Articles Comments

Liekerair » Zonder rubriek » Eersteklas brutaliteit

Eersteklas brutaliteit

Laat mij nog eens een misverstand uit de wereld helpen. Het is geen, ik herhaal géén, privilege om dagelijks je kilometers over het spoor af te mogen leggen gezeten in een comfortabele, pluchen eersteklasstoel indien je niet lijkt op een zakenman met koffertje, bejaarde met te groot pensioen of NS-medewerker met conducteurspet. Wanneer je als negentienjarige met een geelgekleurde Eastpak en iPod in de eerste klas plaatsneemt, kun je namelijk niet anders dan permanent psychologische oorlog voeren met die zakenmannen, bejaarden en NS-medewerkers. Hoe hard een trein ook rijden kan, ik word er toch keer op keer weer ingehaald door vooroordelen.
   Ze kijken naar je. Kunnen onbeschaamd staren. Je hoort ze denken. Kijk, bah, een jongere. Met van die dingen in d’r oren. Daar komt straks herrie uit. Ik durf te wedden dat ze nog nooit van The Beatles gehoord heeft en niet weet wat een pick-up is. Dit exemplaar ziet er nog niet eens zo heel gevaarlijk uit. Maar let op, straks gaat ze luidruchtig zitten bellen zodat wij allen op de hoogte raken van haar smerige studentenleven. Want dat zijn alle studenten, smerig. Comazuipers. Drugsgebruikers. Seksverslaafden. Van mijn belastinggeld worden hun OV-kaarten betaald, ik betaal ook nog eens een eerste klas kaartje, en wat krijg ik? Alsnog uitzicht op zo’n jongere. Bah.
   In het begin stoorde ik me er nog aan, die blikken. Een enkele keer ook niet hoor. Twee ouderen met een symbiotische relatie die elkaar maar een halve seconde aan hoeven te kijken om van elkaar te weten dat ze mij beiden spoorslags met alle geweld de trein uit willen hebben, dat heeft ergens toch wel iets schattigs. Intussen heb ik geleerd alle hooghartige, arrogante, laatdunkende en verwaande blikken te negeren en te wachten op het moment dat de conducteur langskomt. De blik van de conducteur, die verraadt dat hij in gedachten al een boete voor mij uitschrijft, is nog even lastig maar wanneer ik eindelijk mijn portemonnee tevoorschijn mag toveren om triomfantelijk mijn geheel geldige eerste klas kaart te laten zien,  zegevier ik over de hele coupé. Moet je ze dán eens zien kijken!
   Soms is een medereiziger zo verbaasd dat hij, al dan niet per ongeluk hardop, vraagt hoe ik aan zo’n treinkaart kom. Als ik zin heb om te antwoorden, antwoord ik “m’n vader werkt bij de NS,” en ervaring heeft mij geleerd dat ik er goed aan doe om hier een haastig “maar hij is geen conducteur hoor” aan toe te voegen, wil ik medelijdende blikken voorkomen. Doorgaans wordt die boodschap begrepen, een enkele keer antwoordt mijn gesprekspartner “Oh, machinist dan? Dat is toch ook leuk!”
   Niet iedere coupégenoot laat het bij blikken vol ongeloof mijn kant op sturen. Neem afgelopen week. Na een lange dag hard werken plof ik neer in de eerste klas. Om me een beetje aan te passen aan mijn intellectuele omgeving wil ik in de trein nog wel eens nonchalant een boek lezen en in dit  geval was dat Taal is zeg maar echt mijn ding (Aanrader! Uit in een paar treinreizen!). Dus, om de situatie goed helder te schetsen: ik zit op een stoel. Op één stoel. Geen voeten op een andere stoel, ik zit op één stoel. Mijn mp3-speler staat uit, ik heb de oortjes slechts in om de hinderlijk harde telefoongesprekken van een andere coupégenoot ietwat te dempen. En ik lees een boek. Ik moet weliswaar moeite doen om mijn lach in te houden (aanrader, dat boek!), maar ik neem kortom ten eerste niet te veel ruimte in beslag en ten tweede maak ik geen herrie. Het is met de grootste moeite niet mogelijk om last van mij te hebben.
   Er zijn alleen altijd mensen die het onmogelijke mogelijk willen maken. Een oudere vrouw komt de trein ingestampt, loopt drie keer heen en weer en gaat uiteindelijk aan de andere kant van het gangpad zitten. Dan begint ze met fase één van haar tactiek: heel lang staren naar de plek boven de deur waar “eerste klas” staat. Ik zie dat maar lees gewoon verder in mijn boek. Fase twee: “allemaal eerste klas hier!” roept ze uit. Ik haal de doppen uit mijn oren. Ze herhaalt het. “Eerste klas hier!” Ik knik. “Eerste klas hier,” die empirische conclusie valt moeilijk tegen te spreken. Tot op dit moment denk ik nog dat de vrouw zelf twijfelt over waar ergens in de trein ze zich bevindt, maar dan gaat ze over tot fase drie.
   “KSNAPNIEWROMJENIEGWOONTWEEDEKLASGAZITTEJIJ!”
   “Pardon, mevrouw?”
   “IK SNAP NIE WEROM JE NIE GEWOON TWÉÉDE KLAS GA ZITTE! GA GEWOON ZITTE WAAR JE HOORT!”
   Ik ben verbijsterd. “Ik heb een eersteklas kaartje,” zeg ik zacht. Pas tegen de tijd dat het kreng de trein verlaten heeft, schieten me allerlei venijnige weerwoorden te binnen. L’espirit d’escalier heet dat, heb ik deze week geleerd. Mijn wraak komt uiteindelijk toch nog in de vorm van een escalier: als ik de brutale vrouw nakijk, zie ik hoe ze struikelt over een aantal treden van een trap en een smak maakt op de stoep. Een eersteklas smak, welteverstaan.

Filed under: Zonder rubriek

One Response to "Eersteklas brutaliteit"

  1. Bas says:

    Omdat je mijn zus bent krijg je de eerste tip gratis.
    Tip : Je jas ophangen, geeft een betere eersteklas-uitstraling.

Leave a Reply

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>