zijn stratenboekje</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Jan 2012 08:38:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=152</guid>
		<description><![CDATA[In De Volkskrant van donderdag 5 januari stelt de Tilburgse hoogleraar globalisering Paul van Seters dat Peter Buwalda’s Bonita Avenue bol staat van onzorgvuldigheden. Van Seters struikelt over een aantal anachronismen, scheve stratenplannen en ongeloofwaardigheden en verbindt hieraan de conclusie dat deze ‘onjuistheden’ op detailniveau het moeilijk maken de roman in zijn geheel serieus te nemen. Hieruit spreekt een realistische literatuuropvatting: een roman moet kloppen met de werkelijkheid, deze correct weerspiegelen. Het is opmerkelijk dat iemand die deze opvatting toegedaan is wel struikelt over enkele weinig waarheidsgetrouwe futiliteiten, maar geen enkel probleem heeft met het weinig waarachtige plot. Hoofdpersoon Siem Sigerieus kan logischerwijs onmogelijk de Spinozapremie hebben ontvangen? Siem Sigerius kan onmogelijk minister van Onderwijs geweest zijn, Siem Sigerius kan onmogelijk gejudood hebben tegen Anton Geesink, en Siem Sigerieus kan onmogelijk rector magnificus geweest zijn in Twente. Het is ongeloofwaardig dat een hoogleraar zich bij een universitaire roeiwedstrijd naakt vertoont? ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3105440/2012/01/05/Bonita-Avenue-staat-bol-van-de-onzorgvuldigheden.dhtml" target="_blank">In <em>De Volkskrant</em> van donderdag 5 januari </a>stelt de Tilburgse hoogleraar globalisering Paul van Seters dat Peter Buwalda’s <em>Bonita Avenue</em> bol staat van onzorgvuldigheden. Van Seters struikelt over een aantal anachronismen, scheve stratenplannen en ongeloofwaardigheden en verbindt hieraan de conclusie dat deze ‘onjuistheden’ op detailniveau het moeilijk maken de roman in zijn geheel serieus te nemen. Hieruit spreekt een realistische literatuuropvatting: een roman moet kloppen met de werkelijkheid, deze correct weerspiegelen. Het is opmerkelijk dat iemand die deze opvatting toegedaan is wel struikelt over enkele weinig waarheidsgetrouwe futiliteiten, maar geen enkel probleem heeft met het weinig waarachtige plot. Hoofdpersoon Siem Sigerieus kan logischerwijs onmogelijk de Spinozapremie hebben ontvangen? Siem Sigerius kan onmogelijk minister van Onderwijs geweest zijn, Siem Sigerius kan onmogelijk gejudood hebben tegen Anton Geesink, en Siem Sigerieus kan onmogelijk rector magnificus geweest zijn in Twente. Het is ongeloofwaardig dat een hoogleraar zich bij een universitaire roeiwedstrijd naakt vertoont? Laten we het maar niet hebben over de ongeloofwaardigheid van het feit dat een hoogleraar zowel een moordende zoon als een zich prostituerende dochter heeft, of over het realiteitsgehalte van enkele plotwendingen die ik de nog argeloze lezer niet voor de voeten wil gooien zoals Van Seters en passant even de ware roots van het jongetje Mike uit de doeken doet.<br />
Nu is het wellicht niet geheel eerlijk om Van Seters te verwijten dat hij met twee maten meet als het gaat om ongeloofwaardigheid: accepteren dat een romanpersonage niet bestaat behoort tot het pact tussen lezer en schrijver, en zodoende zal iemand er misschien minder snel over vallen dat een niet in de werkelijkheid bestaand personage in de Tweede Kamer plaatsneemt naast de wel bestaande Wim Kok, dan dat hij struikelt over bestaande zaken als een Spinozapremie die worden gebruikt op een manier die niet bestaat – het bestáát niet dat de Spinozapremie gebruikt zou kunnen worden om een afperser te betalen. Toch zou het al wie iets aan wil merken op <em>Bonita Avenue </em>eerder passen te stellen dat de roman onliterair veel wegheeft van een misdaadroman, dan te schermen met het feit dat de misdadigers in het  verhaal onmogelijk betaald zouden kunnen worden van prestigieuze wetenschappelijke premies. Het is leuk en aardig om redacteurtje te spelen en ‘fouten’ uit het boek aan te wijzen, maar wat is het punt ervan? Los van de vraag of enkele niet met de werkelijkheid strokende feiten ontegenzeggelijk een hele roman op losse schroeven zetten, zou ook nog de vraag gesteld kunnen worden in hoeverre het überhaupt gerechtvaardigd is om te focussen op het al dan niet kloppen van feiten  &#8211; we hebben het immers over een roman, niet over een autobiografie of een geschiedkundig werk.<br />
Op zich is er niets op tegen om ‘onzorgvuldigheden’ uit een roman aan te stippen. Lodewijk van Deyssel besloot in 1890 zijn recensie van Couperus’ <em>Eline Vere</em>, schoolvoorbeeld van psychologisch realisme, met een 1500 woorden tellende opsomming van onnauwkeurigheden van de schrijver, pagina voor pagina. Al deze mankementen en ongeloofwaardigheden leidden voor Van Deyssel echter niet tot de conclusie dat de roman in zijn geheel ongeloofwaardig of zelfs een slechte roman zou zijn; het is meer de bijvangst bij een verder serieuze bespreking van het werk, een bijvangst die geen afbreuk doet aan het oordeel. Filmliefhebbers die anachronismen aanstippen in films – acteurs die een horloge dragen terwijl ze een Romeins soldaat spelen, u kent het wel – voeren dit zelden door tot de conclusie dat dergelijke details een complete film waardeloos maken, of de film moet in zijn geheel aan elkaar hangen van zulke zaken. Bij <em>Bonita Avenue </em>is dit bovendien niet eens het geval. Van Seters presenteert vergelijkbare vermakelijke bijvangsten ten onrechte als een buitenproportioneel grote vis. Dat is niet vreemd, aangezien Van Seters geen literatuurcriticus is. Maar de hoogleraar globalisering gaat hier, met zijn opmerkingen over niet-kloppende plattegronden, wel buiten zijn stratenboekje.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/buiten-zijn-stratenboekje/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het monster van Tilburg</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 05 Nov 2011 08:35:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=147</guid>
		<description><![CDATA[We hebben er weer een, een nationale schurk waar we met zijn allen over kunnen vallen. De schurk werd maandagavond besproken bij De Wereld Draait Door. Hoe vallen zijn schurkenstreken te karakteriseren? “Uitzonderlijk laakbaar gedrag, machtsmisbruik, manipulatie,” somde Matthijs van Nieuwkerk op. Heeft u al een vermoeden over welk smerig zaakje het hier gaat? “Het was nog véél erger dan we dachten,” zegt Van Nieuwkerk tegen zijn somber gestemde gast aan tafel. We zien een verklaring van de voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de schurk: “Nog schokkender is het persoonlijke leed dat hij daarmee heeft aangericht. Met name heeft hij nietsontziend jonge mensen die aan zijn zorg en leiding waren toevertrouwd, misbruikt voor zijn eigen eer en glorie.”
Tafelheer Jan Mulder vraagt zich af waarom niemand het eerder heeft opgemerkt. Zelfs directe collega’s hebben al die tijd geen vermoeden gehad van de walgelijke toestanden die zich praktisch onder ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>We hebben er weer een, een nationale schurk waar we met zijn allen over kunnen vallen. De schurk werd maandagavond besproken bij De Wereld Draait Door. Hoe vallen zijn schurkenstreken te karakteriseren? “Uitzonderlijk laakbaar gedrag, machtsmisbruik, manipulatie,” somde Matthijs van Nieuwkerk op. Heeft u al een vermoeden over welk smerig zaakje het hier gaat? “Het was nog véél erger dan we dachten,” zegt Van Nieuwkerk tegen zijn somber gestemde gast aan tafel. We zien een verklaring van de voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de schurk: “Nog schokkender is het persoonlijke leed dat hij daarmee heeft aangericht. Met name heeft hij nietsontziend jonge mensen die aan zijn zorg en leiding waren toevertrouwd, misbruikt voor zijn eigen eer en glorie.”<br />
Tafelheer Jan Mulder vraagt zich af waarom niemand het eerder heeft opgemerkt. Zelfs directe collega’s hebben al die tijd geen vermoeden gehad van de walgelijke toestanden die zich praktisch onder hun neus afspeelden. Van Nieuwkerk maakt zich kwaad: “De man heeft acht jaar lang mogen doorgaan, kijk deze man is een schurk, een oplichter.” Kranten maken reconstructies en melden saillante details: de schurk nam snoepjes mee voor de kinderen. Hij is zeer berekenend te werk gegaan.<br />
Waar was deze schurk werkzaam? In een zwembad, in een kinderdagverblijf? Neen &#8211; de nieuwe nationale schurk was werkzaam aan de universiteit van Tilburg. De onderzoekscommissie was geen commissie-Gunning maar een commissie-Levelt, en te gast aan tafel bij De Wereld Draait Door was niet de zoveelste zedenzaakadvocaat, maar Robbert Dijkgraaf. In grotendeels dezelfde bewoordingen waarmee gesproken werd over de zaken rondom Benno L. en Robert M., wordt nu gesproken over Diederik Stapel.</p>
<p>Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat het een verbijsterende zaak is. Het meest verbijsterend is inderdaad nog wel alle energie die Stapel gestoken lijkt te hebben in het maskeren van zijn fraude. Als ik vroeger geen zin had om mijn tanden te poetsen voor ik ging slapen, ging ik nauwgezet te werk om de sporen van mijn frauduleuze nalatigheid uit te wissen: ik liet de kraan een tijdje lopen, draaide het dopje van de tandpastatube er een beetje af of smeerde wat tandpasta in de wasbak, maakte de haren van de borstel vochtig, en was zo vijf minuten bezig om het voor mijn ouders te doen voorkomen alsof ik twee minuten mijn tanden gepoetst had – om vervolgens met vieze tanden in de piepzak te zitten uit angst voor ontdekking. Met deze uiterst onefficiënte manier van oplichting ben ik gestopt toen ik vijf jaar oud was. Het mag met recht verbijsterend genoemd worden wanneer mannen van negenmaal zo oud en negenmaal zoveel verstand zich gedragen als een kleuter die tandenpoetsen tijdverspilling vindt.<br />
Desalniettemin is het misschien wel nog meer verbijsterend hoe er over Stapel gesproken wordt. Hoewel, verbijsterend? Khadaffi is dood,  de eurocrisis is allang niet meer te volgen, de hele riedel omtrent Mauro kennen we onderhand wel – het is logisch dat de journalistieke sensatie elders gezocht moet worden, en wat is er dan meer welkom dan een onderzoeksrapport over een frauduleuze wetenschapper waar we met zijn allen een nietsontziende pathologische misbruiker van jonge mensen van kunnen maken? Mogelijk komt de buitenproportionele behandeling van het onderwerp ook voort uit de aard van het onderwerp zelf: fraude in de wetenschap is een onderwerp waarvoor bij veel mensen geen intrinsieke interesse zal bestaan, dus moet deze interesse maar aangewakkerd worden. Hoe? Door woorden van stal te halen met de connotatie ‘dit is héél erg’.</p>
<p>Het is ook heel erg. Ik zal niet beweren dat de hele zaak Stapel onevenredig veel aandacht krijgt. De zaak zelf wordt niet opgeblazen – die is namelijk van zichzelf al groot &#8211; de woorden rondom de zaak worden opgeblazen. Wat in de wetenschap een onvervalste olifant is, moet blijkbaar ook voor heel de samenleving duidelijk geen mug zijn; wat Stapel deed is het ergste wat je in de wetenschap kunt doen en om de ernst daarvan duidelijk te maken aan het grote publiek buiten de wetenschap wordt erover gesproken in woorden die staan voor de ergste dingen die je in de samenleving kunt doen. Met woorden wordt van de wetenschappelijke schurk een nationale schurk gemaakt. De zaak krijgt een passende mate van aandacht, maar geen passende woorden. Aan de manier waarop de zaak behandeld wordt lijkt me maar één positief aspect te ontdekken: de hele kwestie wordt zo één grote bron van onderzoek waar straks uit geput kan worden door meer studenten sociale psychologie dan Stapel heeft kunnen duperen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/het-monster-van-tilburg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stapelgek</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Sep 2011 17:07:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=138</guid>
		<description><![CDATA[Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één. Pronken met andermans veren is niet sjiek. Daar kwam ik op tienjarige leeftijd al achter toen de juffrouw van groep zes mij een ‘zeer goed’ voor een werkstukje over de hersenen gaf, maar er de vermanende opmerking bij maakte dat ik voortaan wat minder moest overschrijven uit boekjes en wat meer in mijn eigen woorden moest schrijven. Nadat dit misverstand eenmaal rechtgezet was – ik weet nog steeds niet of ik me verontwaardigd of gevleid moest voelen omdat de juf mijn geheel zelfgeschreven werkstuk aanzag voor een uit biebboeken bijeengeplagieerd knip- en plakwerkje – liet de juf mijn werkstuk tot aan het einde van mijn basisschoolcarrière fungeren als schoolvoorbeeld van een goed werkstuk. Niet sjiek.
Tegen de tijd dat ik op de middelbare school zat bond niemand meer zijn handgeschreven werkstukken bijeen met een touwtje, maar was het de voornaamste kunst bij ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één. Pronken met andermans veren is niet sjiek. Daar kwam ik op tienjarige leeftijd al achter toen de juffrouw van groep zes mij een ‘zeer goed’ voor een werkstukje over de hersenen gaf, maar er de vermanende opmerking bij maakte dat ik voortaan wat minder moest overschrijven uit boekjes en wat meer in mijn eigen woorden moest schrijven. Nadat dit misverstand eenmaal rechtgezet was – ik weet nog steeds niet of ik me verontwaardigd of gevleid moest voelen omdat de juf mijn geheel zelfgeschreven werkstuk aanzag voor een uit biebboeken bijeengeplagieerd knip- en plakwerkje – liet de juf mijn werkstuk tot aan het einde van mijn basisschoolcarrière fungeren als schoolvoorbeeld van een goed werkstuk. Niet sjiek.</p>
<p>Tegen de tijd dat ik op de middelbare school zat bond niemand meer zijn handgeschreven werkstukken bijeen met een touwtje, maar was het de voornaamste kunst bij het maken van een werkstuk om met behulp van WordArt een zo schreeuwerig mogelijke kaft te printen. Ik weet niet of het komt door het verschil tussen basisschool en middelbare school of door het verschil dat de computer maakte in het leven van de scholier, maar een enkele docent wilde ons er nu nog wel eens op wijzen dat het niet sjiek is om een werkstuk in elkaar te knutselen met ctrl+c, ctrl+v. Echt verketterd werden plagiaatplegers echter niet. Zolang je maar de moeite had gedaan te lézen wat je van Wikipedia bijeengeklauwd had, zag de gemiddelde docent zijn didactische doelstellingen al wel behaald.</p>
<p>Op de universiteit echter werd het er vanaf werkstuk één goed ingeramd. Voor een speciaal vak over hoe je een wetenschappelijk stuk schrijft, waren we allemaal verplicht de plagiaatgids uit te printen: drieëntwintig pagina’s met de toon van een Postbus 51-publicatie, waarin antwoord gegeven werd op spannende vragen als “Plagiaat: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen?” Geen hond die dat geheel doorlas uiteraard. Een beetje beangstigend was het gegeven dat je ook per ongeluk plagiaat kunt plegen – één vergeten voetnootje maakt je weliswaar nog geen René Diekstra, maar is toch al een ernstige wetenschappelijke dwaling – maar om nou een hele plagiaatgids te gaan zitten lezen in de tijd waarin je ook een degelijk werkstuk bijeen zou kunnen googlen, nee. Het is gewoon heel eenvoudig: plagiaat plegen is niet sjiek, punt. Iedereen met een beetje gezond verstand weet dat.</p>
<p>Plagiaat plegen leek mij altijd academische doodzonde nummer één maar ik denk dat dit sinds vandaag weer wat anders ligt. Toekomstige studenten zullen Diederik Stapel weinig dankbaar zijn want dit leidt gegarandeerd tot een nieuwe gids. “Onderzoeksgegevens uit je duim zuigen: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen?”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/stapelgek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Harry Potter en de beginselen van de psychosomatiek</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Sep 2011 18:01:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=127</guid>
		<description><![CDATA[Dat Harry Potter geen gewone jongen is, mag wel duidelijk zijn na zeven boeken waarin dit tot in den treure benadrukt wordt. Wie echter dacht dat dit hem zit in het litteken op zijn voorhoofd, komt bedrogen uit. Het is niet Harry’s litteken dat hem ongewoon maakt. Het zijn de ongewone gedragingen van zijn maag. Waar van de maag van zijn vriend Ron alleen maar dikwijls gezegd wordt dat deze knort, is er met Harry’s spijsverteringsorgaan heel wat meer aan de hand.
In Harry Potter en de orde van de feniks begint het al op pagina 6, als Harry’s maag zich omdraait wanneer hij naar het nieuws luistert. ‘Zijn maag ontspande zich weer enigszins’ toen bleek dat het journaal niets schokkends te melden had. Lang duurt deze rust in zijn binnenste niet want op pagina 10 heeft Harry ‘een dof, hol gevoel in zijn maag’. Dit holle gevoel blijkt een constante ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Dat Harry Potter geen gewone jongen is, mag wel duidelijk zijn na zeven boeken waarin dit tot in den treure benadrukt wordt. Wie echter dacht dat dit hem zit in het litteken op zijn voorhoofd, komt bedrogen uit. Het is niet Harry’s litteken dat hem ongewoon maakt. Het zijn de ongewone gedragingen van zijn maag. Waar van de maag van zijn vriend Ron alleen maar dikwijls gezegd wordt dat deze knort, is er met Harry’s spijsverteringsorgaan heel wat meer aan de hand.</p>
<p>In <em>Harry Potter en de orde van de feniks </em>begint het al op pagina 6, als Harry’s maag zich omdraait wanneer hij naar het nieuws luistert. ‘Zijn maag ontspande zich weer enigszins’ toen bleek dat het journaal niets schokkends te melden had. Lang duurt deze rust in zijn binnenste niet want op pagina 10 heeft Harry ‘een dof, hol gevoel in zijn maag’. Dit holle gevoel blijkt een constante te zijn in Harry’s maagklachten, al wordt het vrij consequent voorafgegaan door telkens een ander bijvoeglijk naamwoord: slechts vijf pagina’s verder heeft Harry ‘een kil, hol gevoel in zijn maag’; op pagina 94 is het ‘een vreemd, hol gevoel in zijn maag’, pagina 116 maakt melding van een ‘vreselijk, hol gevoel in zijn maag’ en op pagina 476 wordt gesproken van ‘een gruwelijk, hol gevoel in zijn maag’. J.K. Rowlings alom geprezen fantasie moet niet toereikend geweest zijn om nog meer vage toevoegingen aan deze holle frase te verzinnen, want op pagina’s 186, 349, 526 en 611 heeft Harry slechts simpelweg ‘een hol gevoel in zijn maag’.<br />
Dat Harry’s ingewanden heel wat acrobatische kunstjes kennen zonder dat er een toverstok aan te pas hoeft te komen, mag duidelijk zijn. Herhaaldelijk heeft hij een knoop in zijn borst en al even vaak is het ‘alsof alle lucht uit zijn longen wordt weggezogen’. Hij kampt met ‘een eigenaardig gevoel in de buurt van zijn middenrif’ en zijn hart slaat zo regelmatig over dat het haast geen onregelmatigheid te noemen valt, bijvoorbeeld die keer dat het ‘tot een onnatuurlijke omvang gezwollen scheen te zijn’ (p.121) . Aardig onnatuurlijk dunkt me inderdaad, maar wat wil je ook, pakweg tachtig pagina’s eerder was zijn hart al gebarsten, net als zijn hoofd overigens. Maar de maag spant nog altijd de kroon: tot vijfmaal toe maakt deze een salto. Dit gebeurt voor het eerst wanneer hij oog in oog komt te staan met een dementor (p.17); op pagina 264 maakt zijn maag zelfs een heuse salto achterwaarts wanneer hij praat met Cho Chang, en vier pagina’s verder maakt zijn maag weer een ordinaire voorwaartse salto, gevolgd door weer zo’n salto op pagina 305. Wanneer Cho hem op pagina 443 compleet negeert, blijkt dat Harry’s maag naast voorwaartse en achterwaartse salto’s ook nog aangename en onaangename salto’s kan maken, getuige de ‘onaangename salto’ van zijn maag die Harry gewaarwordt. Vanaf het moment dat het over is met Cho, is dat voor zijn maag ook gelijk duidelijk: ‘Harry’s maag maakte geen salto, […] eerder een zwak sprongetje’ (p.528). Want springen kan de maag van Harry ook, zoals ook blijkt op pagina 590.</p>
<p>Salto’s, sprongen – nog meer? Jazeker. Om te beginnen hebben we verder nog de krampen – op pagina 100 ‘trokken allerlei vreemde krampen door zijn maag’ en ergens tussen twee gevoelens van holheid in trekt Harry’s maag, ‘die toch al vreemd aanvoelde’, helemaal samen. Ook op pagina 487 en pagina 560 krimpt zijn maag ineen. De knoop die meestal in zijn borst zit, manifesteert zich op pagina 358 in zijn maag – maar er is meer! Harry kan niet alleen knopen in zijn maag voelen, soms voelt hij ook een schok (p. 353), een loden gewicht (p. 514), of, dramatischer nog, een loden last in zijn maag (p.663). Geen wonder dat Harry tevens om de haverklap misselijk is, met al dat grof geweld in zijn maag. Soms is het ook doodgewone honger: op pagina 387 ‘probeerde hij zijn rommelende maag te negeren’ en op een dag gaat hij na zijn lessen nog gauw even iets eten ‘zodat hij iets in zijn maag zou hebben voordat hij aan zijn nog onbekende strafwerk begon’ (p. 209).<br />
Lijkt dit alles nog eenvoudigweg een aardig gevarieerde beschouwing van de bewegingen die de menselijke maag zoal kan maken, Harry Potter zou Harry Potter niet zijn als hij ook op dit gebied niet opmerkelijk was. Het ‘merkwaardig, opgewonden gevoel’ op pagina 297 valt volkomen in het niet bij de merkwaardigheid van bijvoorbeeld een ‘withete golf van paniek die in zijn maag opborrelde’ (p. 570). Vraag niet hoe het kan, maar Harry kan ook last hebben van ‘een benauwd gevoel in zijn maag’ (p. 209). En slechts één pagina na weer eens last te hebben gehad van het overbekende holle gevoel in zijn maag, is het ‘alsof zijn maag plotseling door het stoffige tapijt zonk’ – ’t is niet waar! Echte psychosomatische hoogstandjes worden bereikt wanneer Harry’s maag meer op een ketel met een toverdrankenbrouwsel lijkt: ‘in zijn maag borrelde een afschuwelijke, kolkende massa schuldgevoelens’ op pagina 371.</p>
<p>Gedurende het hele boek maakt iedereen zich maar zorgen om het litteken op Harry’s voorhoofd. Dat klopt, steekt, en brandt – heel indrukwekkend, maar het is niets vergeleken bij wat er voortdurend aan de gang is in zijn maag. In totaal drieëndertig maal horen wij over Harry’s maag; dat is gemiddeld elke twintig pagina’s wel één keer. “Ik ben niet zwak,” snauwt Harry tegen professor Sneep – dat geldt dan toch zeker niet voor zijn maag, wat duidelijk Harry’s zwakste lichamelijk plek is, nog boven zijn litteken. Of zou er een concrete verklaring zijn voor al dat springen, ineenkrimpen, hol aanvoelen en het maken van salto’s? Op pagina 269 wordt mogelijk een tipje van de sluier opgelicht: Harry is in zijn vijfde schooljaar niet zomaar met een vervelende lerares opgezadeld – hij is ermee in de maag gesplitst.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/harry-potter-en-de-beginselen-van-de-psychosomatiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zuur</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 28 May 2011 19:55:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=104</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer het onderwerp van je bachelorscriptie je dusdanig gegrepen heeft dat je er zelfs om half vier ’s nachts mee bezig bent, weet je dat je te intensief en te obsessief aan het werk bent. In de al lang en breed in de vergetelheid geraakte satirische roman Kippeveer (1888) van de al even lang en breed in de vergetelheid geraakte Cosinus zit een scène die afgelopen nacht in mijn hoofd opdook. Één van de belangrijkste personages uit het boek is de welgestelde baron Landek van Tuiningen, een gereformeerde man met overtuigingen die botsen met zijn geloof: hij gelooft namelijk óók in het spiritisme. Leefde hij in de 21e eeuw dan zou hij zijn baronnenfortuin uitgeven aan kaartjes voor de shows van Char en Derek Ogilvie. Zijn zoon, rechtenstudent Otto, begint net het studentenleven te ontdekken en op een nacht moet hofmeester Vlak in het geheim de stomdronken Otto van een ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer het onderwerp van je bachelorscriptie je dusdanig gegrepen heeft dat je er zelfs om half vier ’s nachts mee bezig bent, weet je dat je te intensief en te obsessief aan het werk bent. In de al lang en breed in de vergetelheid geraakte satirische roman <em>Kippeveer </em>(1888) van de al even lang en breed in de vergetelheid geraakte Cosinus zit een scène die afgelopen nacht in mijn hoofd opdook. Één van de belangrijkste personages uit het boek is de welgestelde baron Landek van Tuiningen, een gereformeerde man met overtuigingen die botsen met zijn geloof: hij gelooft namelijk óók in het spiritisme. Leefde hij in de 21<sup>e</sup> eeuw dan zou hij zijn baronnenfortuin uitgeven aan kaartjes voor de shows van Char en Derek Ogilvie. Zijn zoon, rechtenstudent Otto, begint net het studentenleven te ontdekken en op een nacht moet hofmeester Vlak in het geheim de stomdronken Otto van een uit de hand gelopen studentenvergadering naar huis brengen; dit doet hij met behulp van twee ook niet meer geheel nuchtere studenten, die, zo blijkt later, binnen in het gigantische huis een hels kabaal maken. Baron Landek echter, zo maakt hij daags na dit incident duidelijk, verkeert volledig in de veronderstelling dat dit nachtelijk lawaai veroorzaakt werd door een manifestatie van boze geesten. De toestand van Otto in de ochtend schrijft hij niet toe aan de invloed van alcohol, maar aan andere invloeden:</p>
<blockquote><p>Ik ben even in zijn kamer geweest, die nu open was, en daar bleek het mij terstond dat hij waarschijnlijk onder zeer sterken magnetischen invloed geweest was en misschien nog was; want ik werd aanstonds getroffen door een zekere zure lucht die in het vertrek hing, overeenkomstig met de lucht die zich ontwikkelt bij de in werking zijnde galvanische batterijen. (Cosinus 1917, deel I, p.81-82)</p></blockquote>
<p>Hij raakt er maar niet over uit en blijft zich omtrent de zure lucht gefascineerd afvragen ‘of wij hier te doen hebben met een moleculaire modificatie van het perisprit’.<br />
   Het was deze scène die in mijn hoofd zat even nadat ik wakker schrok van het geluid van het openen van de badkamerdeur. De badkamer bevindt zich tegenover mijn kamer en ik word meerdere malen per week ’s nachts wakker van de tsunamigeluiden die de wc voortbrengt, of van het geklapper van de badkamerdeur die klaarblijkelijk erg moeilijk te sluiten is. Enfin, de geluiden die nu volgden op het openen van de deur kon ik niet helemaal plaatsen – het kon ofwel een moordpartij zijn, ofwel een kotspartij. Hoe dan ook zou het in beide gevallen wel snel afgelopen zijn. Dacht ik. Na een kwartier had ik nog steeds niemand de badkamer uit horen komen, maar kwamen er met grote tussenpozen nog steeds onsmakelijke geluiden vandaan. Mezelf omdraaien en verder slapen was onmogelijk, daarvoor was het geluid te overheersend. Als je ergens last van hebt, zijn er grofweg drie opties: de bron van overlast wegnemen, je tolerantiegrens wat verruimen of de bron van overlast uit de weg gaan. De eerste optie leek mij in dit geval geen optie; ik kon moeilijk even aankloppen met de vraag of het misschien wat zachter kan, en bovendien leek het me te oordelen naar het geluid zeer aannemelijk dat ik geen getuige wilde zijn van wat er dan ook precies gaande was. Mijn grens verruimen leek me wat te veel gevraagd, zelfs de meest tolerante zendboeddhist zou dit kotsconcert niet zonder walging kunnen waarnemen. Het enige wat ik kon doen was een ontspannend muziekje opzetten, maar om de geluiden te overstemmen moest ik het volume van mijn iPod zo hoog draaien dat zelfs het ontspannende muziekje beangstigend klonk. Dat ik maar niet in slaap kon vallen had echter niet eens zoveel met het geluidsniveau van de muziek van doen – nu ik me namelijk zoveel mogelijk had afgesloten voor de badkamergeluiden, begon ik me in mijn hoofd te halen dat deze afsluiting van de buitenwereld me misschien nog wel eens een levenslang schuldgevoel zou kunnen bezorgen. Het was nu al drie kwartier geleden dat het gedoe begonnen was. Wat nou als ik in slaap viel en de ochtend erop zou blijken dat de badkamer nog steeds op slot zat, maar er niet eens meer een vaag gereutel achter de deur vandaan kwam? Jimi Hendrix was vast niet de laatste die het gepresteerd heeft te stikken in zijn eigen braaksel. Ik zou mijn leven lang gekweld blijven door het idee dat ik iets had kunnen doen. Mijn ergernis en boosheid maakten plaats voor angst. Ik moest wat doen! Ik kon niet zomaar doen alsof er niets aan de hand was! Op het moment dat ik de oortjes van mijn iPod uitdoe hoor ik de badkamerdeur open gaan. ‘Alles oké?!’, roep ik in mijn opluchting met een afgeknepen stemmetje. Nu wél belangstelling tonen, held die ik ben. Er komt geen antwoord. Ik zal niet te weten komen wat voor nachtelijke manifestatie hier plaatsgevonden heeft. De kans bestaat zelfs dat ik bij het ontwaken begin te twijfelen of het wel echt voorgevallen is. Voor ik weer in slaap val weet ik zeker dat ik ’s ochtends voor alle zekerheid de andere badkamer zal gebruiken, uit angst voor moleculaire modificaties van het perisprit.</p>
<p>Een uur nadat ik ingeslapen was word ik weer wakker van geklapper. Ook dat nog. Klopgeesten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/zuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maandag Geenvleesdag</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/maandag-geenvleesdag/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/maandag-geenvleesdag/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 May 2011 18:16:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=96</guid>
		<description><![CDATA[of: hoe zelfs de hardnekkigste carnivoor uiteindelijk een brave groenteburger wordt 
Er is één moment geweest waarop mijn moeder dacht dat ik vegetariër zou worden. Ik was zes jaar en zat te staren naar mijn bord. Dat staren naar mijn bord was niets nieuws, maar meestal waren het de groenten op mijn bord waar ik bedenkelijk naar keek – nu was het object van mijn observatie een portie kibbeling. Ik keek naar mijn bord, ik keek naar mijn moeder en ik sprak bedachtzaam: “Is dat het dode lichaam van een vis?” Razendsnel moest mijn moeder beslissen wat ze hoger in het vaandel had staan: het uitdragen van de waarheid, of het zoveel mogelijk intact houden van mijn toch al beperkte repertoire aan etenswaar. “Ja,” zei ze. Mijn moeder moet het drama al hebben zien aankomen: een kleuter die geen groente lust en uit principe geen dieren wil eten.  Ik zweeg ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>of: hoe zelfs de hardnekkigste carnivoor uiteindelijk een brave groenteburger wordt </em></strong></p>
<p>Er is één moment geweest waarop mijn moeder dacht dat ik vegetariër zou worden. Ik was zes jaar en zat te staren naar mijn bord. Dat staren naar mijn bord was niets nieuws, maar meestal waren het de groenten op mijn bord waar ik bedenkelijk naar keek – nu was het object van mijn observatie een portie kibbeling. Ik keek naar mijn bord, ik keek naar mijn moeder en ik sprak bedachtzaam: “Is dat het dode lichaam van een vis?” Razendsnel moest mijn moeder beslissen wat ze hoger in het vaandel had staan: het uitdragen van de waarheid, of het zoveel mogelijk intact houden van mijn toch al beperkte repertoire aan etenswaar. “Ja,” zei ze. Mijn moeder moet het drama al hebben zien aankomen: een kleuter die geen groente lust en uit principe geen dieren wil eten.  Ik zweeg een paar seconden voor ik mijn mond open deed: “Lekker!”</p>
<p>Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat deze verstokte vleeseter sinds een paar maanden praktisch elke maandag in de Albert Heijn doelbewust afloopt op de plantaardige vleesvervangers? (Een raar woord, ‘vleesvervanger’ – het klinkt als iets drabbigs wat in ziekenhuismagazijnen opgeslagen ligt tot het in iemands buikholte getransplanteerd kan worden.) Een paar maanden terug probeerde ik op advies van een studiegenoot eens een groenteburger. Net als hij woonde ik pas op kamers en omdat het me tot mijn ergernis ontbrak aan inspiratie om iedere dag iets anders voor mezelf te koken, besloot ik de groenteburger een kans te geven. Bovendien klonk het heel gezond, groenteburger, en ik besloot dat ik een student wilde worden die zo gezond mogelijk voor zichzelf kookt, zelfs al is mijn gekook nog altijd ernstig gebonden aan de grenzen van mijn smaak.</p>
<p>De eerste groenteschijf herinner ik me goed. Nadat ik uitgebreid de verpakking had bestudeerd besloot ik het erop te wagen en ik gooide hem in de pan. Ik porde er voorzichtig in met mijn vork. Er kwam een korrel maïs uitgerold. Een korrel maïs! Stomverbaasd wist ik ook nog oranje en groene elementen in de substantie te ontwaren; dat moesten stukjes wortel en erwt zijn. Ik peinsde me suf over hoe ik zou zien of het geval gaar was, tot ik me realiseerde dat ik me dit niet af hoefde te vragen – in mijn pan lag plant, geen vlees. De schijf viel uit elkaar op mijn bord. De stukjes smaakten klef.</p>
<p>Toch haakte ik niet af en intussen eet ik haast elke maandag een groenteschijf of groenteballetjes. Wanneer huisgenoten me op maandag zien koken of vrienden me vragen wat ik vanavond eet, kan mijn antwoord steevast rekenen op bewondering. “Wat goed van je!”, “Wat knap!”, “Wat principieel!”, “Wat lief voor de dieren!”. En, sinds kort: “Oh, dus nu ben je flexitariër!” ‘Flexitariër’ is de term waar een voltallig marketingteam van Natuur &amp; Milieu ongetwijfeld uren op heeft zitten brainstormen. Hoewel ik ‘Flexitariër’ vind klinken als de naam van een al lang en breed uitgestorven reptiel, is het voordeel ervan dat je niemand hoeft uit te leggen wat het betekent. De site ikbenflexitarier.nl kent dan ook geen kopje ‘Wat?’ maar wel een kopje ‘Waarom?’</p>
<blockquote><p>Als alle Nederlanders twee dagen per week plantaardige vleesvervangers zouden eten in plaats van vlees, dan zou dat per jaar de CO2-uitstoot van 570.000 personenauto’s schelen<br />
  (Bron: <a href="http://www.ikbenflexitarier.nl/">www.ikbenflexitarier.nl</a> )</p></blockquote>
<p>Met een breed scala aan wist-je-datjes – kan iemand eens een scriptietje schrijven over de vraag in hoeverre dit een hopeloos achterhaald persuasief foefje is dat zijn effect allang verloren heeft? – wordt aannemelijk gemaakt dat het <em>goed</em> is om flexitariër te zijn. Ben ik wel een flexitariër? Tijdens het bakken van mijn groenteschijf denk ik nooit aan de CO2-uitstoot die ik tegenga. Net zo min als dat ik hart voor het milieu zou hebben omdat ik te schijterig ben om mijn rijbewijs te halen, net zo min voel ik me flexitariër omdat ik niet alle dagen vlees eet. Zou ik mijn eigen ‘Waarom?’ moeten formuleren, kwam ik uit op het  volgende:</p>
<blockquote><p>Wist je dat…</p>
<ul>
<li>Plantaardige vleesvervangers standaard op maandag op je menu zetten de ideale manier is om te voorkomen dat je aan het begin van de week al moet piekeren over wat je vanavond toch moet eten?</li>
<li> Plantaardige vleesvervangers perfect zijn voor wie bang is voor vleesbacteriën?</li>
<li> Plantaardige vleesvervangers eenvoudigweg erg lekker zijn wanneer je na aanvankelijke scepsis even doorbijt?</li>
<li> Plantaardige vleesvervangers met gele, groene en oranje stukjes erin uitermate geschikt zijn voor het opkrikken van je vertrouwen in het vermogen goed voor jezelf te zorgen?</li>
</ul>
</blockquote>
<p>Mag ik mijzelf een flexitariër noemen wanneer mijn motieven voor het eten van vleesvervangers voortkomen uit gemakzucht? Kan ik wel trots op mezelf zijn en mezelf laten complimenteren met mijn keuze voor groenteschijven wanneer die dingen voornamelijk in mijn pan zijn beland door egoïsme, het tegendeel van begaan zijn met natuur en milieu? Al is het natuurlijk absoluut niet zo dat het me niets kan schelen, al die bio-industrietoestanden en mestoverschotten waar Natuur &amp; Milieu melding van maakt, dit alles is niet mijn <em>primaire</em> reden om één keer per week voor vleesvervangers te kiezen. Maakt dat mijn keuze minder <em>goed</em> dan de keuze van mensen die omwille van het milieu flexitariër zijn? Ik heb het gevoel van wel. Ik voel mij geen flexitariër. Misschien ben ik het wel in de praktijk, maar niet in ideologisch opzicht. Wat natuurlijk niet wegneemt dat ik jullie <a href="http://www.ikbenflexitarier.nl/probeer-nu-gratis-een-vleesvervanger/">deze link </a>niet graag wil onthouden. De groenteschijven van Tivall zijn heus het proberen waard &#8211; neem het maar aan van een niet-ideologische flexitariër.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/maandag-geenvleesdag/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Robijn doet de was bij&#8230;Lieke</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/robijn-doet-de-was-bij-lieke/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/robijn-doet-de-was-bij-lieke/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 May 2011 21:02:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=88</guid>
		<description><![CDATA[Het is vrijdagavond en ik heb half Rosmalen weer opgeschrikt door met mijn duidelijk hoorbaar rollende tas van de trein uit Nijmegen naar het huis van mijn moeder te wandelen. Als ik de straat in sjok, waarbij ik uitgeput door mijn wandeling meermaals onder de voet gelopen wordt door mijn eigen koffer, passeer ik de buurvrouw, die een blik werpt op mijn tas. “Oh jee, wat moet je nu met je was?” Mijn moeder zit dit weekend in Parijs. Wat ik nu moet met de was? Puh!
Fijne was, 30 graden, normaal, hoogst mogelijke toerental; wasmiddel plus wasverzachter – dat meen ik me te herinneren als de noodzakelijke kennis voor de was die ik wil draaien. Ik stort mijn tas leeg in de trommel en druk op wat knopjes. Perfect. Voor ik het weet zal straks zelfs de meest geoefende speurneus niet meer kunnen ruiken hoeveel liter zweet ik deze week vergoten ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het is vrijdagavond en ik heb half Rosmalen weer opgeschrikt door met mijn duidelijk hoorbaar rollende tas van de trein uit Nijmegen naar het huis van mijn moeder te wandelen. Als ik de straat in sjok, waarbij ik uitgeput door mijn wandeling meermaals onder de voet gelopen wordt door mijn eigen koffer, passeer ik de buurvrouw, die een blik werpt op mijn tas. “Oh jee, wat moet je nu met je was?” Mijn moeder zit dit weekend in Parijs. Wat ik nu moet met de was? Puh!</p>
<p><em>Fijne was, 30 graden, normaal, hoogst mogelijke toerental; wasmiddel plus wasverzachter</em> – dat meen ik me te herinneren als de noodzakelijke kennis voor de was die ik wil draaien. Ik stort mijn tas leeg in de trommel en druk op wat knopjes. Perfect. Voor ik het weet zal straks zelfs de meest geoefende speurneus niet meer kunnen ruiken hoeveel liter zweet ik deze week vergoten heb bij het zwoegen op mijn bachelorwerkstuk. Ik ben nog één stap verwijderd van een stralend schone was. Wanneer ik me opricht om de fles wasmiddel te pakken, schrik ik. Voor mijn ogen doemt op de wasmachine op:</p>
<blockquote><p>Robijn stralend wit, ‘klein en krachtig’<br />
Vanish oxi action<br />
Persil Universal gold<br />
Fleuril zwart &amp; donker<br />
Ariel color<br />
Lenor touch of purity<br />
Lenor breath of fresh air<br />
Albert Heijn kleur<br />
Ariel met een vleugje Lenor frisheid<br />
Ariel actilift color<br />
Ariel actilift wit</p></blockquote>
<p>Wanneer ik mijn hierop volgende hyperventilatieaanval onder controle heb, besluit ik een beroep te doen op mijn analytische denkvermogen. Kalm  blijven, rationeel te werk gaan. ‘Stralend wit’ en ‘zwart &amp; donker’ kan ik afschrijven. Vanish oxi action ook, van de reclames heb ik geleerd dat dit alleen bestemd is voor kleding van kinderen die na het ravotten door de modder de complete inhoud van een pot pastasaus over zichzelf heen hebben weten te gooien. Ik besluit te gaan voor ‘Albert Heijn kleur’. Ik probeer het cryptogram op de achterkant van de fles te ontcijferen waaruit moet blijken hoeveel van het spul in het wasmiddelvakje van de machine moet, maar als ik zie dat er een rijk aanbod is aan mogelijke gaten om het in te gieten, geef ik het op. Grote wasjes, kleine wasjes – hoeveel flessen er ook staan, om de boel aan het draaien te krijgen beschik ik duidelijk niet over het juiste geestelijke wasmiddel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/robijn-doet-de-was-bij-lieke/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Overheersende berichten</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/overheersende-berichten/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/overheersende-berichten/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Apr 2011 18:09:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=81</guid>
		<description><![CDATA[“Het heerst.”
Ik voel mij alsof ik niet voor zeventig procent uit water besta, maar voor zeventig procent uit slijm. Het stukje huid tussen mijn neus en mond is veranderd in een schraal slagveld dat er vergeefs om schreeuwt met rust gelaten te worden door tissues en zakdoekjes. Ik peins erover een open brief op te stellen waarin ik de vraag opwerp waarom de medische wetenschap zich bezighoudt met de mogelijkheid tot het invriezen van eicellen, wanneer het gros van de mensheid meer baat zou hebben bij het ontwikkelen van een methode om tijdelijk je tot in iedere holte ontstoken hoofd van je lichaam af te laten schroeven. Ik lijd, en iedereen zegt “het heerst”.
   Het is een in alle opzichten interessante uitspraak. Wat heerst er precies? Hoe erg heerst het dan? Waar heerst het? Maar vooral: waarom zegt men dat het heerst? Laten we voorop stellen dat er natuurlijk helemaal ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Het heerst.”<br />
Ik voel mij alsof ik niet voor zeventig procent uit water besta, maar voor zeventig procent uit slijm. Het stukje huid tussen mijn neus en mond is veranderd in een schraal slagveld dat er vergeefs om schreeuwt met rust gelaten te worden door tissues en zakdoekjes. Ik peins erover een open brief op te stellen waarin ik de vraag opwerp waarom de medische wetenschap zich bezighoudt met de mogelijkheid tot het invriezen van eicellen, wanneer het gros van de mensheid meer baat zou hebben bij het ontwikkelen van een methode om tijdelijk je tot in iedere holte ontstoken hoofd van je lichaam af te laten schroeven. Ik lijd, en iedereen zegt “het heerst”.<br />
   Het is een in alle opzichten interessante uitspraak. Wat heerst er precies? Hoe erg heerst het dan? Waar heerst het? Maar vooral: waarom zegt men dat het heerst? Laten we voorop stellen dat er natuurlijk helemaal niet echt iets hoeft te heersen om te zeggen dat het heerst. “Het heerst” is een volkomen automatische uitspraak geworden. Tegen tafelgenoten zeg je “eet smakelijk”, iemand die gaat slapen voeg je een “welterusten” toe, en personen die last hebben van iets in het brede scala van verkoudheid tot buikgriep, vertel je dat het heerst. Ik hoor het mezelf ook vaak  zeggen tegen de gammele medemens. “Het heerst,” zonder dat ik zou kunnen onderbouwen dat er daadwerkelijk iets heerst. Feitelijk klopt de uitspraak wel altijd: zodra iemand ergens last van heeft, dan heerst het – in ieder geval over één persoon. Ga een grieperig persoon maar eens vertellen dat hij helemaal geen griep kán hebben, omdat het niet heerst – zodra iemand griep heeft, heerst er griep, punt.<br />
   Los van de vraag wat het nou betekent, dat er iets heerst, is het vooral fascinerend wat het doel van de uitspraak is. Ik snotter en jammer en klaag, en iedereen zegt me dat het heerst. Wie mijn gesnotter en gejammer en geklaag kent – waarom zouden alleen mannen recht hebben op een lage pijngrens? &#8211; zou kunnen stellen dat “het heerst” hier bedoeld is om mijn gemekker in te dammen. Dat “het heerst” feitelijk betekent “tsja Lieke, het heerst nu eenmaal, je bent heus niet de enige die hier last van heeft, dus val mij niet lastig met gemiep over je verschrikkelijke verkoudheidsvirus”. Gek genoeg heb ik niet het gevoel dat men “het heerst” gebruikt als een relativering, als een manier om duidelijk te maken dat het ziektebeeld niet uniek en dus ook niet vermeldenswaardig is. Wat is het dan? Willen mensen die zeggen dat “het heerst” een snotterende stakker oprecht mededelen dat er iets schijnt te heersen? Is het bedoeld als hart onder de riem, als een “je voelt je misschien alsof je hoofd van binnen uitgehold wordt door kleine kabouterbouwvakkers die terloops ook nog even je slijmvliezen omspitten en heipalen achter je wenkbrauwen rammen, maar je bent in ieder geval niet de enige”? Zou de opkomst van de uitspraak dat het heerst gelijk lopen met de opkomst van twitter? Want wie daar zoekt op ‘verkoudheid’ en constateert dat er per uur wel erg veel dramatische verkoudheidsverhalen van 140 tekens de wereld in worden gezonden, moet haast wel concluderen dat er iets heerst. Ik sluit internet af en duik mijn bed maar weer in. Hoewel ik hoopte dat mijn malaise zijn hoogtepunt – of feitelijk zijn dieptepunt – al bereikt had, doen de twitterberichtjes waaruit blijkt dat het altijd nog veel erger kan worden mij geen goed. Daarbij wil ik misschien helemaal niet horen of lezen dat het heerst. Ik wil mij uniek ziek voelen. Maar getuige de stroom aan weeklachten op internet, is zelfs dat verlangen naar exclusieve verkoudheid iets wat ernstig heerst.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/overheersende-berichten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Primair probleem</title>
		<link>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/primair-probleem/</link>
		<comments>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/primair-probleem/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 Mar 2011 11:16:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lieke</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder rubriek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.liekevonberg.nl/wordpress/?p=78</guid>
		<description><![CDATA[Vrijdagavond viel de verwarming uit. Als onvervalste koukleum was ik de eerste die dat doorhad, en na het optrommelen van de aanwezige huisgenoten was ik binnen no time beland in een soort Wie is de mol. Ik hoor het Pieter Jan Hagens zo zeggen: “Kandidaten. Let op. De volgende opdracht bepaalt hoe comfortabel jullie de nacht doorbrengen. Jullie zijn nog maar met zijn vijven over en het is jullie taak om te zorgen dat de verwarming weer gaat werken. Bij de verwarmingsketel vinden jullie je eerste aanwijzing. Deze ketel bevindt zich diep in de kelder, waar het stinkt, diverse obstakels in de weg liggen en waar het bovendien aardedonker is omdat alle lampen kapot zijn. Jullie hebben een paar uur de tijd om op deze vrijdagavond, de vrijdagavond vóór carnaval nota bene, een verwarmingsmonteur te regelen – of om het zélf op te lossen natuurlijk. Succes!”
Net als in Wie is ...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vrijdagavond viel de verwarming uit. Als onvervalste koukleum was ik de eerste die dat doorhad, en na het optrommelen van de aanwezige huisgenoten was ik binnen no time beland in een soort <em>Wie is de mol</em>. Ik hoor het Pieter Jan Hagens zo zeggen: “Kandidaten. Let op. De volgende opdracht bepaalt hoe comfortabel jullie de nacht doorbrengen. Jullie zijn nog maar met zijn vijven over en het is jullie taak om te zorgen dat de verwarming weer gaat werken. Bij de verwarmingsketel vinden jullie je eerste aanwijzing. Deze ketel bevindt zich diep in de kelder, waar het stinkt, diverse obstakels in de weg liggen en waar het bovendien aardedonker is omdat alle lampen kapot zijn. Jullie hebben een paar uur de tijd om op deze vrijdagavond, de vrijdagavond vóór carnaval nota bene, een verwarmingsmonteur te regelen – of om het zélf op te lossen natuurlijk. Succes!”<br />
Net als in <em>Wie is de mol</em> waren hier uiteraard ook meerdere mollen aan het werk. De één probeerde de aandacht van de opdracht af te leiden door maar door te blijven gaan over hoe hard het zou gaan vriezen vannacht en hoe koud dat zou worden in een groot gebouw zonder dubbel glas. Een ander ging op eigen houtje aan het prutsen aan de ketel zodat de halve kelder onder water kwam te staan. Wonder boven wonder werd de opdracht uiteindelijk binnen afzienbare tijd volbracht.</p>
<p>Drie dagen later viel de stroom uit. “Gelukkig was GTST net afgelopen,” verzuchtte iemand. Even daarvoor had de internetverbinding het ook begeven. Nu is de vraag van vandaag: waar raakt de twintiger van tegenwoordig het meest van in paniek? Is dat A) een kapotte verwarming, B) stroomuitval of C) afgesneden zijn van het internet? Ja. Juist. Zonder verwarming kun je wel leven. Gebrek aan stroom wordt pas echt problematisch wanneer de accu van je laptop leeg begint te raken. Maar is er geen internet in een huis vol studenten, dán breekt pas echt de paniek uit. De automatische reactie in zo’n noodsituatie is het grijpen naar de computer: huisgenoten mailen met de vraag of zij ook zonder internet zitten; de site van de provider bekijken om te zien of er een algemene storing is; googelen op een hulplijn om te bellen. Dat dit allemaal niet meer kan maakt de paniek alleen maar groter. Niemand functioneert nog – iedere vijf minuten probeert iemand om de modem te resetten en zo lang het euvel niet verholpen is vergeet iedereen simpelweg te eten en te drinken.</p>
<p>Inmiddels heb ik weer internet en heb ik onmiddellijk gegoogeld naar wat er gezegd wordt over de kwestie of internet een primaire levensbehoefte is – het leek mij dat het hooguit resultaten zou opleveren waarin spottend gesproken wordt over mensen die niet zonder internet kunnen. Er bleek wonderwel recentelijk nog een discussie over geweest te zijn – een <em>serieuze </em>discussie zelfs.</p>
<blockquote><p>De PvdA vroeg Maxime Verhagen, de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, of de regering vindt dat toegang tot internet in de huidige informatiemaatschappij van vrijwel gelijke betekenis is als beschikbaarheid van elektriciteit. <a href="http://www.nu.nl/internet/2454526/regering-vindt-internet-geen-primaire-levensbehoefte.html" target="_blank">Bron: Nu.nl</a></p></blockquote>
<p>Verhagen vond van niet en antwoordde aldus:</p>
<blockquote><p>De beschikbaarheid van internet is weliswaar belangrijk, maar toch minder essentieel voor het dagelijks functioneren dan elektriciteit.</p>
<p>Huishoudens en bedrijven kunnen immers niet goed functioneren zonder elektriciteit, omdat het dan niet goed mogelijk is om te voorzien in primaire levensbehoeften zoals voedsel en warmte. Toegang tot internet is geen primaire levensbehoefte en blijft ook mogelijk zonder eigen aansluiting. <a href="http://www.nu.nl/internet/2454526/regering-vindt-internet-geen-primaire-levensbehoefte.html" target="_blank">Nu.nl</a></p></blockquote>
<p>Ik nodig Maxime Verhagen graag uit om eens een weekje hier te komen wonen. Hij zal opmerken dat het uitvallen van de verwarming en de stroom als vervelend ervaren worden, maar dat er maar één situatie is waarin mijn generatie werkelijk ernstig belemmerd wordt in het dagelijks functioneren. Toegang tot internet ís een primaire levensbehoefte. Maar het is maar de vraag of je moet doen aan behoeftebevrediging of aan behoeftebeperking.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.liekevonberg.nl/wordpress/primair-probleem/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

