Liekerair

(omdat ‘literair’ wellicht wat pretentieus is)

Liekerair header image 1

Nogkeer, nogkeer!

January 21st, 2010 · No Comments

,,Not everyone in New York would pay to see Andrew Lloyd Webber.”
Crowded House – ‘Chocolate cake’

Rond je twintigste moeten je meeste muzikale voorkeuren en gewoontes wel vastliggen, geloof ik. Zo ga ik bijvoorbeeld graag en vaak naar popconcerten, maar zul je mij niet opgewonden langs de kant van de weg aantreffen als de plaatselijke carnavalsfanfare voorbijtrekt om een stevig staaltje hoempapaherrie door de straten te blazen. Er zijn nou eenmaal zaken waar ik wél van hou en zaken waar ik niet van hou, en ik voel mij nooit zo geroepen om krampachtig te proberen tóch van zaken uit die laatste categorie te gaan houden. Om de zoveel tijd duikt er echter iemand op die met een “eens moet de eerste keer zijn” of “het is gratis, dus wat maakt het uit” probeert mijn culturele consequentie te doorbreken.
   Om een lang verhaal vol ‘ja maar…’ van mijn kant kort te maken, voor ik het wist was ik het Utrechtse Beatrixtheater in gepraat. Wellicht voelt u hem al aankomen – zo niet, dan wel als ik er melding van maak dat het betreffende theater eigendom is van Joop van den Ende Theaterproducties. Mij was opgedragen maar eens een keertje niet zo cynisch te doen, bovendien, het zou wel eens bij kunnen dragen aan het opkrikken van het abominabele niveau van mijn Bijbelkennis.  Mijn protesten dat ik de eerste Bijbel nog moet tegenkomen waarin gesproken wordt van een amazing technicolor dreamcoat kregen geen gehoor. Ik moest eraan geloven.
   Waar ik een zaal had verwacht vol Albert Verlindes, tv-talentenjachtlievende tienermeisjes en buurvrouwen die sinds het ter ziele gaan van De 5 uur show en Koffietijd hun vertier elders hadden moeten zoeken, trof ik in werkelijkheid vooral gezinnen aan, in veel gevallen zelfs compleet met oma. We hadden hier dus te maken met een onvervalste vorm van familievermaak, wat doorgaans inhoudt dat de voorstelling soft genoeg moet zijn om de tere kinderzieltjes geen deuken te bezorgen en eveneens de ouderen onder ons voor een hartverzakking te behoeden.
   Nadat ik met wetenschappelijke belangstelling het voldruppelen van de zaal had bestudeerd – in hoeverre is er negatieve correlatie tussen het aantal minuten dat een persoon nodig heeft om de op het kaartje aangegeven zitplaats te vinden en diens intelligentiequotiënt? – ging het licht uit en zette ik me schrap. Dit werd het moment van de waarheid. Want, zoals mijn broertje zegt: “ik ga dus nooit naar een musical hè, wat moet je nou als je het leuk gaat vinden, dan heb je een probleem.”
   En warempel, de eerste tien minuten waren wat onwennig maar toen begon ik er voorzichtig een beetje lol in te krijgen. Mijn idee van een musical was altijd dat liedjes afgewisseld werden met ‘gewoon’ acteerwerk, maar dit geval bestond uit louter liedjes – dat hield de vaart erin. Bovendien zaten er hier en daar slimme grapjes in, waaronder enkele erg geestige anachronismen. Zelfs het decor zat verbazingwekkend knap in elkaar. Ja, af en toe kromden mijn tenen door ronduit krakkemikkige zinnen in de liedteksten, of ergerde ik me aan de vocale aanstellerij, maar het onmogelijke gebeurde: misschien waren het de kleurrijke kostuums, of de zó gladjes en ongetwijfeld volgens een formule gecomponeerde maar daarom niet minder aanstekelijke melodieën, in ieder geval, ik werd er vrolijk van.
   Betekent dit dat ook ik nu hopeloos verloren ben en vanaf nu Op zoek naar Mary Poppins ga volgen? Dat ik het Beatrixtheater net zo vaak van binnen zal gaan bewonderen als Tivoli? Neen, neen. Dat ik er vrolijk van werd, dat ik het niet compleet onaangenaam vond, dat neemt niet weg dat het fenomeen musical een vorm van oppervlakkig vermaak is. Ik weet niet precies waarom ik dat zo ervaar. Het kan vrolijk maken, het kan sommige mensen ongetwijfeld ontroeren…wacht, misschien is dat het! Het speelt in op de emoties, maar niet op het intellect. Uiteraard kom ik nu vast over als een elitaire wijsneus, maar ik zal het proberen uit te leggen.
   De voorstelling bestond weliswaar geheel uit liedjes, maar hierbij moet ik vermelden dat dit niet wil zeggen dat elk liedje slechts eenmaal ten gehore gebracht werd. De simpele doch aanstekelijke melodieën werden vaak herhaald. Het besef dat herhaling een sleutelwoord in deze musical was, drong goed tot me door op het moment dat de voorstelling naar mijn idee gewoon klaar was, maar de complete cast nog een vol kwartier op het podium kwam staan dansen en springen en zingen. Alle liedjes werden herhaald in één gigantische medley. Dit is bedoeld, zo concludeerde ik, voor mensen met een slecht kortetermijngeheugen. Dat zijn vermoedelijk dezelfde mensen die in dat kwartier opstaan van hun stoel en mee gaan klappen en dansen en zingen.
   Gek is dat niet. Alle mensen houden nou eenmaal van herhaling. Vanaf de geboorte al. Baby’s die zich nog in de baarmoeder bevinden kunnen, al is het enigszins vertekend door de hele handel aan  vruchtwater en buikwand die ze nog van de buitenwereld scheidt, reeds horen wat er buiten gebeurt en pasgeboren kinderen blijken dan ook al een voorkeur te hebben voor zaken die ze eerder vanuit de buik gehoord hebben: de moederstem, bepaalde muziek, voorgelezen verhalen. En wat te denken van kindertelevisie trouwens? Allemaal gericht op herhaling. De Teletubbies met hun “nogkeer, nogkeer!”, de repetitieve patronen van Tik Tak.
   De musical is een vorm van vermaak die gericht is op basale tendensen van mensen. De liedjes zijn erop gemaakt om in je hoofd te blijven hangen en die liedjes worden ook nog eens tot in den treure herhaald. Musicals zijn dus feitelijk De Teletubbies voor heel de familie: herhaling, felle kleuren, herhaling en herhaling. Vergeet bovendien niet de eeuwige gossip rondom de acteurs – ik bedoel, u herinnert zich vast nog wel de controverse vanwege de handtas en het paarse kleurtje van Tinky-Winky.

Met dank aan Renee, die het erop gewaagd heeft om uitgerekend mij mee te slepen naar een musical.

→ No CommentsTags: Zonder rubriek

Opstel en sprong

December 22nd, 2009 · No Comments

Lieve lezers en lezeressen, geachte beeldschermkindertjes,

 and now for something completely different. Één van mijn vele overmoedige voornemens voor 2010 is te kijken of ik in staat ben om iets relevanters/interessanters/beters/enigszins hoogstaanders te produceren dan de 600-woorderige columpjes die ik hier aan jullie voorschotel. Beter worden kan uiteraard alleen als er kritiek is om iets mee te doen. Vandaar dat ik hier aan jullie presenteer

                                 mijn kerstessay , bij gebrek aan een betere werktitel

Let op, het zijn wel vijf hele pagina’s. Dat kan maarliefst zeven minuten van je tijd kosten. Dus zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.
In ieder geval, afgezien van vrede op aarde en dat de sneeuw maar snel weg moge smelten, is mijn kerstwens dit jaar dat jullie je als mijn criticus willen opstellen. Dus kom maar op! Mijn mailbox staat open voor al dan niet opbouwende kritiek.

Fijne feestdagen,

Lieke

→ No CommentsTags: Zonder rubriek